Naar aanleiding van de Belgische première van Fierté Nationale: De Jéricho vers Gaza in Bozar (Brussel) stelde Sven Augustijnen een lijst samen van films die de afgelopen jaren zijn parcours kruisten.
“De films handelen allemaal over Palestina en Israël en vormden het onderwerp van enkele notities die ik schreef in relatie tot mijn eigen film. Deze notities werden getriggerd door twee dromen die ik had, dromen die filmbeelden opriepen – of omgekeerd: dromen die leken opgebouwd uit fragmenten van films. Paradoxaal genoeg gaat het telkens om films die de realiteit beogen te verbeelden, met andere woorden: documentairefilms, al weten we dat ook deze onvermijdelijk constructies zijn.
Claude Lanzmanns films Pourquoi Israël en Tsahal zijn bij wijze van spreken propagandafilms, terwijl Chris Markers Description d’un combat haast subliem is in de pracht van zijn beelden, maar tegelijk tragisch omdat Marker de film later zelf als ‘verkeerd’ beoordeelde. Jocelyne Saab’s Le bateau de l’exil toont dan weer het sublieme moment van de overgave van de PLO en haar aftocht uit Beiroet.
Het gaat dus om films die niet enkel bepaalde aspecten en momenten uit de geschiedenis van Palestina en Israël in beeld brengen, maar ook hun eigen tragiek, namelijk die van opgenomen te worden in de plooien van de geschiedenis zelf.”
Fierté Nationale: De Jéricho vers Gaza wordt vertoond op 11, 12, 16, 18 en 19 oktober in verschillende taalversies. Meer info en tickets: https://www.bozar.be/en/calendar/national-pride-jericho-gaza-sven-augustijnen
Description d’un combat (Chris Marker, 1960)
In Description d’un combat van Chris Marker verschijnt voor het eerst een manier van filmmaken waarbij de maker zijn eigen beelden bevraagt. De woorden drijven de beelden voort, waarbij ze zich aaneenrijgen volgens het denkritme van de cineast. Die aaneenschakeling genereert op haar beurt weer nieuwe gedachten, zodat het denken voortdurend in beweging blijft. Het lijkt alsof de documentaire film in die beweging voor het eerst een protagonist krijgt:, nl. de filmmaker zelf, die via de camera een stem vindt. De film stelt vragen aan Israël, terwijl de Palestijnen op dat moment nog grotendeels buiten beeld blijven.
Sopralluoghi in Palestina per il vangelo secondo Matteo (Piero Paulo Pasolini, 1965)
Voor Il Vangelo secondo Matteo trok Pier Paolo Pasolini naar de Palestijnse regio op zoek naar geschikte filmlocaties. Al snel merkte hij echter dat de Bijbelse sfeer er grotendeels verdwenen was door de intrede van de moderniteit, waardoor het gebied minder geschikt bleek. Uiteindelijk koos hij Italië als decor voor de verfilming, al bleek de reis naar Palestina in andere opzichten toch bijzonder waardevol.
“Het gebeurde heel terloops, en in feite heb ik nooit deelgenomen aan de camerainstellingen of het filmen of iets anders. Toen we naar het Midden-Oosten gingen, was er een cameraman bij ons die door de productiemaatschappij was meegestuurd. Ik heb hem nooit iets voorgesteld, omdat ik er niet aan dacht het materiaal te gebruiken om een film te maken, ik wilde alleen wat documentatie die me zou helpen Het Evangelie te plaatsen. Toen ik terugkwam in Rome vroeg de producent me om een deel van de beelden samen te voegen en er een commentaar bij te zetten zodat het aan een paar distributeurs en christendemocratische bazen kon worden vertoond om de producenten te helpen. Ik heb zelfs de montage niet gecontroleerd. Ik liet het door iemand samenstellen en keek er daarna alleen naar, maar ik liet alles zoals het was, inclusief enkele zeer lelijke knipjes die deze persoon had gemaakt – die trouwens niet eens een gekwalificeerde editor was. Ik liet het in een nasynchronisatiekamer vertonen en improviseerde een commentaar, dus al met al is de hele film nogal geïmproviseerd.” – Piero Paulo Pasolini
“Om terug te keren naar Vangelo en de Sopralluoghi: de eerste is het product van de provisionaliteit van de laatste, aangezien hij het falen verhaalt om de vereiste locaties in Palestina, de historische Bijbelse plaats, te ontdekken voor de verfilming van het Evangelie. Dit falen, dat voorafgaat aan en vooruitwijst naar het technische ‘falen’ dat werd ervaren tijdens het filmen van Vangelo […], kan worden gezien als een funderend trauma van het letterlijke – wat aanwezig en identiek is kan niet langer getrouw of letterlijk weergeven wat voorbij is – en leidt tot de belangrijke ontdekking van de ‘analoge methode’ – wat aanwezig en verschillend is kan analoog representeren wat voorbij is. Het is geen toeval dat dit punt het einde markeert van de niet-problematische, of naïeve, overgangen van treatment naar scenario naar film.” – R.S.C. Gordon
Pourquoi Israel en Tsahal (Claude Lanzmann, 1973 en 1994)
Tsahal vormt het sluitstuk van Lanzmanns trilogie, na Pourquoi Israël? (1973) en Shoah (1985). De titel verwijst naar Tsava Haganah Leisraël, oftewel de Israëlische strijdkrachten. In deze vijf uur durende documentaire onderzoekt Lanzmann, in zijn kenmerkende stijl, het bestaan van de staat Israël, die sinds haar ontstaan zes oorlogen heeft gevoerd: de Onafhankelijkheidsoorlog (1948), de Sinaï-oorlog (1956), de Zesdaagse Oorlog (1967), de Uitputtingsoorlog (1968-1970), de Jom Kippoer-oorlog (1973) en de invasie in Libanon (1982), bedoeld om de Palestijnen te verdrijven die er een ‘staat binnen de staat’ hadden gevormd.
Lanzmann belicht het militaire apparaat door officieren en soldaten uitgebreid aan het woord te laten. Opvallend is echter dat vrouwen, ondanks hun belangrijke rol in het leger, buiten beeld blijven. Daarnaast komen ook critici en intellectuelen, onder wie de schrijvers David Grossman en Amos Oz en mensenrechtenadvocaat Avigdor Feldman, aan het woord om hun visie te delen.
Het resultaat van twee jaar nauwgezet verzamelen van materiaal is een documentaire die soms te technisch kan zijn voor de leek en waarin sprekers wel eens te lang aan het woord blijven. Toch geldt Tsahal als een uitstekend, misschien zelfs het meest omvattende overzicht van Israëls recente militaire geschiedenis. Samen met Pourquoi Israël? en Shoah vormt de film een onlosmakelijke trilogie: een overlevering van de Holocaust én een analyse van het ontstaan en voortbestaan van de staat Israël. Op televisie wordt de documentaire meestal in twee of drie delen uitgezonden.
Le bateau de l’exil (Jocelyne Saab, 1982)
Na een periode van clandestien verblijf in Beiroet om aan de Israëlische troepen te ontkomen, verliet Yasser Arafat, leider van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO), Libanon samen met leden van zijn beweging. Hun tocht naar een nieuw ballingschap in eerst Griekenland en vervolgens Tunis gebeurde aan boord van het Griekse schip Atlantis. De evacuatie stond onder toezicht van VN-secretaris-generaal Javier Pérez de Cuéllar. Het schip, gecharterd door het Griekse Ministerie van Koopvaardij, voer onder zowel Griekse als VN-vlag, een symbolische voorzorgsmaatregel om de veiligheid van de operatie te waarborgen en Israëlische aanvallen te ontmoedigen.
Tijdens de overtocht sprak Arafat over zijn lotsbestemming en de toekomst van Palestina. Le Bateau de l’exil vormt zo een bijzonder historisch document. Filmmaker Jocelyne Saab was de enige die toestemming kreeg om met een camera aan boord deze uitzonderlijke reis vast te leggen.
Scenes of the Occupation from Gaza (Mustafa Abu Ali – 1973)
Een zeldzame film van de legendarische filmmaker Mustafa Abu Ali, een van de oprichters van de Palestine Film Unit, het eerste filmische orgaan van de Palestijnse revolutie. Het materiaal werd gefilmd door een Frans nieuwsteam en later in Libanon door Abu Ali gemonteerd tot een van de vroegste films over het bezette gebied in Gaza.
Scenes of the Occupation from Gaza maakt gebruik van experimentele montagetechnieken en vormt zowel cinematografisch als politiek een subversief werk. De film werd in 1973 bekroond als beste film op het Damascus Film Festival en vertoond op tal van festivals. Het bleef de enige productie van de Palestine Cinema Group, die in 1974 zou uitgroeien tot het Palestine Cinema Institute.
Resistance — Why (Soraya Antonius, Christian Ghazi en Noureddine Chatti – 1970
In 1970 namen Soraya Antonius (van de Fifth of June Society), Christian Ghazi en Noureddine Chatti het initiatief om bijeen te komen met verschillende Arabische politieke figuren, onder wie Palestijnen die in Libanon verbleven. Uit die ontmoeting ontstond een documentaire waarin Ghassan Kanafani, Sadiq Jalal El-Azm, Nabil Shaath en anderen hun visie op de Palestijnse revolutie delen en de geschiedenis ervan terugvoeren tot het begin van de twintigste eeuw.
De getuigenissen schetsen de stakingen en volksprotesten in Palestina tijdens de Ottomaanse bezetting, gevolgd door de Britse kolonisatie en uiteindelijk de stichting van de staat Israël in 1948. De sprekers formuleren de doelstellingen van de strijd en benadrukken de noodzaak van een vrije en democratische Palestijnse staat, verdedigd door al haar burgers – mannen en vrouwen, met uiteenlopende achtergronden – via zowel gewapende als vreedzame middelen.