Met hun tweede langspelfilm als regisseursduo zetten de Mexicaanse Fernanda Valadez en Astrid Rondero hun thematische zoektocht verder naar de impact van geweld, armoede en verlies op het individu. Bekend van hun indrukwekkende en veelvuldig bekroonde Sin señas particulares (Identifying Features, 2020), die wereldwijd lof oogstte om haar sobere, maar aangrijpende aanklacht tegen de Mexicaanse migratiecrisis, bouwen de cineasten in Sujo verder aan een sociaal geëngageerd, bijna elegisch oeuvre. Maar waar hun eerdere film zich onderscheidde door een uitgepuurde narratieve precisie en psychologische diepgang, voelt Sujo meer aan als een idee-fabel: krachtig in opzet, maar onevenwichtig in uitvoering.
We volgen de jonge Sujo in drie chronologisch opgebouwde episodes. Als klein kind wordt hij opgevangen door zijn tante nadat zijn vader, een huurmoordenaar, is omgebracht. Als tiener raakt hij steeds meer verstrikt in de machocultuur en het geweld dat zijn omgeving definieert. Pas als jongvolwassene lijkt er een uitweg te komen wanneer hij onder de vleugels van een progressieve docente het pad van onderwijs en reflectie inslaat.
De film tracht daarmee niet enkel een psychologisch portret te bieden van een jongen op zoek naar zichzelf, maar ook een allegorie op te bouwen over structureel geweld, generatiepatronen en de fragiele hoop op ontsnapping.
Hoewel Sujo ambitieus inzet op thematische rijkdom en visuele zeggingskracht, ontbreekt het de prent aan voldoende dramatische spanning en overtuigende personages om zijn gewicht te dragen. De drie levensfases worden lineair en statisch doorlopen met telkens lange scènes waarin stiltes, trage bewegingen en minimale belichting de toon zetten. Het is cinema van terughoudendheid – contemplatief, langzaam, esthetisch – maar die beheersing vertaalt zich zelden in echte diepgang. De symboliek ligt er vaak vingerdik op: de vaderfiguur als schaduw, de moeder als martelaar en het onderwijs als verlossing.

De stijl lijkt te leunen op traagheid als kunstgreep, zonder dat de innerlijke wereld van de personages rijk genoeg is om die leegte te vullen. De keuze om de vader van Sujo meestal van op de rug of als silhouet te tonen, werkt effectief als visueel motief, maar verliest zijn impact wanneer zulke ingrepen meer herhaling dan nuance opleveren.
In de beeldvoering is duidelijk talent aanwezig. D.O.P. Ximena Amann slaagt erin om landschappen, lichamen en blikrichtingen tot dragers van psychologisch gewicht te maken, maar deze coming-of-age vervalt geregeld in wat men ‘aangezet minimalisme’ – een vorm die ernst suggereert, zonder de thematiek werkelijk uit te diepen – noemt.
Thematisch snijdt Sujo bekende, maar nog steeds prangende onderwerpen aan zoals onder meer sociaal erfgoed, de vicieuze cirkel van geweld, het spanningsveld tussen opvoeding en vrije wil. Helaas hanteert deze tragedie daarbij een nogal binair schema: vrouwen zijn zorgend, beschermend, tragisch, maar moreel puur terwijl mannen verloren, agressief, slachtoffers én daders zijn. Die rolverdeling had gebroken kunnen worden, maar Sujo kiest eerder voor bevestiging dan ondermijning.
Het titelpersonage zelf is als personage weinig tastbaar. Hij is meer een vehikel dan een mens, een leeg blad waarop maatschappelijke omstandigheden worden geprojecteerd. Pas in het derde deel, wanneer hij als jongeman begint te lezen en reflecteren, groeit er iets van interne frictie. Toch komt dit ontwaken laat en blijft de ontwikkeling impliciet, wat de ontroering ondermijnt.
In plaats van morele ambiguïteit of existentiële onvoorspelbaarheid te tonen – wat je zou verwachten van een drama over de grens tussen dader en slachtoffer – vervalt Sujo in voorspelbare moraal: geweld is slecht en onderwijs is gelijk aan hoop. Dat is natuurlijk waar, maar voor cinema met ambitie is dat volgens onze mening wel onvoldoende.

Vergelijkingen met El eco van Tatiana Huezo of zelfs met het werk van Carlos Reygadas, liggen eigenlijk wel voor de hand. Die films weten introspectie en maatschappelijke kritiek te verbinden zonder hun personages te reduceren tot sjablonen. In Sujo ontbreekt het juist aan dat fijnmazige psychologisch weefsel. Alles is geladen met betekenis, maar weinig voelt werkelijk levend aan.
Sujo had kunnen profiteren van momenten van banaliteit, spontaniteit of zelfs lichtheid – elementen die echte jeugdervaringen tekenen – maar kiest bijna uitsluitend voor zwaarmoedigheid en symboliek. Daardoor gaat ook een deel van de geloofwaardigheid verloren.
Sujo is een ambitieuze vertelling die zichtbaar veel wil zeggen over lot, geweld, opvoeding en het verlangen naar ontsnapping als de kans op een ander leven. Maar ze doet dat op een manier die haar schematische personages verstikt in plaats van bevrijdt. Te overduidelijke symboliek en weemoed laten de emotionele kracht van de film mislopen. De vorm is doordacht, de thematiek urgent, maar het script en de regie missen de emotionele textuur en narratieve durf die een kroniek als deze nodig heeft.
Oké, een respectabel werk van twee bekwame makers, maar minder pakkend en minder raak dan het materiaal vraagt, maar desondanks toch werd bekroond op gerenommeerde filmfestivals als Sundance en San Sebastián en door Mexico werd ingestuurd als kandidaat voor de Oscar als Beste Niet Engelstalige film. Maar, oordeel vooral zelf.
Genre: drama, tragedie, coming-of-age
Jaar: 2024
Regisseur: Fernanda Valadez, Astrid Rondero
Cast: Hiroki Sano, Yoshinori Miyata, Nairu Yamamoto, Hoang Nhu Quynh
Land: Mexico, USA, Frankrijk
Speelduur: 126 minuten