Na een afwezigheid van tien jaar keerde Nicolas Winding Refn, de Deense regisseur van Drive en The Neon Demon, voor de vijfde keer terug naar Cannes. Her Private Hell, gepresenteerd Buiten Competitie, vindt zijn oorsprong in een ingrijpende ervaring: Refn visualiseerde het project na een bijna-doodervaring ten gevolge van ernstig hartfalen. Op de première vertelde hij het publiek dat hij gedurende 25 minuten klinisch dood was geweest voor hij gereanimeerd werd. Het verhaal speelt zich af in een neon-doorweekte dystopische metropool. Elle (Sophie Thatcher) is de verveelde dochter van een machtige vaderfiguur genaamd Johnny Thunders, die haar dagen slijt in de penthousesuite van een hotel boven een mysterieuze mist die de stad omhult. Tegelijkertijd daalt Private K (Charles Melton), een Amerikaanse soldaat, af in die mist, op zoek naar zijn verdwenen dochter. Geluid, beeld en de oeverloze muziek van Pino Donaggio zijn geweldig, maar het verhaal is onbegrijpelijk. Je kan er kop noch staart aan krijgen. Dit is een Lynchiaanse nachtmerrie, maar in tegenstelling tot Lynch weigert Winding Refn enige houvast te geven aan zijn publiek. Dat maakt de film ook saai en dus onverkoopbaar. Winding Refn moet dringend met de voeten op de grond komen.
Vesna, een Baltische film van Rostislav Kirpičenko die als special screening werd vertoond, bleek een van de grootste verrassingen van het festival. De prent handelt over bezet Oekraïne. De Russen verbieden de begrafenis van geëxecuteerde Oekraïense burgers, collaborateurs in hun ogen. Andriy, een 35-jarige priester, ziet zijn kerk herschapen worden in een lijkenhuis. Hij wordt gedwongen de lichamen op te slaan voor ze verdwijnen in massagraven. Maar in het geheim verzet hij zich: hij identificeert de doden en geeft hen terug aan hun families voor een waardige begrafenis. De winter bevriest de aarde en de dreiging neemt toe, vooral omdat de Russische soldaten meestal dronken en almaar agressiever worden. Vesna is een bikkelharde film die lijkt te waarschuwen dat wat in Oekraïne gebeurt ook de Baltische staten kan overkomen. In één scène moet je heel even lachen met een tienjarig jongetje dat in zijn naïviteit de Russen in hun gezicht fascisten noemt. Twee minuten later ben je helemaal van de kaart door de reactie van de Russen. Zal nog lang in mijn hoofd spoken. Vesna is het speelfilmdebuut van de in Litouwen geboren, in Oekraïne opgegroeide filmmaker Kirpičenko en een Europese coproductie tussen Litouwen, Oekraïne en Frankrijk.

Negen jaar na zijn laatste film is Andrey Zvyagintsev terug met de competitiefilm Minotaur. De Russische regisseur bracht jaren door met langzaam herstellen in Duitsland na een covid-infectie die zijn longen bijna vernietigde. Minotaur is een remake van Claude Chabrols klassieke satire La Femme infidèle uit 1969. De rijke CEO van een transportbedrijf vermoedt dat zijn vrouw een minnaar heeft. Hij huurt een man in om dat te onderzoeken. En inderdaad, de vrouw bezoekt regelmatig een fotograaf. De CEO besluit hem op te zoeken – met desastreuze gevolgen. Zvyagintsev volgt min of meer het verhaal van Chabrol, maar plaatst het binnen de context van de rekrutering van soldaten voor de oorlog tegen Oekraïne. Daardoor wordt dit een heel ander verhaal. Er zitten bovendien ook elementen van Psycho en Patricia Highsmiths misdaadverhalen in. Al bij al is dit de eerste echte gitzwarte satire van Zvyagintsev, een die de corruptie van het staatsapparaat en de gegoede burgerij aan de kaak stelt. Bovendien toont hij dat de gemiddelde Rus de oorlog in Oekraïne als een normale militaire operatie accepteert. Zoals gewoonlijk bij deze regisseur is de film op cinematografisch vlak vlekkeloos en tref je er geen enkel sentimenteel moment in. Na de vertoning barstte de zaal los in een tien minuten durende ovatie. Een zeer sterke kanshebber voor de Palme d’Or.

Pedro Almodóvars Amarga Navidad (of Bitter Christmas) kon me niet helemaal bekoren. Het lijkt wel of Almodóvar zichzelf de laatste tijd als onderwerp neemt. De film volgt twee parallelle verhalen: dat van Raúl Rossetti, een scenarioschrijver en regisseur met een creatieve blokkade, en dat van Elsa, ook een regisseur. Maar het verhaal van Elsa wordt geschreven door Raúl, die zijn inspiratie deels haalt uit het leven van zijn assistente Mónica. Almodóvars autobiografische film stelt de vraag: mag een kunstenaar het leven van de mensen rondom hem plunderen voor zijn kunst? Het duurt lang voor Almodóvar laat zien waar hij naartoe wil. Dat maakt de eerste helft van de film nogal eentonig en weinig (melo)dramatisch. Bovendien voelt het hele script wat te geconstrueerd aan. Dat hoeft geen probleem te zijn, maar Almodóvar kan het artificiële niet verbergen. Daarbij heb je met de Asghar Farhadi-film al een soortgelijke film gezien. Geen Gouden Palm voor Almodóvar, denk ik. Heel misschien een prijs voor het script.