The Housemaid is al een tijdje gehuld in gehypete en financiële geheimdoenerij en nochtans behoort Paul Feigs – The School for Good and Evil, Last Christmas en de feminiene versie van Ghostbusters – nieuw hersenspinsel gewoon thuis in het inmiddels vertrouwde subgenre van de domestic thriller. Het uitgangspunt is bekend: een jonge vrouw met een ferme rugzak aan problemen en afkomstig uit de lagere bevolkingsklasse, wordt opgenomen in een heel welstellend huishouden waar onderdrukte spanningen rond macht, afhankelijkheid en verlangen langzaam naar de oppervlakte komen. Waar dit genre nochtans ruimte biedt voor scherpe sociale analyse, blijft The Housemaid steken in narratieve gemakzucht en thematische vrijblijvendheid.
Millie (Sydney Sweeney) leeft op de marge van de Amerikaanse samenleving. Ze is dakloos, bezit nauwelijks meer dan een gammele auto, maar slaagt er toch in een baan te bemachtigen als huishoudster bij de steenrijke familie Winchester. Ze woont in bij het gezin, krijgt een cosy kamer op zolder toegewezen en wordt geleidelijk deel van een schijnbaar zorgzame, maar fundamenteel disfunctioneel gezin. Nina (Amanda Seyfried), de vrouw des huizes, vertoont psychische instabiliteit en Andrew (Brandon – Drop en It Ends with Us – Sklenar), haar man, fungeert als ogenschijnlijk redelijke tegenpool. Het zijn archetypen die de prent nauwelijks overstijgt.
De centrale inzet van The Housemaid is onmiskenbaar de alomtegenwoordige jonge actrice Sydney Sweeney die in een recordtempo naam wist te maken in uitstekende producties als Reality, Eden, Immaculate en de series Euphoria en The White Lotus. Haar aanwezigheid structureert niet alleen het narratief, maar ook de blik van de film zelf. Sweeney belichaamt een hedendaags Hollywoodfenomeen: een actrice die tegelijk wordt ingezet als embleem van kwetsbaarheid en als erotisch kapitaal en die zich beweegt op het snijvlak van arthouse-ambitie en commerciële exploitatie. In voornoemde prenten als Reality en Immaculate werd dat spanningsveld nog productief aangewend, doch in The Housemaid verwordt het tot een leeg stijlmiddel.

Millie’s karakterontwikkeling wordt gereduceerd tot uiterlijke signalen: een fake-bril, een net kapsel en een strakkere korte jurk, terwijl haar échte sociale positie nauwelijks wordt onderzocht. Armoede functioneert hier niet als structurele realiteit, maar als dramatisch contrast dat het luxueuze decor extra ‘glans’ moet geven. De thriller kijkt niet ‘met’ Millie, maar ‘naar’ haar en bevestigt daarmee precies de machtsverhoudingen die ze ogenschijnlijk wil problematiseren.
De domestic of de huishoudthriller kent een rijke filmhistorische traditie: van The Servant (Joseph Losey, 1963) tot Single White Female (Barbet Schroeder, 1992) of recentere titels als The Handmaiden (Park Chan-wook, 2016) en Parasite (Bong Joon-ho, 2019). In die psychologische huiverdrama’s fungeren de riante woningen als ideologische ruimte: plaatsen waar klassenverhoudingen worden geënsceneerd en ondermijnd. The Housemaid daarentegen gebruikt de villa louter als decor voor plotmatige escalaties.
Zelfs expliciete verwijzingen zoals het opsluiten van Millie op zolder, een motief dat herinnert aan Flowers in the Attic (Jeffrey Bloom, 1987), blijven zonder betekenisvolle uitwerking. Geweld en vernedering worden ingezet als sensationele wendingen, maar missen elke vorm van psychologische consequentie. Lichamen lijken onkwetsbaar, trauma’s omkeerbaar en morele breuken tijdelijk. Het gevolg is een film die voortdurend suggereert dat er iets op het spel staat, maar zelden overtuigt.
Het meest problematische aspect is de manier waarop The Housemaid met sociale ongelijkheid omgaat. Millie’s precaire bestaan wordt wel benoemd, maar nooit verbonden aan een breder systeem. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Parasite of La Cérémonie (Claude Chabrol, 1995) ontbreekt elke poging om klasse als structurele macht te begrijpen. De relatie tussen Millie en Andrew wordt niet gelezen als asymmetrisch of problematisch, maar als romantische ontsnapping, in feite een voorspelbare fantasie die de onderliggende afhankelijkheid zorgvuldig uitwist.

Ook Nina’s personage wordt slachtoffer van die reductie. Haar psychische instabiliteit fungeert niet als ingang tot complexiteit, maar als narratief obstakel. Ze wordt geportretteerd als een ongeloofwaardige hysterische antagoniste, zonder agency of context ofte handelingsvrijheid, wat dit drama nog verder verwijdert van elke feministische of sociaalkritische connotatie. Bovendien is de mannelijke hoofdfiguur een totaal ongeloofwaardig bijna postkaarttypetje dat tot halverwege de film moet fungeren als een over the top-tegenpool van zijn plotse enge karakteriële ontplooiing naar het einde toe.
Feig laat het verkennen van klassendynamieken, verlangen en vervreemding binnen het hedendaagse burgerlijke huishouden, onbegrijpelijk links liggen. In plaats daarvan beperkt hij zich tot het reproduceren van de clichés uit de oorspronkelijke succesroman The Housemaid (vertaald als De Hulp) uir 2022 van Freida McFadden, doch kritiekloos verpakt in een schijn van valse verfijning. Noch de cameravoering, noch het scenario weten aan de banaliteit te ontsnappen en wat een verontrustend portret van moderne ongelijkheid had kunnen zijn, verwordt tot een voorspelbaar verhaal, aangekleed met handleidingachtige schrikeffecten en oppervlakkige erotiek.
Kortom: The Housemaid is een typisch hedendaagse commerciële Hollywoodiaanse domestic thriller die doet alsof hij deelneemt aan een kritisch genre, maar zich in de praktijk conformeert aan de veiligste vormen van mainstreamentertainment. De thematische beloftes zoals klasse, macht en verlangen, worden niet uitgewerkt, maar gestileerd en geneutraliseerd. Toegegeven het American Eagle Jeans eugenenetische-brand-culture-war-‘fenomeen’ Sydney Sweeney draagt de film met zichtbaar vakmanschap, maar wordt tegelijk gereduceerd tot icoon in plaats van personage.
Wat resteert is een gladde, voorspelbare, conformistische, Barbie-achtige, doch snackable thriller die de schijn van ernst ophoudt, maar uiteindelijk weinig te zeggen heeft over de wereld die hij afbeeldt. Voor een genre dat bij uitstek geschikt is om de spanningen van het hedendaagse huishouden te ontleden, is dat een gemiste kans van formaat want in wezen levert Feig niet meer dan een doorzichtig dienstmeisjessprookje af.
Genre: thriller, drama
Jaar: 2025
Regisseur: Paul Feig
Cast: Sydney Sweeney, Amanda Seyfried, Brandon Sklenar, Michele Morrone
Land: USA
Speelduur: 131 minuten