The Rule of Jenny Pen is na Coming Home in the Dark, de tweede langspeelfilm als regisseur van de Nieuw-Zeelandse acteur en scenarist James Ashcroft. Deze venijnige psychologische thriller opent met een close-up van de acerbische rechter Stefan Mortensen die aan het einde van zijn carrière en midden in een uitspraak in de rechtszaal, een bijna fataal-beroerte krijgt.
Hij wordt vervolgens opgenomen in een verzorgingstehuis waar hij half verlamd in een rolstoel werkt aan zijn revalidatie. In het verpleeginstituut ontmoet hij Dave Crealy, een boomlange manipulerende langverblijf-bewoner die met een angstaanjagende handpop genaamd Jenny Pen, zoveel mogelijk andere medebewoners terroriseert.
Zijn pop fungeert als zijn handhavingsmiddel en martelwerktuig. Deze premisse is voor Ashcroft de kapstok om diepzinnig te reflecteren over fragiele thema’s als machteloosheid, dementie, oudermishandeling, destructief en immoreel menselijk gedrag, inzichtelijkheid van verpleegkundigen en het zorgcentrabeleid tout court.
Oud zijn is op zich al eng genoeg. Maar wat het onvermijdelijke verouderingsproces écht angstaanjagend maakt, is het vooruitzicht op het verblijf in een WZC. Doch vaak heb je hierover absoluut geen keuze of inspraak omdat het noodlot vaak je voorlaatste levensbestemming bepaalt.
Dit is duidelijk het geval voor de misantropische magistraat in James Ashcrofts cynische thriller waarin hij aan het alom gekende en herkauwde cliché van de demonische pop een verontrustend realistische draai geeft. Het kwaad dat de titelgevende handpop aanstuurt, is hier overduidelijk geen bovennatuurlijke kracht (oef!), maar haar gewiekste sadistische eigenaar.

Dave Crealy (een voortreffelijk gemene John Lithgow) maakt handig gebruik van de infantilisering en verwaarlozing waarmee ouderen vaak worden geconfronteerd in zorginstellingen. Terwijl het ongeïnteresseerde personeel denkt dat hij slechts een verwarde oude man is met een pop, terroriseert hij heel bewust de andere residentiele patiënten met psychologische wreedheden en mensonwaardige vernederingen.
Ashcroft zet duidelijk (en bewust) het zorgpersoneel volledig buitenspel waardoor de demonische Crealy vrijwel carte blanche heeft om zijn tirannie te botvieren. Voor sommige kijkers is dit misschien wel een wat ongeloofwaardige en functioneel narratief te makkelijke insteek binnen de context van een moderne instelling. Doch vaak halen schokkende berichten vanuit sommige tehuizen het nieuws die je dan toch wel totaal van je sokken blazen.
In Stefan Mortensen (fantastisch vertolkt door Geoffrey Rush), vindt Crealy – ondanks zijn handicap – een even menshatende opponent. De voormalige rechter mag dan nors zijn, hij heeft een rotsvast rechtvaardigheidsgevoel en verzet zich noodgedwongen, vastberaden en vanuit fundamenteel humaan zelfbeschikkingsrecht tegen zijn sadistische belager.
Crealy richt zijn onpeilbare haat vooral op Mortensen en diens vriendelijke doch gedweeë kamergenoot Tony (George Henare). Naarmate Crealy’s aanvallen schrikaanjagender worden, verschuift de horror langzaam van de pop en haar eigenaar naar het hele verzorgingstehuis als instituut. De monotonie en onverschilligheid van het personeel vormen een vruchtbare bodem voor geweld en wreedheid. Niet alleen Crealy duwt Mortensen richting een lichamelijke en mentale inzinking, maar vooral het feit dat niemand iets onderneemt tegen het terreurregime.
De hoofdfiguur ziet niet alleen zijn eigen lichaam aftakelen, maar ook het rechtssysteem waarin hij ooit geloofde. Tegelijk tekenen Ashcroft en coscenarist Eli Kent hun gemene tiran Crealy als zowel product als personificatie van een hypocriet systeem dat ouderen ontmenselijkt en vaak in de steek laat.

Dat wordt pijnlijk duidelijk wanneer een medebewoner voor Mortensens ogen verbrandt door een onoplettende onhandigheid, zonder dat iemand ingrijpt. De vlammen symboliseren de hel waarin de voormalige rechter terecht is gekomen en vooral van waaruit hij zichzelf moet zien te redden. Uiteindelijk velt hij zijn eigen oordeel over Crealy en samen met zijn kamergenoot Tony smeedt hij een plan om voor altijd verlost te worden van zijn tijdelijk gruwelijk fatum.
Het slimme en sinistere script maakt echter duidelijk dat Mortensen geen held is. Zijn strikte moraal die schril contrasteert met Crealy’s tirannie, brokkelt af zodra hij zelf overgaat tot criminele ingrepen en mondt uit in een bijzonder gevaarlijk en ongelijk kat-en-muis-spel in functie van macht. De wrange slotscène onderstreept de ironie van Mortensens overwinning die in feite slechts een morele zege is even grotesk als de waanzin van Jenny Pen.
Met The Rule of Jenny Pen, geïnspireerd door het gelijknamige kortverhaal van de veelgeprezen Nieuw-Zeelandse auteur Owen Marshall, levert James Ashcroft een venijnige en beklemmende psychologische horrorthriller af die durft te tonen hoe kwetsbaarheid kan worden uitgebuit en waarin het kwaad zowel individueel als institutioneel is.
Sardonische humor en macabere muziek benadrukken de verraderlijke ironie van het ogenschijnlijk rustige verzorgingstehuis, een metafoor voor een disfunctioneel systeem. De prent wekt bovendien ongemak op door zijn claustrofobische setting, trage opbouw en sluimerende dreiging. De verouderde inrichting, lange gangen en desolaatheid, versterken het beklemmende gevoel.
De tweevoudig Oscargenomineerde A-lister John Lithgow (Conclave, Killers of the Flower Moon, Bombshell) geeft zijn duivelse antagonist een tijdloze intensiteit, die perfect contrasteert met de rigide rechtvaardigheid van de subliem acterende klasbak en Oscar- houdende Geoffrey Rush (The King’s Speech, Final Portrait, Pirates of the Caribbean). De fletse pastelkleuren versterken de benauwende sfeer en maken de omgeving net zo beangstigend als de dode ogen van de titelpop.
Genre: mysterie, horror, thriller, misdaad
Jaar: 2024
Regisseur: James Ashcroft
Cast: Geoffrey Rush, John Lithgow, George Henare, Nathaniel Lees, Thomas Sainsbury
Land: Nieuw-Zeeland
Speelduur: 104 minuten