België’s meest populaire comicfamilie vertrekt in De duistere Diamant op vakantie naar de sprookjesachtige Ganzenhoeve van baron de Lacheloze ergens op het Nederlandse platteland. Uiteraard doorkruist de hyperkinetische, koppige en naïeve Lambik in z’n gekende rode jeep eerst de helft van Europa vooraleer hij Tante Sidonia, Suske, Wiske en Schanulleke veilig op hun vakantiebestemming brengt. Daar worden ze met open armen ontvangen door Alwina, een aardige gastvrouw die over buitengewone toverkrachten beschikt. De buitensporig nieuwsgierige en emotionele impulsieve Wiske wil daar natuurlijk het fijne van weten. Samen met de onbezonnen, maar moedige Suske vindt ze een grote mysterieuze zwarte steen die de bolleboos in rode T-shirt prompt aan zijn liefdevolle Tante Sidonia schenkt. De rijke en adellijke gastheer toont overdreven interesse voor deze opvallende onyx en overtuigt met zijn bedenkelijke charmes de boomlange romantische Sidonia om deze excentrieke steen aan hem te verkopen. Vrijwel onmiddellijk wordt de rijzige tante dodelijk ziek. Alwina ruikt onraad en snelt ter hulp, want wie in het bezit is van de duistere steen, verliest blijkbaar alle levensvreugde om uiteindelijk te sterven. Er is hoop, maar dan moet eerst de eeuwenoude vloek worden doorbroken. De Teletijdmachine van professor Barabas zoeft de bezorgde helden naar de ongure middeleeuwen, waar ze het moeten opnemen tegen de hardvochtige Zwarte Ridder. Of dit arglistige avontuur goed afloopt, verklappen we lekker niet!

Olivetti 82-regisseur Rudi Van Den Bossche nam, na eindeloze vertragingen en aloude financieringsproblemen, de verfilming van Vandersteens razend populair cultureel erfgoedproject over van Dominique Deruddere. Geen makkelijke opgave, maar het resultaat mag zeker worden gezien. Het scenario is gelukkig geen routineus doorslagje van het succesvol stripalbum uit 1958, maar een persoonlijke, schelmse, gewaagde en emotierijke overheveling van het volkse stripuniversum naar het witte scherm. Het is zelfs onvoorstelbaar hoe Van den Bossche er met brio in slaagt om de getekende personages aanvaardbaar om te vormen tot mensen van vlees en bloed. Toegegeven, deze avonturenfilm blijft een bijna onvermijdelijk slapstick en cartoonesk sfeertje uitademen maar so what?. Van jong tot oud – iedereen is opgegroeid en groeit nog steeds op met de guitige Vandersteen creaties – amuseert zich kostelijk met de Lambik ‘miljard-m’n-beste-hemd’- oneliners van Dirk Roofthooft die als een woordenspuiende XXL-Mr. Hulot het verhaal schalks naar zich toetrekt. Of de buitengewone travestietenmetamorfose van Peter Van den Begin die als de panlatachtige Sidonia spijtig genoeg – door de duistere diamantziekte – te weinig in beeld komt. En de perfecte casting van Joeri Busschots, Céline Verbeeck en Tuur De Weert als respectievelijk Suske, Wiske en professor Barabas wordt bovendien ludiek aangevuld met leuke cameo’s van Urbanus, Willeke Van Ammelrooy, Herr Seele, Luc Wyns, Sven De Ridder, Mare Van Eeghem en Stany Crets als de oergespierde Jerom. Hoewel lang niet alles aan deze optimistische Belgisch-Nederlands-Duitse coproductie foutloos is (flauwe grollen, artificiële decors, te opvallende make-up, gekunsteld acteren en dito synchronisatie) kon Vandersteen dit spijtig genoeg zelf niet meer meemaken.
Genre: avontuur, familie, mysterie
Jaar: 2004
Regisseur: Rudi Van Den Bossche
Cast: Joeri Busschots, Celine Verbeeck, Dirk Roofthooft, Peter Van den Begin, Thekla Reuten, Stany Crets
Land: België, Nederland, Duitsland
Speelduur: 85 minuten