Subscribe Now
Trending News
Cannes 2026 #1
PAN'S LABYRINTH (c) The Movie Database (TMDB)
Festivalblog

Cannes 2026 #1 

Naar goede gewoonte begon de 79ste editie van het filmfestival van Cannes met een klassieker. Pan’s Labyrinth van Mexicaan Guillermo Del Toro blijft nog steeds overeind. Zijn prent is een van de zeldzame fantasyfilms die tegelijk sprookje, horrorfilm én politieke tragedie durft te zijn. De regisseur maakte vroeger al indruk met de gotische spookfilm The Devil’s Backbone, maar hier vond hij pas echt het evenwicht tussen gruwel en poëzie. Del Toro situeert zijn donkere fabel in het Spanje van 1944, waar de fascisten na de burgeroorlog nog steeds jagen op verzetsstrijders. Maar de echte kracht van Pan’s Labyrinth zit hem in de manier waarop hij historische horror vermengt met kinderlijke fantasie zonder ooit sentimenteel of vrijblijvend te worden. Wat meteen opvalt, is hoe weinig Del Toro geïnteresseerd is in klassieke monsters. Ze zijn niet schattig of heroïsch maar grotesk, ambigu en vaak ronduit angstaanjagend. De Pale Man met ogen in zijn handpalmen is intussen even iconisch als Hellboy. Zoals steeds bij Del Toro is de echte slechterik een mens. Sergi Lopez als Captain Vidal speelt hem niet als een theatrale boeman, maar als een ijskoude bureaucraat van het fascisme. Daardoor worden de scènes in realiteit vaak nog verontrustender dan die in het fantasygedeelte. Visueel blijft Pan’s Labyrinth indrukwekkend. Heel graag gezien, voor de zesde keer, denk ik.

LA VÉNUS ÉLECTRIQUE (c) The Movie Database (TMDb)
LA VÉNUS ÉLECTRIQUE (c) The Movie Database (TMDb)

De openingsfilm van dit jaar was zoals te verwachten en te voorzien een Franse film die vooral lichte kost serveert. Geen film die in een competitie ook maar een prijs zou winnen. Maar La Vénus électrique van Pierre Salvadori verveelt niet en voelt aan als een leuk stukje boulevardcinema. Gesitueerd in het Parijs van vlak na de Eerste Wereldoorlog volgt de film een schilder (Pio Marmaï) die na de dood van zijn vrouw geen inspiratie meer vindt. Wanneer een circusartieste die zich voordoet als een amateur-hypnotiseur (Anaïs Demoustier) hem probeert te helpen contact te maken met zijn overleden muze ontspoort alles in een kettingreactie van romantische misverstanden, artistieke frustraties en absurde situaties. Salvadori mixt daarbij melancholie met screwball-komedie en een flinke scheut nostalgische fantasie. Dit voelt meer iets aan dat op de planken beter kan scoren dan in de cinema, tenminste onder het huidige klimaat van bloedige ernst en extreem realisme. Wat je krijgt is romantische nostalgie, veel geblaat, comedy or errors en een beetje lachen met de dood. De film valt nog het best te omschrijven als een poor man’s Jean Pierre Jeunet.

Morgen begint (hopelijk) een sterk festival. Maar de eerste zit is geen film, maar een ‘rencontre’ met Peter Jackson. Benieuwd of hij in korte broek en op blote voeten zal komen.

Related posts