Sommige acteurs spelen een personage. De sterke Franse acteur Raimu (né Jules Auguste Cesar Muraine) die in 1983 werd bekroond met een Ere-César, lijkt in Henri Decoins Les Inconnus Dans La Maison welhaast een heel leven mee te slepen. Als de verbitterde, aan de drankverslaafde advocaat Hector Loursat hoeft hij nauwelijks zijn stem te verheffen om de hele film naar zich toe te trekken. Zijn lichaam, zijn zwijgen, zijn vermoeide blik en vooral zijn plotselinge uitbarsting in de rechtbank vertellen meer dan menig scenario nodig heeft. Het is dan ook Raimu die van regisseur Decoins donkere misdaaddrama uit 1942 veel meer maakt dan een klassieke whodunit.
Loursat woont met zijn dochter Nicole in een groot, vervallen huis in een provinciestad. Ooit was hij een gevierd advocaat, maar nadat zijn vrouw hem heeft verlaten, is hij afgegleden in alcohol, verbittering en totale onverschilligheid. Vader en dochter leven onder hetzelfde dak, maar zijn emotioneel mijlenver van elkaar verwijderd. Wanneer Loursat op een nacht een lijk op zolder aantreft, blijkt plots dat de jongeren met wie Nicole omgaat meer met de moord te maken hebben dan aanvankelijk wordt gedacht. Een verdachte wordt aangewezen, een onderzoek begint en uiteindelijk belandt de zaak in de rechtszaal.
Maar het moordmysterie is eigenlijk slechts de motor van iets veel interessanter. Les Inconnus Dans La Maison gaat uiteindelijk niet over de vraag wie de moordenaar is, maar over een maatschappij die haar jongeren aan hun lot overlaat en vervolgens verbaasd is wanneer het misgaat. Simenon leverde het uitgangspunt, maar Henri-Georges Clouzot, die het scenario schreef, legt er een uitgesproken maatschappelijk en bij momenten bijzonder cynisch accent in. De bourgeoisie van de provincie krijgt er behoorlijk van langs.
Het fascinerende is dat deze crime daarmee eigenlijk twee processen tegelijk voert. In de rechtbank wordt een jongeman van moord beschuldigd, maar Loursats uiteindelijk pleidooi richt zich veel nadrukkelijker tegen de volwassenen die hem en zijn generatie hebben laten ontsporen. De jongeren zijn niet noodzakelijk onschuldig, maar de volwassenen die hen voortdurend negeren, vernederen of aan hun lot overlaten, kunnen evenmin met schone handen uit de zaal verdwijnen.
Daar wordt Raimu – Orson Welles noemde hem niet zonder reden de grootste acteur ooit – werkelijk fenomenaal. Lange tijd lijkt Loursat nauwelijks nog te leven. Hij drinkt, moppert, verwaarloost zichzelf en heeft zich vrijwel volledig uit de maatschappij teruggetrokken. Raimu speelt hem niet als een klassieke tragische held, maar als een man die zichzelf allang heeft opgegeven. Juist daardoor krijgt zijn terugkeer naar de advocatuur iets explosiefs. Wanneer hij in de rechtbank opnieuw zijn toga aantrekt, lijkt niet alleen een advocaat maar ook een mens opnieuw tot leven te komen.
De beroemde slotpleidooien vormen dan ook het onbetwiste zwaartepunt van de prent. Daar verandert het juridische onderzoek in een morele afrekening. Loursat verdedigt niet alleen een verdachte, maar hij klaagt een hele gemeenschap aan. Het is melodramatisch, soms nadrukkelijk en vandaag misschien zelfs wat retorisch, maar Raimu maakt het onweerstaanbaar. De woorden krijgen gewicht omdat je voordien zo lang hebt gekeken naar een man die nauwelijks nog woorden over had.

Decoin houdt de regie overwegend sober. Hij is geen stilist die zich voortdurend tussen de kijker en het verhaal wil plaatsen. Dat heeft voordelen, maar ook beperkingen. Sommige scènes dragen nog duidelijk de theatrale erfenis van het Franse cinema van de jaren veertig en verschillende jongere acteurs ogen vandaag minder overtuigend dan Raimu en de sterke bijrollen. Ook het ritme is niet overal even strak: de film neemt behoorlijk wat tijd om naar zijn grote finale toe te werken.
Maar die traagheid heeft ook iets aantrekkelijks. Decoin laat de ‘rot’ langzaam zichtbaar worden. Het huis van Loursat is daarbij meer dan een decor. Het is bijna een fysieke voorstelling van de toestand waarin de personages verkeren: groot, ooit indrukwekkend, maar inmiddels vervallen en gevuld met mensen die naast elkaar leven zonder elkaar nog werkelijk te bereiken.
Dat maakt de titel achteraf bijzonder toepasselijk. De ‘onbekenden’ in het huis zijn niet alleen de jongeren die zich ‘s nachts door de vertrekken bewegen. Het zijn ook de mensen die elkaar dagelijks ontmoeten en toch vreemden voor elkaar zijn geworden. Vader en dochter. Ouders en kinderen. De burgerlijke gemeenschap en haar jeugd. Iedereen leeft in hetzelfde huis, maar niemand lijkt nog werkelijk te weten wie de ander is.
Daarin blijft de film opvallend actueel. Niet omdat de plot vandaag nog bijzonder verrassend zou zijn, maar omdat de centrale vraag nauwelijks verouderd is: wat gebeurt er wanneer een samenleving haar jongeren vooral beoordeelt op hun misstappen, maar nauwelijks kijkt naar de omstandigheden waarin die misstappen ontstaan?
Ook daarom is Les Inconnus Dans La Maison interessanter als maatschappelijk drama dan als misdaadfilm. De ontknoping van de moordzaak is uiteindelijk minder belangrijk dan de weg ernaartoe. Het echte mysterie is niet wie de dader is, maar hoe een hele gemeenschap zo blind kan zijn voor wat zich onder haar eigen dak afspeelt.
Les Inconnus Dans La Maison is misschien niet de meest subtiele film uit de Franse cinema van de jaren veertig en ook niet het strakst geconstrueerde misdaaddrama. Maar de combinatie van Simenons – de auteur wiens roman aan de basis ligt van deze verfilming – sociale blik, Clouzots venijn en Decoins degelijke regie levert een drama op dat veel langer blijft nazinderen dan zijn wat conventionele detectiveplot doet vermoeden.
Genre: drama, misdaadfilm
Jaar: 1942
Regie: Henri Decoin
Cast: Raimu, Juliette Faber, Gabrielle Fontan, Jean Tissier, Noël Roquevert, Mouloudji
Land: Frankrijk
Speelduur: 95 minuten.