In een morsige, oude kroeg ergens in het Amerikaanse pikdonkere niets toont The Singers, de achttien minuten durende kortfilm van Sam A. Davis die genomineerd is voor de Oscar in de categorie Beste Kortfilm, hoe broos en tegelijk onverwoestbaar menselijke waardigheid kan zijn. Gebaseerd op een kortverhaal van Ivan Toergenjev, een van de grote klassieke Russische schrijvers, verplaatst de gespecialiseerde kortfilm-regisseur het negentiende-eeuwse bronmateriaal naar een hedendaagse rokerige bar waar bier en shots de vaste munteenheid vormen en waar aan het plafond geniette dollarbiljetten – met het gezicht van Benjamin Franklin als stille patroonheilige – de sporen dragen van generaties afgepeigerde arbeiders.
De setting is ogenschijnlijk banaal: een bont gezelschap zwaargehavende mannen uit de ruige arbeidersklasse, wit en zwart, verweerd en zwijgzaam, afgeleefd en kettingrokend, zit er zijn drank en zijn demonen te verzorgen, maar ook zijn wonden te likken. Toch schuilt in die eenvoud de kracht van deze opmerkelijk intrigerende kortfilm. Davis kiest voor krappe close-ups en een benauwende nabijheid die elke rimpel, elke nervositeit en elke ingehouden emotie voelbaar maken. Je ruikt haast het bier op de besmeurde toog en ziet de giftige tabaksrook wurgend kringelen onder het vergeelde plafond. De cinematografie – warm gehuld in bruin en goudtinten – transformeert wat eerst aftakeling lijkt in een beeld van gedeelde geschiedenis en onverwachte verbondenheid.
Het narratieve startschot is even simpel als briljant: wie het best zingt, wint honderd dollar en een gratis pilsje. Wat begint als een licht beschonken grap onder een bende matig geïntoxiceerde mannen groeit snel uit tot een existentiële krachtmeting. Geen haantjesgedrag dat ontspoort in vuistslagen, geen karikaturale macho’s, maar wel een subtiele strijd om waardigheid. De camera blijft ironisch en heel even gefocust op een plastic vis die Take Me to the River – een soul-klassieker uit 1974, geschreven en gezongen door Al Green en later beroemd geworden in de rockversie van Talking Heads – playbackt, terwijl een toonloze stamgast gniffelend zijn mededrinkers fileert. Zwarte humor en melancholie vloeien naadloos in elkaar over.
De uitstekende cast speelt met een naturel dat heel zeldzaam is in een kortfilm. Kelly geeft zijn schuchtere Jakov een breekbare intensiteit terwijl hij solo zingt in een felverlichte badkamer – afgesneden van de warme kroegkleuren – een raak moment van pure kwetsbaarheid. Smither fungeert als moreel zwaartepunt: wanneer hij inzet, valt de ruimte stil en lijkt het even of de tijd zelf luistert. Yung, als barman en ordende kracht, steelt de show met een spontane eruptie van emotie. Corcoran sluit af met een gedragen versie van Vesti la giubba, de beroemde aria uit de Italiaanse opera Pagliacci van Ruggero Leoncavallo, die hier niet bombastisch, maar doorleefd klinkt als een laatste restje trots in een wereld die neigt de dreigende humane ontreddering te omarmen.

Wat The Singers ver boven het gemiddelde niveau van een doorsnee kortfilm tilt, is hoe geluid en beeld samen een spanningsveld creëren tussen wanhoop en hoop. Het geluidsontwerp suggereert dreiging, maar onder die laag sluimert iets teder. Hoop ontstaat hier niet ondanks de ellende, maar door het intense groeps-verbindings-gebeuren. Muziek fungeert als instrument en verheft de onderbuik-personages even boven hun economische misère uit, zonder die te ontkennen. De honderd dollar en het gratis biertje zijn materiële prikkels, maar wat er werkelijk op het spel staat is erkenning.
Wie allergisch is voor symboliek kan struikelen over de iets te nadrukkelijke metaforen zoals onder meer het prijzengeld als verlossing. Ook het theatrale uitgangspunt – één locatie, een wedstrijd, oplopende emotie – verraadt wel zijn literaire oorsprong. Maar Davis compenseert dat ruimschoots met technische beheersing en een scherp gevoel voor ritme. De prent bouwt geduldig op, neemt je gaandeweg mee om te eindigen met een emotionele mokerslag die lang nazindert.
In een filmlandschap dat vaak grossiert in ironie en afstand, kiest The Singers radicaal voor empathie. Dit muzikale ensembleportret schenkt zijn haveloze personages iets wat hen zelden wordt gegund, namelijk waardigheid. En precies daarin schuilt zijn urgentie. Wat in handen van een minder secure regisseur had kunnen verzanden in sociaalrealisme met een moraliserend randje, wordt hier een klein, maar essentieel statement over gemeenschap.
Een eenvoudige premisse, een enkele ruimte, een handvol gezichten, aanstekelijke muziek en zangstemmen, meer heeft Sam A. Davis niet nodig om te tonen dat menselijkheid zich vaak openbaart waar je ze het minst verwacht. The Singers – nu te zien via Netflix – is genomineerd voor een Oscar en voor ons is dit warm mannelijk collectief gebeuren nu al het prijsbeest tijdens de 98ste Academy Awards-ceremonie op 15 maart 2026 in het Dolby Theatre in Hollywood.
Genre: kortfilm, muziek, drama
Jaar: 2025
Regisseur: Sam A. Davis
Cast: Judah Kelly, Chris Smither, Will Harrington, Matt Corcoran, David Jenner, Graham Mackie
Land: USA
Speelduur: 18 minuten