Sommige regisseurs herken je aan hun stijl. Olivier Nakache en Éric Toledano herken je aan een gevoel dat blijft nazinderen wanneer de lichten in de bioscoopzaal al lang weer aan zijn. Al jaren staan ze garant voor publieksfilms met een warm hart en een feilloos gevoel voor timing: de lach net op tijd, de traan nooit te laat, denk maar aan parels als Intouchables, Hors normes en Le sens de la fête. Jawel, hun films hebben iets geruststellends: je weet min of meer wat je krijgt, maar hoopt stiekem toch telkens op dat beetje extra magie. Met Juste une illusion is dat er inderdaad opnieuw. Na het lichtjes minder onthaalde Une année difficile grijpt het duo terug waar het in uitblinkt: warmte, herkenbaarheid en personages die aanvoelen als mensen van vlees en bloed en die je bij wijze van spreken, ergens al eens bent tegengekomen, al is het maar in de spiegel.
We schrijven 1985. Vincent wordt bijna dertien en staat voor zijn Bar mitswa, het Joods ritueel waarbij een jongen religieus meerderjarig wordt. Thuis botst het geregeld tussen zijn moeder (Camille Cottin), een hardwerkende secretaresse met ambities en zijn vader (Louis Garrel), die liever de schijn ophoudt van een succesvolle carrière dan toe te geven dat hij werkloos is. Grote broer Arnaud (Alexis Rosenstiehl) leeft op het ritme van new wave, terwijl Vincent zelf vooral bezig is met vrienden, eerste liefdeskriebels en existentiële vragen van het type: hoe word ik cool zonder compleet belachelijk te zijn?
De film opent alsof iemand een VHS-band insteekt en je terug katapulteert naar de jaren 80 in al hun glorie: Renault-auto’s, videorecorders, bakkebaarden, cassettes, een hoge dosis Michel Drucker, de toen razend populaire Franse tv-presentator, RTL-koffer, het legendarisch radiospel van RTL, bedkamerposters van Grease, George Michael en The Rocky Horror Picture Show en een soundtrack die ergens tussen The Cure en Joy Division zweeft. In het begin voelt die nostalgische overdrive bijna als een te volle mixtape want het regie- en schrijverstweespan durft soms wel erg gretig in de grabbelton van eighties-iconografie graaien.

Het is soms nét iets te veel van het goede, alsof elke scène nog snel een extra referentie moest meepikken. Maar eens het verhaal op dreef is, kiezen ze gelukkig wel voor de juiste songs (uiteraard Just an Illusion van Imagination, Simply Red, 10 CC, Toto, Alan Parsons Project, Earth Wind and Fire, Christopher Cross, Fox the Fox, Francis Lai, enz). Wat begint als een trip down memory lane, groeit uiteindelijk uit tot een oprecht en fijnzinnig familieportret.
Want onder die laag haarlak en synthesizergeluiden schuilt een verhaal dat allesbehalve oppervlakkig is. De moeder droomt van emancipatie in een tijd waarin dat nog geen evidentie was. De vader worstelt met trots en schaamte in een economisch klimaat dat plots minder zekerheden biedt. En de kinderen? Die proberen gewoon hun plek te vinden in een wereld die plots een stuk groter (en ingewikkelder) lijkt. Herkenbaar? Reken maar, al blijven sommige verhaallijnen iets te braaf op veilig spelen, alsof de prent af en toe bang is om echt te schuren.
Het sterke aan Juste une illusion is dat deze komedie nooit enkel leunt op nostalgie, al flirt hij er soms wel gevaarlijk mee. Natuurlijk zijn er tal van knipogen, soms subtiel, soms met neonletters, maar het zijn de personages die impact hebben op het publiek. De chemie tussen de veelzijdige actrice, ex-lerares Engels en medeoprichter van het feministische productiehuis Malmö, Camille Cottin (Conasse, House of Gucci, Stillwater en de bekende Nespresso-reclames naast George Clooney) en het modern icoon van de Franse cinema Louis Garrel (L’innocent, Saint Laurent, J’accuse, Rifkin’s Festival), is heerlijk naturel: een koppel dat elkaar wat kwijt is, maar elkaar evenmin kan loslaten. Hun relatie is als een oude vinylplaat: hier en daar wat krassen, maar nog altijd dezelfde warme klank. Tegelijk had hun conflict af en toe toch wel wat meer scherpte mogen krijgen, maar de filmmakers kiezen iets te vaak voor zachtheid waar een tikje wrijving extra diepte had kunnen geven.
En dan zijn er de jonge talenten. Debutant en goed ogende Simon Boublil steelt moeiteloos harten als Vincent, een jongen die balanceert tussen kinderlijk enthousiasme en puberale onzekerheid. Alexis Rosenstiehl (Ceux qui comptent, Les ailes collées) overtuigt als grote broer die stoer wil doen, maar eigenlijk gewoon ‘un bon mec’ is. Jeanne Lamartine in de rol van Anne-Karine, het rebelse liefje van Vincent, is een stralende verschijning.

Zelfs Pierre Lottin (L’étranger, L’affaire Bojarski, En fanfare) duikt af en toe kort op als komische noot in de gedaante van een buurman die net dat tikkeltje te aanwezig is, maar precies daardoor werken zijn cameo-verschijningen aanstekelijk. En dat geldt ook voor de korte doch gevatte tussenkomsten van Rabijn Abourmad, een dankbare rol voor Rony Kramer die je zeker nog kent uit Conclave waar hij in de soutane van Kardinaal Mendoza rondliep. Toch neigen hier en daar sommige nevenpersonages wel naar karikatuur (de ouders van Anne-Karine), maar dat past ook binnen de licht uitvergrote toon van deze typisch Franse retro-prent.
Nakache en Toledano bewijzen opnieuw dat ze meesters zijn in het mengen van toon. Humor en ontroering dansen hier hand in hand, soms letterlijk zoals in een spontane en heel gave dansscène tussen Cottin en Garrel op I’m so Excited van The Pointer Sisters die meer zegt dan duizend dialogen. En ja, er zijn momenten die je van heel ver ziet aankomen, maar dat maakt ze niet minder effectief.
Cinefielen krijgen bovendien een paar smakelijke extra’s voorgeschoteld. Van een speelse knipoog naar Claude Lelouch tot echo’s van Un homme et une femme, maar gelukkig zonder ooit te vervallen in goedkope imitatie. Het is eerder een liefdevolle buiging dan een obligate referentie, al zal niet elke kijker daar evenveel boodschap aan hebben.
En zo wordt Juste une illusion uiteindelijk geen perfecte film want daarvoor leunt hij soms te hard op nostalgie en veilige keuzes, maar wel een zorgvuldig, meeslepend, warm, genereus, oprecht, ontspannend – met oog voor detail geregisseerd – feelgood familieportret vol leuke verwijzingen en liefdevolle knipogen. Kortom, een flick die je zelfs met veel plezier nog wel een tweede keer wil zien.
Genre: komedie, nostalgie
Jaar: 2026
Regisseur: Olivier Nakache, Éric Toledano
Cast: Camille Cottin, Louis Garrel, Simon Boublil, Alexis Rosenstiehl, Pierre Lottin
Land: Frankrijk
Speelduur: 119 minuten