Wanneer in Gent de graadmeter van de filmpassie stijgt, maakt de VIENNALE zich op voor dertien dagen filmfeest. Elk jaar slaagt het Weense festival erin een gerespecteerde cineast warm te maken voor de officiële festivaltrailer. Dit jaar viel die eer te beurt aan de Amerikaanse indie-grootheid Kelly Reichardt. Haar trailer, Rain Set Action, bestaat uit een scène die de definitieve montage van haar speelfilm The Mastermind (2025) uiteindelijk niet haalde. Omdat bij elke take subtiele details veranderen, transformeert deze miniatuur volgens Reichardt in een oprecht eerbetoon aan collectieve arbeid en de liefde voor film.

Ook wat de openingsfilm betreft, houdt de VIENNALE het qua speelduur bescheiden. De keuze viel op Forever … Forever van Johann Lurf, een van Oostenrijks meest eigenzinnige experimentele filmmakers. Gedurende een periode van 22 maanden richtte de cineast zijn zelfgebouwde 65mm-camera ononderbroken op het stuwmeer van Ottenstein. Deze filmische observatie resulteert in een 21 minuten durend, monumentaal schilderij van kosmische beweging, tijd en ruimte, gedragen door het voortdurend stromende, subsonische klanklandschap van Jung An Tagen. Gezien de eclectische samenstelling van het publiek bij festivalopeningen is dit een uiterst gedurfde openingszet. Tegelijkertijd is de keuze tekenend voor de ziel en artistieke identiteit van de VIENNALE: auteurscinema die de werkelijkheid op een unieke manier vastlegt, gedreven door menselijkheid, poëzie en een eigenzinnige, volstrekt originele filmtaal.
Net als Film Fest Gent biedt het programma een selectie hoogtepunten uit toonaangevende festivals als Cannes, Berlijn en Venetië. Die selectie wordt aangevuld met klinkende namen en vaste waarden als James Benning, Lav Diaz, Ana Vaz, Hong Sang-soo, Hirokazu Kore-eda, Radu Jude, Quentin Dupieux, Lisandro Alonso en Albert Serra. Ook enkele nieuwe Oostenrijkse producties getuigen van de onmiskenbare vitaliteit van de hedendaagse nationale cinema. Het echte festivalavontuur schuilt echter vooral in de vele onontdekte parels van opkomende of minder bekende regisseurs, die visuele durf moeiteloos weten te versmelten met onthullende en grensverleggende cinema.

Elk jaar is het opnieuw reikhalzend uitkijken naar het retrospectieve programma van de VIENNALE. Ditmaal zetten het festival en het Filmmuseum Wien Robert Aldrich in de schijnwerpers. Met films als Kiss Me Deadly (1955), Attack! (1956), The Dirty Dozen (1967), Vera Cruz (1954), Ulzana’s Raid (1972) en What Ever Happened to Baby Jane? (1962) tekende de Amerikaanse regisseur voor een cinema vol cynische helden, rauwe, agressieve actie en een duistere, compromisloze kijk op de menselijke natuur. Aldrichs leven en carrière werden gedreven door een rebelse geest die zich resoluut verzette tegen het hokjesdenken van Hollywood. Paradoxaal genoeg zorgden zijn commerciële successen er mee voor dat hij destijds nooit uitgroeide tot een culticoon, in tegenstelling tot gevierde tijdgenoten als Samuel Fuller en Nicholas Ray. Het was slechts een handvol jonge critici van Cahiers du cinéma – later spilfiguren van de Franse Nouvelle Vague – dat Aldrich de artistieke erkenning verleende die hij verdiende.
Met Alles Bunt und Wunderbar? bieden het festival en het Filmarchiv een indringende blik op de manier waarop jonge, creatieve Oostenrijkse filmmakers in de jaren negentig de maatschappelijke verschuivingen in hun land op scherpzinnige wijze vastlegden. Hun werk fungeert als een seismograaf van de tijd. Stilistisch braken hun films met de traditie: fragmentarisch, open en gedurfd, balancerend op het scherp van de snede tussen rauwe documentaire en fictie. In dit broeierige klimaat debuteerden Barbara Albert, Michael Grimm en Reinhard Jud met Slidin’ – Alles Bunt und Wunderbar (1998). Deze losjes met elkaar verweven anthologiefilm vangt op een ongepolijste, flitsende manier de essentie van de Weense jongerencultuur, het pulserende nachtleven en de tegenculturen van de late jaren negentig.

In de sectie Kinematografie gaat de aandacht terecht uit naar de baanbrekende Libanese filmmaker, journaliste, fotografe en politiek denker Jocelyne Saab, die bij de getrouwen van Courtisane geen introductie behoeft. In haar bekendste werk, The Beirut Trilogy (1976, 1978, 1982), grijpt ze momenten uit de geschiedenis van de geteisterde stad zonder die als een absolute waarheid te presenteren. Saab registreert de werkelijkheid niet louter, maar legt ook bloot hoe film onze blik op die werkelijkheid construeert en hoe de camera die blik bemiddelt. Juist daardoor blijft haar oeuvre brandend actueel en krijgt het vandaag een beklemmende nieuwe urgentie.