Na Fatherland is Paper Tiger van James Gray – een heel slimme kerel – eindelijk nog eens een competitiefilm die me kon bekoren. In deze Amerikaanse film in het Hollywood-arme Cannes van dit jaar keert Gray terug naar de wortels van zijn meest persoonlijke films (Little Odessa, The Yards, We Own The Night). Opnieuw gaat zijn prent over twee broers en de (Russische) maffia. Het verhaal volgt Irwin (Miles Teller) en Hester (Scarlett Johansson), een koppel dat in het Queens van 1986 de Amerikaanse droom tracht na te jagen. Maar dan komt Irwins flamboyante broer (Adam Driver) opdagen met het voorstel om advies te geven aan een bedrijf dat gerund wordt door de Russische maffia. Dit is Grays misdaadverhaal dat duidelijk alludeert aan de ‘greed is good’-cultuur onder Ronald Reagan en dat nu volledig ontspoord is in het huidige Amerika. De film mag dan vrij conventioneel opgebouwd zijn, hij vertelt een stevig verhaal – een Griekse tragedie op zijn Amerikaans – wordt gedragen door prima acteurs en boeit van begin tot einde. Dat maakt Paper Tiger tot een van de beste films in de competitie. Niet iedereen is het daarmee eens. Voor sommigen moet een film vooral geen verhaal vertellen en hopeloos saai zijn. Scarlett Johansson speelt een sleutelrol in de film, maar ze kon niet aanwezig zijn aan de Côte d’Azur omdat ze bezig is met de opnames van de Exorcist-reboot. Regisseur James Gray had wel een boodschap van haar, waarin ze vertelde dat de opnames een van de leukste uit haar carrière waren.

Na Peter Jackson was het de beurt aan Cate Blanchett om in de ‘rencontre’-zetel plaats te nemen. De voormalig voorzitster van de Cannes-jury sprak openhartig over haar carrière, haar engagement en haar manier van werken. Over haar rol als juryvoorzitster in 2018 was ze ontwapenend praktisch: “Ik belde Guillermo Del Toro en hij zei me: ‘kom als eerste aan en ga elke keer op een andere stoel zitten.’ Het klinkt banaal, maar als je altijd op dezelfde stoel zit, is het altijd dezelfde persoon die als eerste spreekt. Een jurylid zijn is geen kwestie van smaak, maar van aandacht voor wat de filmmaker probeert te maken.” Over de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in de industrie was ze ronduit: “Er zijn 10 vrouwen en 75 mannen. Ik hou van mannen. Maar dezelfde grappen blijven komen. Het wordt gewoon vervelend.” Over ontheemde filmmakers en het Displacement Film Fund dat ze mede oprichtte zei ze: “Tien jaar geleden waren 60 miljoen mensen ontheemd. Vandaag meer dan 120 miljoen. Als je ontheemd bent, hou je niet op filmmaker te zijn. De gemiddelde duur van een ontheemding: 19 jaar. Een hele carrière verloren.” En over de rol van festivals in een tijdperk van platformen en algoritmes: “Festivals zijn een beetje als ijsberen op ijsschotsen. Dit is waar discussie en verspreiding plaatsvinden, niet alleen van films, maar van wat de samenleving doorkruist.”

De Franse competitiefilm Garance van Jeanne Herry legt het probleem van het festival bloot. Deze film is niet onoverkomelijk slecht, maar hij had nooit in de competitie mogen belanden. De prent handelt over de jonge actrice Garance, wiens leven – zoals de film zelf – voortkabbelt zonder verrassingen. Ze vindt troost en steun in alcohol. Dat is zowat het verhaal. Dit had een kortfilm van een kwartier moeten zijn. Maar neen, je wordt twee uur geïrriteerd door repetitief gedoe. Soms denk ik dat dit zogenaamde ‘realisme’ de dood is van de cinema. Maar goed, Adèle Exarchopoulos is het beste aan de film – maar dat maakt hem nog niet interessant.

In Cannes Classics werd de documentaire Maverick: The Epic Adventures of David Lean voorgesteld in aanwezigheid van regisseur Barnaby Thompson en – daar is ze opnieuw – Cate Blanchett, die de vertelstem leverde. De film is heel klassiek opgebouwd, maar brengt niet zomaar de carrière van de regisseur van Lawrence of Arabia in kaart. Hij probeert bovenal de man achter de filmmaker te begrijpen. Niet dat dit helemaal lukt, want de man was extreem complex. Het cinematografische genie van Lean staat in fel contrast met een gekwelde romanticus die in zijn eigen leven nooit stabiliteit kon vinden. Even tragisch is de relatie tussen David en zijn vader, een fanatieke quaker die zijn eigen zoon dom vond en weigerde zijn films te zien. Kenneth Branagh zorgde voor de stem van Lean, en Wes Anderson, Paul Greengrass, Alfonso Cuarón, Francis Ford Coppola, Denis Villeneuve en anderen komen aan bod met commentaren over Leans cinema. Thompson legde zijn keuze voor Blanchett als verteller uit: “Ik wilde een vrouwenstem omdat een groot deel van David Leans verhaal draait om zijn relaties met vrouwen. Cate brengt mededogen mee, maar zonder oordeel.”