Subscribe Now
Trending News
Film Fest Gent zoomt met Classics 2026 in op het oeuvre van Maître Éric Rohmer
ÉRIC ROHMER (c) Film Fest Gent
Artikel

Film Fest Gent zoomt met Classics 2026 in op het oeuvre van Maître Éric Rohmer 

Het Film Fest Gent 2026 nadert met rasse schreden. Woensdag 7 oktober trekt Coward, de in Cannes bekroonde derde langspeelfilm van de Gentse regisseur Lukas Dhont, de negendaagse filmmarathon op gang. Het programma is – zoals steeds – bijzonder uitgebreid en bestaat naar goede gewoonte ook deze keer uit diverse onderdelen en competities en tal van bijzonder interessante randactiviteiten voor zowel cinefielen, maar vooral ook voor het grote publiek.

Een belangrijk onderdeel om gretig naar uit te kijken is zoals steeds het Classics-programma dat opnieuw is samengesteld door Patrick Duynslaegher, de voormalige erudiete filmcriticus voor Knack magazine en de decenniumlange hoofdredacteur van Knack Focus. Van 2011 tot 2018 was hij tevens artistiek directeur van Film Fest Gent. Hij schreef onder meer voor Sight & Sound, the International Film Guide, Variety en Vrij Nederland en is de auteur van vier boeken. Al jaren is Duynslaegher ook actief als onder meer programmator/curator van het Classics-onderdeel, dat dit jaar onder de titel ‘Dwalen het verlangen’ een uiterst boeiende retrospectieve brengt van het oeuvre van Éric Rohmer. Maar wie is die Rohmer alweer? En waarom blijft zijn cinema anno 2026 fascineren? Wij zetten je alvast even op weg.

LA RAYON VERT (c) Film Fest Gent
LA RAYON VERT (c) Film Fest Gent

Chroniqueur van de Franse middenklasse

Er zijn weinig cineasten die zo overtuigend hebben bewezen dat er in cinema niets hoeft te gebeuren om alles op het spel te zetten. Bij Éric Rohmer (21.03.1920 – 11.01.2010) volstaat een wandeling, een gesprek op een terras of een ontmoeting aan een eettafel om een hele morele wereld in beweging te brengen. Zijn personages praten over liefde, trouw, toeval, geloof en verlangen, terwijl hun woorden hen steeds verder verraden. Wat eruitziet als vrijblijvende praatcinema, blijkt bij nader toezien een uiterst precieze anatomie van menselijke zelfmisleiding. Precies daarin schuilt de blijvende moderniteit van Rohmer.

Wanneer de Franse Nouvelle Vague ter sprake komt, duiken doorgaans eerst de namen van Jean-Luc Godard en François Truffaut op. Zij waren de beeldenstormers die de filmtaal openbraken, de camera de straat op stuurden en de conventies van de klassieke cinema frontaal aanvielen. Maar Éric Rohmer, geboren als Maurice Schérer, was misschien de meest consequente en in zekere zin ook de meest radicale van het gezelschap. Zijn revolutie was alleen minder opzichtig. Geen jump cuts, politieke pamfletten of formele bravoure, maar gesprekken, wandelingen, toevalligheden en personages die zichzelf voortdurend proberen wijs te maken dat ze rationeel handelen.

Rohmer kwam uit de literatuur en de filmkritiek. Als een van de centrale figuren rond Cahiers du Cinéma maakte hij, samen met onder andere Truffaut en Godard, deel uit van de generatie die de ‘politique des auteurs’ op de kaart zette: de gedachte dat de regisseur de bepalende auteur van een film is, zoals een schrijver dat is van een roman. Rohmer was er tussen 1957 en 1963 bovendien hoofdredacteur. De overstap van de schrijftafel naar de filmset was dan ook minder groot dan hij lijkt. Zijn films zouden uiteindelijk de perfecte synthese worden van zijn twee grote obsessies: cinema en literatuur.

Toch is ‘literaire cinema’ een te eenvoudige omschrijving voor zijn werk. Rohmer illustreert geen ideeën met beelden, hij onderzoekt wat er gebeurt wanneer mensen proberen hun leven in ideeën onder te brengen. Zijn personages zijn vaak intelligent, verbaal begaafd en bijzonder goed in rationaliseren. Ze formuleren principes, construeren morele systemen en leggen zichzelf uit waarom ze zus en niet zo handelen. Maar ondertussen doet hun lichaam iets anders. Ze kijken net iets te lang naar iemand, stellen een afspraak uit, gaan toch naar een feestje of blijven langer dan gepland. Het verlangen trekt aan de ene kant, de rede probeert aan de andere kant de controle te behouden.

Dat spanningsveld vormt de ware motor van de Rohmeriaanse cinema. Zijn personages zeggen wat ze zouden moeten voelen en voelen wat ze eigenlijk niet zouden mogen voelen. De afstand tussen beide is vaak veel interessanter dan de uiteindelijke keuze. De personages liegen zelden bewust tegen elkaar, maar ze liegen veel vaker tegen zichzelf. Rohmer kijkt daar niet cynisch naar. Zijn blik is ironisch, soms speels en af en toe genadeloos, maar tegelijk opmerkelijk mild. Achter zijn morele experimenten zit een diep humanisme: mensen zijn nu eenmaal minder rationeel dan ze graag geloven.

Dat verklaart ook waarom zijn films, ondanks hun ogenschijnlijke eenvoud, zo moeilijk te imiteren zijn. Een Rohmer-film herken je vrijwel onmiddellijk. Niet door een opzichtig visueel handelsmerk, maar door de verhouding tussen tijd, ruimte, taal en toeval. Personages wandelen werkelijk van de ene plaats naar de andere. Afstanden hebben betekenis. Een strand is geen decor, maar een concrete ruimte waarin een verhouding zich ontwikkelt. Een appartement, café of tuin wordt geen neutrale achtergrond, maar een soort moreel laboratorium.

Rohmer wilde de werkelijkheid zo weinig mogelijk manipuleren. Hij filmde bij voorkeur op locatie en liet de geografische logica van die plaatsen intact. Zijn personages bewegen zich door echte landschappen en echte straten, waardoor de ruimte een actieve rol krijgt. Het is een van de redenen waarom zijn films vandaag nog altijd zo tastbaar aanvoelen. De wereld rondom de personages is niet geconstrueerd om hun emoties te illustreren, de emoties ontstaan uit hun confrontatie met die wereld.

MA NUIT CHEZ MAUD (c) The Movie Database (TMDb)
MA NUIT CHEZ MAUD (c) The Movie Database (TMDb)

De Rohmer-Almendros alchemie

De bedrieglijke eenvoud van Éric Rohmers films was geen toeval, maar het resultaat van een minutieus uitgekiende visuele filosofie. De man die deze filosofie hielp vertalen naar het witte doek was de legendarische Spaans-Cubaanse cameraman Néstor Almendros. Hun samenwerking, die begon bij de legendarische kortfilm La Boulangère de Monceau (1963) en culmineerde in meesterwerken binnen de Six Contes Moraux (zoals La Collectionneuse en Ma nuit chez Maud), herdefinieerde de wetten van de cinematografie. Rohmer en Almendros deelden een diepe afkeer van de ‘gekunstelde’ studiocineastiek. Hun credo was absoluut naturalisme.

Die naturalistische benadering werd in belangrijke mate bepaald door zijn samenwerking met cameraman Néstor Almendros. Vanaf La Boulangère de Monceau uit 1963 ontwikkelden zij een beeldtaal die haaks stond op de zware, artificiële studiocinematografie van die tijd. Almendros maakte intensief gebruik van natuurlijk licht en probeerde niet voortdurend de werkelijkheid naar zijn hand te zetten. In La Collectionneuse bijvoorbeeld wordt de zonovergoten villa bij Saint-Tropez niet alleen een decor, maar een fysieke aanwezigheid. De hitte, het licht en de traagheid van de zomerdagen lijken rechtstreeks door te werken in het gedrag van de personages.

Ook in Ma nuit chez Maud krijgt de cinematografie een bijzondere morele lading. Het zwart-wit van de winterse stad Clermont-Ferrand is niet zomaar mooi of stijlvol. Het creëert een wereld van contrasten die wonderwel aansluit bij de discussies over geloof, toeval, verlangen en moraal die zich tijdens de kerstnacht ontvouwen. De camera probeert die gesprekken niet groter te maken dan ze zijn. Integendeel: de soberheid van het beeld dwingt de kijker om te luisteren.

Dat laatste is essentieel. Rohmer gebruikte muziek spaarzaam en vermeed doorgaans de conventionele, non-diëgetische soundtrack die emoties voor de kijker voorschrijft. Wind, stemmen, verkeer, voetstappen, de zee: de concrete geluiden van de omgeving worden deel van de dramaturgie. Daardoor ontstaat een merkwaardige paradox. Hoe minder Rohmer de werkelijkheid manipuleert, hoe sterker wij ons bewust worden van de subtiele veranderingen binnen zijn personages.

Zijn oeuvre kreeg bovendien een bijna architectonische structuur. De Six Contes moraux, de Comédies et proverbes en de Contes des quatre saisons vormen geen toevallige verzamelingen, maar reeksen waarin Rohmer telkens opnieuw variaties maakt op verlangen, keuze en toeval. In de Contes moraux staat bijvoorbeeld vaak een man centraal die zichzelf ervan overtuigt dat hij trouw zal blijven aan een bepaalde vrouw, terwijl een onverwachte ontmoeting die overtuiging onder druk zet. Het interessante is niet zozeer welke vrouw hij uiteindelijk kiest, maar de mentale gymnastiek waarmee hij zijn gedrag vooraf en achteraf probeert te rechtvaardigen.

LES NUITS DE LA PLEINE LUNE (c) Film Fest Gent
LES NUITS DE LA PLEINE LUNE (c) Film Fest Gent

In Le Rayon Vert wordt dat mechanisme vanuit een heel andere invalshoek onderzocht. Delphine zoekt naar een vakantiebestemming, maar eigenlijk zoekt ze naar een vorm van emotionele zekerheid. Het beroemde groene licht aan de horizon wordt daarbij meer dan een natuurverschijnsel: het wordt een projectiescherm voor haar behoefte aan betekenis. In Les Nuits de la Pleine Lune, L’Ami de Mon Amie en de latere Contes des Quatre Saisons verschuift Rohmer het perspectief opnieuw, maar zijn centrale fascinatie blijft dezelfde: hoe proberen mensen hun verlangen te verzoenen met het beeld dat ze van zichzelf hebben?

Dat maakt Rohmer tegelijk een chroniqueur van de Franse middenklasse en een veel bredere observator van menselijk gedrag. Zijn personages behoren vaak tot een relatief comfortabel sociaal milieu, maar zijn daarom niet minder onzeker. Integendeel. Juist omdat hun fundamentele materiële problemen beperkt zijn, krijgen hun emotionele en morele dilemma’s alle ruimte. Rohmer observeert hen met de precisie van een entomoloog, maar zonder de kilte van een wetenschapper. Hij begrijpt hun zwakheden omdat hij hun rationalisaties ernstig genoeg neemt om ze nauwkeurig te onderzoeken.

Daarbij helpt het dat zijn cinema nooit helemaal samenvalt met zijn personages. Rohmer was persoonlijk een gelovige katholiek met uitgesproken conservatieve overtuigingen, maar zijn films fungeren niet als morele preken. Ze leggen geen definitieve antwoorden op. Zelfs wanneer een personage uiteindelijk denkt een morele keuze te hebben gemaakt, laat Rohmer ruimte voor twijfel. Misschien heeft hij werkelijk gekozen. Misschien heeft hij alleen een overtuigend verhaal over zijn keuze bedacht.

Precies daarom is de beroemde verwijzing naar ‘verf die droogt’ zo misleidend. Wie Rohmer uitsluitend als praatcineast beschouwt, mist wat er onder de woorden gebeurt. Zijn films hebben suspense, alleen niet de suspense van de klassieke thriller. De vraag is niet wie er zal worden vermoord of hoe een conflict zal aflopen. De spanning zit in de vraag wanneer iemand zichzelf niet langer kan overtuigen. Een blik, een stilte of een kleine verandering in een gesprek kan daardoor dramaturgisch explosiever worden dan een spectaculaire plotwending.

De invloed van Rohmer reikt dan ook veel verder dan de Franse cinema. Richard Linklaters Before Sunrise, Before Sunset en Before Midnight delen zijn vertrouwen in gesprekken, wandelingen en tijd als dramatische instrumenten. Bij Hong Sang-soo wordt de relationele geometrie opnieuw een spel van ontmoetingen, herhalingen en misverstanden. Ook filmmakers als Noah Baumbach en Mia Hansen-Løve hebben, ieder op hun eigen manier, laten zien dat een film over mensen die praten, twijfelen en rond elkaar heen bewegen helemaal niet klein hoeft te zijn.

Dat is misschien de belangrijkste reden waarom Rohmer vandaag opnieuw zo relevant aanvoelt. In een filmcultuur die steeds nadrukkelijker wordt bepaald door snelheid, visuele overdaad en onmiddellijk effect, verdedigt zijn cinema iets wat bijna ouderwets lijkt: aandacht. Aandacht voor een gezicht, een landschap, een stem, een stilte, een wandeling. Maar ook aandacht voor de tegenstrijdigheden van mensen die zichzelf graag als rationele wezens beschouwen.

LA COLLECTIONNEUSE (c) Film Fest Gent
LA COLLECTIONNEUSE (c) Film Fest Gent

Mary Stephen en de Rohmer-methode

Ook de aandacht voor zijn medewerkers is relevant. De aanwezigheid van monteur Mary Stephen, die jarenlang nauw met Rohmer samenwerkte, kan een ander beeld opleveren van de vaak mythische ‘Rohmer-methode’. Achter de ogenschijnlijke spontaniteit van zijn films ging immers een bijzonder gedisciplineerde manier van werken schuil. Repetities, herschrijvingen en montage bepaalden mee hoe natuurlijk de dialogen uiteindelijk klonken. De paradox is typerend voor Rohmer: hoe spontaner zijn films lijken, hoe groter de precisie waarmee die spontaniteit werd geconstrueerd.

Misschien is dat uiteindelijk ook de sleutel tot zijn blijvende aantrekkingskracht. Rohmers cinema is nooit werkelijk zo eenvoudig als ze eruitziet. Onder het oppervlak van die zonnige terrassen, Franse appartementen, stranden en gesprekken schuilt een streng systeem van observatie. Hij bestudeert de afstand tussen wat mensen zeggen en wat ze doen, tussen principes en verlangens, tussen toeval en keuze.

Rohmer overleed in 2010, maar zijn films zijn allerminst afgesloten hoofdstukken uit de filmgeschiedenis. Ze blijven vragen stellen die niet verouderen: hoeveel controle hebben we werkelijk over onze verlangens? Hoeveel van onze morele overtuigingen zijn achteraf geconstrueerd? En hoeveel van wat wij liefde, trouw of toeval noemen, is uiteindelijk een verhaal dat we over onszelf vertellen?

Daarom is Rohmer geen cineast die je uitsluitend moet bewonderen. Je moet vooral naar hem blijven kijken. Zijn films vragen geen haast, maar aandacht. En terwijl zijn personages eindeloos proberen te verklaren waarom ze doen wat ze doen, gebeurt er iets merkwaardigs bij de kijker: langzaam begin je te vermoeden dat ook jij niet altijd zo rationeel bent als je dacht.

Dat is de stille, maar uiterst radicale kracht van Rohmers cinema. Hij heeft de cinema niet groter gemaakt door haar spectaculairder te maken, maar door haar opnieuw te leren kijken naar het kleinste menselijke gebaar.

LA FEMME DE L'AVIATEUR (c) Film Fest Gent
LA FEMME DE L’AVIATEUR (c) Film Fest Gent

De FFG Classics-retrospectieve

De retrospectieve die Film Fest Gent in 2026 aan Rohmer wijdt, biedt daarom meer dan een gelegenheid om een aantal klassiekers opnieuw te bekijken. Het gedeeltelijk overzicht van Rohmers filmcarrière is een programmatische meesterzet die perfect verweven is met de bredere festivalbeleving. De programmatie, zoals reeds aangehaald, is samengesteld door Patrick Duynslaeger, en maakt het mogelijk om Rohmers oeuvre opnieuw als een samenhangend geheel te bekijken. Let op, want alle filmprojecties en talks aangaande het Rohmers-onderdeel vinden plaats in het in het Gentse centrum gelegen Auditorium 61 aan de Recollettelei 3.

Duynslaegher benadert Rohmer trouwens absoluut niet als een stoffig museumstuk, maar als een levend raderwerk binnen de hedendaagse auteurscinema. De retrospectieve is zo opgebouwd dat ze een directe dialoog aangaat met speciale festival-events en talks die de unieke werkmethode van de cineast blootleggen aan de hand van de vertoning van Rohmers drie iconische filmreeksen in hun volle glorie: de ‘Six Contes Moraux’ (jaren ’60-’70), de ‘Comédies et proverbes’ (jaren ’80) en de louterende ‘Contes des quatre saisons’ (jaren ’90). Hierdoor krijgt de bezoeker de unieke kans om de dertigjarige evolutie van zijn rigoureuze, minimalistische stijl chronologisch te absorberen.

Daarnaast vist Duynslaeger ook Rohmers zogenaamde ‘Hors Série’-films op. Rohmers solitaire projecten, zoals zijn historische boekverfilming Die Marquise von O… (1976) of zijn visionaire, digitaal geëxperimenteerde L’Anglaise et le Duc (2001). Het toont aan dat Rohmer tot op hoge leeftijd een stilistische vernieuwer bleef.

Om de ambachtelijke kant van Rohmers universum tastbaar te maken, haalt het festival de legendarische Frans-Chinese monteur Mary Stephen naar Gent. Stephen werkte meer dan 25 jaar lang intensief aan Rohmers zijde, van La Femme de l’aviateur (1981) tot zijn allerlaatste film. Tijdens de exclusieve talk ‘Editing Rohmer’ op 12 oktober om 16:30u zal zij – in gesprek met Duynslaegher – een inkijk geven in de intieme, kleinschalige keuken van hoe een filmcrew van soms amper vier mensen cinema van wereldformaat maakte.

In samenwerking met de Scenaristengilde organiseert FFG daarnaast op 14 oktober om 22u in Auditorium 61 nog een diepgaand panelgesprek met onder meer regisseur Bert Scholiers (F*** You Very Much, Charlie) en actrice Violet Braeckman (De Botoxmoorden, Heysel 85). Aansluitend op de vertoning van Conte d’automne (1998) ontleden zij hoe Rohmers unieke scenario’s tot stand kwamen, vaak via intensieve repetities waarbij acteurs zelf mee de dialogen mochten kneden tot ze een ongekende, organische spontaniteit bereikten.

Door deze evenementen overstijgt het Classics-programma van 2026 de loutere vertoning. Gecureerd door Duynslaegher en gedragen door getuigenissen van toen en nu, wordt Film Fest Gent 2026 een levend laboratorium waarin de bezoeker ontdekt hoe Rohmers geometrie van het woord vandaag nog altijd de blauwdruk vormt voor de beste praat- en relatiefilms ter wereld.

Related posts