De Nederlandse regisseur, scenarioschrijver en visueel artiest Victor D. Ponten studeerde Media en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam en begon zijn carrière met samenwerkingen in de wereld van videoclips en commercials. Hij brak in 2011 door met Rabat (2011), waarin 3 vrienden vanuit Nederland naar Marokko trekken om een taxi af te leveren, maar dat verloopt niet zonder slag of stoot. De film, tot stand gebracht zonder subsidies, deed het goed op (internationale) festivals.
Vervolgens regisseerde hij Catacombe (2018), een drama rond matchfixing in het profvoetbal met o.a. onze landgenoot Kevin Janssens op de aftiteling, alvorens de overstap te maken naar televisie. Daar nam hij meerdere seizoenen van de hitserie Mocro Mafia voor zijn rekening en werkte ook mee aan de scenario’s.
.
Vanaf woensdag draait zijn docudrama Het Grote Offensief (2025) in de Belgische bioscopen. De historische gebeurtenissen tijdens de bevrijding van Zuidwest-Nederland worden erin verbeeld door een mix van nagespeelde scènes en archiefmateriaal. Naar aanleiding van deze release klopt wij aan bij Victor D. Ponten en polsten eens naar zijn 5 filmtips. Zijn lijstje:
There Will Be Blood (Paul Thomas Anderson – 2007)
Een film als Lawrence of Arabia, een definiërend ankerpunt in de filmgeschiedenis. Deze film is geen allemansvriend en sneeuwde een beetje onder omdat de titel wedijverde met No Country For Old Men, waarmee dit epos ongeveer tegelijkertijd uitkwam en die op onverklaarbare wijze een aantrekkelijker film bleek voor de prijzen en het grotere publiek, maar die film mag niet eens de blikken vasthouden waarin dit visuele totaalkunstwerk vervoerd wordt. Vanaf het allereerste shot en de allereerste noot van de eveneens fenomenale soundtrack van Johnny Greenwood weet je: dit is een film zoals ze maar eens in de 25 jaar gemaakt wordt. Een masterclass in alles wat cinema moet zijn en ambiëren.
A Bridge Too Far (Richard Attenborough – 1977)
Kijk deze film en verbaas je over de vfx-loze production value en hoe dat tegenwoordig onmogelijk zou zijn om te evenaren. Daar steken Dunkirk, Fury of Dune schril bij af. Hell, zelfs Saving Private Ryan kan niet op tegen deze. Ook heel erg mooi gefotografeerd, staat wat dat betreft nog als een huis. En laat ook even de cast op je inwerken: Sean Connery, James Caan, Anthony Hopkins, Michael Caine, to name a few. Ik ben opgegroeid in Arnhem en deze film was daarom een heilige graal (ook al werden de scenes bij de beruchte brug-te-ver gedraaid in Deventer). Bij het maken van Het Grote Offensief was A Bridge Too Far een belangrijk ijkpunt, vanwege de manier waarop bijvoorbeeld cartografie wordt gebruikt om het geografische aspect van Market Garden uit te leggen, maar ik wilde ook visueel het pure vakmanschap van deze film eer aan doen.
Playtime (Jacques Tati – 1967)
Er stond een jaar of wat geleden een fantastisch artikel in de Volkskrant van een filmjournalist die een nacht doorbracht in the remains of de Arnhemse Rembrandt-bioscoop, die al jaren leegstond en totaal vervallen was. Ik vond het een prachtige metafoor voor de staat van verval waarin de Nederlandse cinema verkeert. Want in de grote zaal van dat jaren ‘50 filmpaleis zag ik – als denk ik 10- of 12-jarige – op een zaterdagmiddag Playtime van Jacques Tati. In mij herinnering zat die zaal in het provinciale Arnhem destijds goed vol, een manifest voor de filmcultuur die er toen wel degelijk was in Nederland. Voor Playtime bouwde Tati op een backlot met gebruik van ingenieus perspectief en een dito setontwerp zijn ideale stad om deze reflectie op de absurditeit van het hedendaagse stadsleven tot visueel kunstwerk te verheffen. Een film die staat voor wat je met fantasie en creativiteit kan bewerkstelligen. En ook nog eens heel erg grappig is. Omdat ik alle interieurs in Het Grote Offensief wilde abstraheren met grote houten blokken van 3 meter hoog bij 1,5 meter breed bij 1,5 meter diep en daarbij soms existentiële twijfels had of dat een filmwereld zou creëren die je zou geloven, dacht ik soms aan Playtime en dan verdween die twijfel als sneeuw voor de zon.
The Good, the Bad and the Ugly (Sergio Leone – 1966)
De beste western ooit gemaakt, die ik als kind soms wel drie keer in een weekend keek en altijd ga kijken als hij weer ‘s wordt geprogrammeerd in een bioscoop. Wat in Nederland nog maar weinig gebeurt, wat dan weer een onderstreping is van de erosie van de Nederlandse filmcultuur. Want een van de beste films ooit gemaakt, die voor elke generatie zichtbaar moet blijven op het grote doek. Tuco (The Ugly) is denk ik mijn favoriete filmpersonage. Ik hield van hem vanaf dat allereerste freezeframe waarin hij na een offscreen schietpartij met bountyhunters die hem uit een saloon willen halen vlucht door dwars door de ruit van de saloon te springen, in de ene hand een revolver, in de andere een gebraden kippenpoot, het vlees nog tussen de tanden. Dat is hoe je een personage introduceert. Ik moest eraan denken toen in de eerste aflevering van The Bear het personage Richie (cousin!) met een Glock in zijn knuisten de stoep van zijn restaurant oprent om een burenruzie te beslechten door een schot in de lucht af te vuren. Ook voor dat karakter voelde ik vanaf dat moment een diepe liefde. Cinema is een magisch medium.
Ya Noy Estoy Aquí / I’m No Longer Here (Fernando Frias – 2019)
Deze film werd mij onlangs getipt door sound recordist en vriend Oliver Pattinama (werkt ook veel in België, want voor de betere cinema moet je als Hollander toch in het Zuiden zijn, dus Belgische cinefielen kennen zijn werk sowieso). Oliver en ik delen niet alleen grotendeels dezelfde smaak cinema, maar zijn allebei ook reggaeton fanboys. Dus toen hij deze tipte ben ik gelijk gaan kijken (hij staat gewoon op Netflix). De film gaat niet over reggaeton, maar wel over Kolombia, een kleine subcultuur in het Mexicaanse Monterrey die maar heel kort bestond en draaide om pitched down versie’s van Colombiaanse cumbia-muziek. Of eigenlijk gaat het daar niet over maar is dat de arena waar dit kleine verhaal zich in afspeelt. Net als in veel andere hedendaagse films uit of over Mexico speelt de ontwrichtende impact van de Mexicaanse drugskartels ook in deze film een rol, maar slechts om een universeel verhaal in gang te zetten over hoe identiteit de dobber is waar we allemaal op drijven en wat er gebeurt als die identiteit een illusie blijkt te zijn. Daarmee is het een soort andere-kant-van-de-medaille-van-Sicario-film, heel anders, maar toch eraan verwant, somehow someway. Ook fenomenaal gefotografeerd door een van mijn nieuwe lievelings directors of photography Damían García.