Subscribe Now
Trending News
Maryam Touzani
MARC BUSSENS en MARYAM TOUZANI (c) Marc Bussens
Interview

Maryam Touzani 

Geboren in Tanger op 17 september 1980 bracht Maryam Touzani haar jeugd door in haar geboortestad voordat ze in Londen mediacommunicatie en journalistiek ging studeren. In 2003 behaalde ze haar master. Gepassioneerd door schrijven, keerde ze na haar studies terug naar Marokko, waar ze werkte als journaliste, gespecialiseerd in de Maghreb-cinema. Al snel voelde ze de behoefte om zich uit te drukken via haar eigen films.

In 2008 schreef en regisseerde ze een documentaire ter gelegenheid van de eerste Nationale Vrouwendag in Marokko, een belangrijke datum voor het land. Er volgden nog andere documentaires. In 2012 pakt ze uit met Quand ils Dorment, haar eerste korte fictiefilm die meteen werd bekroond met liefst zeventien prijzen, op prestigieuze festivals over de hele wereld.

In 2015 zette haar tweede kortfilm, Aya va à La Plage (originele titel: Aya wal bahr), deze lijn voort en won ze vijftien awards. Dankzij de veelgeprezen film Much Loved eveneens uit 2015, van haar Marokkaanse echtgenoot Nabil Ayouch, geselecteerd voor de Quinzaine des Réalisateurs op het Filmfestival van Cannes, kon zij haar ervaring verder verdiepen door nauw samen te werken met hem, zij als scenarist/regisseur, hij als regisseur/producent.

Touzani werkte mee aan de ontwikkeling van het scenario en nam op verschillende niveaus ook deel aan de opnames. Kort daarna schreef ze samen met Nabil Ayouch zijn succesvolle film Razzia die in competitie werd gepresenteerd op het Internationaal Filmfestival van Toronto en Marokko vertegenwoordigde bij de Oscars. In Razzia bevond Maryam zich voor het eerst aan de andere kant van de camera want ze vertolkte een van de hoofdrollen voor haar rekening.

MARYAM TOUZANI in RAZZIA (c) The Movie Database (TMDB)
MARYAM TOUZANI in RAZZIA (c) The Movie Database (TMDB)

Adam, haar eerste fictiespeelfilm met ‘onze’ Belgische Lubna Azabal (Incendies) in de voornaamste rol, ging in wereldpremière in de officiële selectie van het Filmfestival van Cannes, in de sectie Un Certain Regard. De film werd vervolgens geselecteerd op gerenommeerde festivals zoals de Internationale Filmfestivals van Toronto, Karlovy Vary, Rotterdam, Palm Springs, Chicago en het American Film Institute Fest en won tot op heden drieëntwintig prijzen. De prent werd bovendien verkocht aan meer dan twintig landen.

In 2019 werd Maryam lid van de Academy of Oscars. Datzelfde jaar werd Adam de officiële Marokkaanse inzending voor de Oscars in de categorie Beste Buitenlandse Film.

In 2021 regisseerde Nabil Ayouch de spraakmakende flick Casablanca Beats (Haut et fort) over de jeugd uit de buitenwijken van Casablanca met hiphop als hun uitdrukkingsmiddel. Deze prent gebaseerd op een scenario van Ayouch en Maryam Touzani samen, ging in wereldpremière in de officiële competitie van het Filmfestival van Cannes in 2021 en was de eerste Marokkaanse film die in de officiële competitie werd geselecteerd.

In 2023 pakte Maryam Touzani uit met de intieme parel Le Blue du Caftan in een productie van haar echtgenoot, een scenario van hun beiden en in een regie van Maryam. Dit sensitief drama werd geselecteerd voor het Filmfestival van Cannes in de sectie Un Certain Regard en won er de FIPRESCI-prijs. Als Marokkaanse inzending voor de Oscars werd de film geselecteerd op de shortlist van de vijftien beste buitenlandse films, eveneens een primeur voor Marokko. Dit teder drama won wereldwijd meer dan vijftig prijzen, werd verkocht in dertig territoria en behaalde naar schatting meer dan 600.000 internationale bioscoopbezoeken, een record voor een Marokkaanse film.

Touzani staat bekend als een empathische en visueel sterke verhalenmaker die menselijke relaties en het innerlijke leven van haar personages op een intieme manier onderzoekt. In haar films brengt ze thema’s als persoonlijke vrijheid, liefde en identiteit op een gevoelige en genuanceerde manier in beeld. Ze schuwt sociale en culturele taboes niet, maar benadert ze met zachtheid en begrip. Haar werk geeft een stem aan zowel zichtbare als vaak onzichtbare mensen in de samenleving. Met een subtiele, poëtische filmstijl weet ze bovendien diepere maatschappelijke lagen aan te raken zonder haar verhalen hun menselijke warmte te ontnemen.

En dat is in haar vierde langspeelfilm Calle Málaga zeker niet anders (voor de filmrecensie zie elders op deze website). In dit aanstekelijk en warm sociaal-relationeel-drama vertelt ze het verhaal van Maria Angeles, een niet meer zo jonge Spaans-Marokkaanse weduwe in Tanger die na de geforceerde verkoop van haar appartement door haar dochter, haar houvast dreigt te verliezen. Terwijl ze vecht om haar herinneringen, huis en waardigheid te behouden, herontdekt ze haar vrijheid, verlangen en verbondenheid met de stad en het leven.

Wij hadden naar aanleiding van de Belgische release van Calle Málaga een diepgaand en uitgebreid gesprek met de sympathieke, vriendelijke, gewillige, goedlachse en getalenteerde Maryam Touzani in een hotel in hartje Brussel over familie, persoonlijke herinneringen, verlies, vrouwenemancipatie, begraafplaatsen, ouderdom, Tanger, naaktscènes en uiteraard Calle Málaga:

CALLE MÁLAGA (c) Cinéart
CALLE MÁLAGA (c) Cinéart

Hoe kwam je op het idee voor Calle Málaga? Was het een verhaal dat je wilde vertellen of werd het je bij wijze van spreken opgedrongen door persoonlijke ervaringen?

Het verhaal is onlosmakelijk verbonden met mijn persoonlijk leven. Calle Málaga werd eigenlijk geboren uit verdriet, specifiek na het verlies van mijn moeder en de nood om dat gevoel om te zetten in iets levends en levenskrachtigs. Ik voelde dat ik woorden en beelden moest vinden om te begrijpen wat ik voelde. Op een instinctieve manier kwam het verhaal tot me, niet als iets gepland, maar als iets dat ruimte moest krijgen.

In hoever weerspiegelt Maria Ángeles, het hoofdpersonage, iemand uit je eigen familie of verleden?

Maria steekt vol lagen: haar humor, haar kracht, haar traagheid en haar plezier in het leven. Maar ze is niet gebaseerd op één persoon. Wel bevat ze veel herinneringen aan mijn moeder en vooral aan mijn grootmoeder die Spaans was en haar leven in Tanger vond. In mijn eigen familie sprak ik Spaans thuis en zag ik hoe belangrijk het gehecht zijn aan een plek kan zijn. Het personage is een eerbetoon aan die verbinding: aan familie, taal, thuishoren en herinnering.

Dat emotioneel eerbetoon aan je familiale antecedenten verloopt volgens mij duidelijk via de diverse plaatsen die je verhaal visueel erg opvallend markeren. Ze structureren in feite de reis van je heldin zoals bijvoorbeeld haar appartement dat vol voorwerpen staat die deze ruimte levendig maken, niet?

Ja, dat is inderdaad zo (glimlacht). Maria Ángeles voelt een diepgewortelde, bijna lichamelijke verbondenheid met haar huis. Het maakt integraal deel uit van haar identiteit en is bijna een volwaardig personage in het verhaal. Deze plek, deze muren zijn getuigen geweest van haar leven, net als de voorwerpen die het appartement vullen en die doordrongen zijn van betekenis en herinneringen. Voorwerpen van een heel leven, als een anker, een geheugen, een symbool waardoor Maria zichzelf definieert.

Die voorwerpen, zoals de schommelstoel of de platenspeler, zijn essentieel voor haar. Wanneer haar woning te koop wordt gezet en haar dochter alle meubels en voorwerpen aan een antiquair verkoopt, voelt ze zich verminkt. Het terughalen van die voorwerpen maakt deel uit van het proces waarin ze haar leven weer in handen neemt, van haar wederopbouw.

Het gebruik van voorwerpen zoals de draaitafel en andere objecten in Maria’s huis voelt geladen en zijn dus heel symbolisch. Hoe en waarom heb je die keuzes gemaakt?

De objecten in haar flatje zijn absoluut niet willekeurig gekozen. De platendraaier bijvoorbeeld was deze van mijn ouders (lacht). De film draait om geheugen en erfgoed: objecten dragen herinneringen in zich. Tijdens de voorbereidingen kwam men van de propafdeling aanzetten met allerlei grammofonen, maar geen enkel straalde uit wat ik in mijn gedachten had.

Hetzelfde met de mortier die ze in de film gebruikt in de keuken. Ik heb uiteindelijk haar mortier die intussen ergens opgeborgen stond in mijn keuken achteraan in een kast, gebruikt in de prent (lacht). Pas dan voelde het interieur écht en authentiek en was ik tevreden. Dat bezorgde me meteen ook de nodige stimuli om enthousiast haar verleden te reconstrueren (verlegen glimlachje). Door echte voorwerpen van mijn familie in te zetten, wilde ik die beoogde gelaagdheid vertellen, hoe een leven is opgebouwd uit momenten, herinneringen en tastbare sporen van wat geweest is.

Je film draait sterk rond verlies, maar duidelijk dus ook rond wedergeboorte, hoe vond je die balans tussen zwaarte en lichtheid in het script?

Dat evenwicht ontstond organisch. Toen ik schreef, wist ik niet waar ik naartoe ging; de personages begonnen me te leiden. Maria bracht niet alleen verdriet, maar ook humor, levenslust en zelfs romantiek. Het belang van lachen, verlangen en schoonheid in ouderdom dat is wat Calle Málaga uiteindelijk tot leven bracht. Ouder worden wordt door het gros van de mensen vaak geassocieerd met verlies of verval, maar ik wilde er een viering van maken: van karakter, ervaring en de mogelijkheid van liefde, in welke fase van het leven dan ook.

CALLE MÁLAGA (c) Cinéart
CALLE MÁLAGA (c) Cinéart

De begraafplaats waar Maria’s overleden man en enkele van haar vriendinnen rusten, bezoekt ze regelmatig en dat gebeuren speelt ook wel een belangrijke rol in de film, niet?

Absoluut en net als mijn heldin breng ik ook heel graag tijd door op begraafplaatsen. Ik vind het vredige, rustige en zelfs troostende plekken. De begraafplaats in de film, de christelijke begraafplaats van Tanger waar mijn grootmoeder begraven ligt, is een plek die me diep raakt. Die vergeten, verwaarloosde graven zijn getuigen van een vervlogen tijd. Ze vertellen onder meer het verhaal van de Spaanse gemeenschap in Tanger die geleidelijk is verdwenen. Met het vertrek van de kinderen, generatie na generatie, raakte deze plek in verval. Niemand komt er nog om de graven te bezoeken of te verzorgen. Maar Maria Ángeles blijft erheen gaan om de band, de herinnering levend te houden. Ze bezoekt het graf van haar vriendinnen, van haar man, maar ook van mensen die ze niet kent. Ze is in vrede met de dood, in harmonie met deze plek. Een kerkhof staat voor velen symbool voor ‘de dood’, voor mij is een grafakker eerder een plaats van leven. Uit de opengebroken graven zie je vaak wilde planten tevoorschijn komen, mooi en onbezorgd, alsof het leven steeds weer terugkeert en één wordt met de dood.

Ik vind de scènes in het klooster waar Maria haar religieuze vriendin bezoekt die een gelofte van stilte heeft afgelegd, schitterend en die voegen meteen ook een totaal onverwachte humoristische toets toe. Hoe ben je op dit idee gekomen?

Onbewust had ik tijdens het schrijven behoefte om te lachen tussen de tranen door, want het schrijven was voor mij emotioneel erg zwaar. De humoristische momenten dienden zich vanzelf aan, ze waren nooit bedacht. Wat Josépha betreft, de religieuze vriendin van Maria, dat is bijzonder. Als kind werd ik geraakt en gefascineerd door de nonnen in Tanger die een gelofte van stilte hadden afgelegd en die ik via mijn grootmoeder kende. Zo kreeg Josépha vanzelf vorm, zonder dat ik het bewust formuleerde.

Josépha is de laatste nog levende vriendin van Maria. Ze is er altijd voor haar, luistert naar haar, deelt wat ze voelt, want ze kent haar goed. Ze beleeft dingen via haar. Ze hoeven niet per se te spreken, want ze kennen elkaar sinds hun kindertijd. En Maria is katholiek, net als mijn grootmoeder. Haar geloof maakt ook deel uit van wie zij was, dus ook dat is een heel bewuste verwijzing naar mijn familie en voorouders.

Is die verbondenheid uiteindelijk niet dé kern van Calle Málaga?

Verbinding is inderdaad het centrale thema. Ik ben opgegroeid met de vriendinnen van mijn grootmoeder die deel uitmaakten van die grote Spaanse gemeenschap en zag hoe zij op hoge leeftijd probeerden stand te houden, weerstand te bieden waar ze konden, vaak geconfronteerd met het onbegrip van hun kinderen die zich in Spanje vestigden en hen wilden meenemen. Kinderen die de kracht van die onbreekbare band niet leken te begrijpen.

Ik heb mannen en vrouwen gezien die tot alles bereid waren om de rest van hun leven te blijven op de grond waar ze zich geworteld voelden. Die diepe gehechtheid heeft me altijd sterk geraakt. Ik voelde de behoefte om dat krachtige en mooie gevoel van verbondenheid te verkennen en het personage Maria heeft dat gekristalliseerd. Het is een diepe band, rijk aan al zijn vermengingen. Een verankering die zich niet door één enkel element laat definiëren. Maria Ángeles blijft Spaans en is tegelijk Marokkaans. Voor Clara, haar dochter, is de band anders.

De setting van Tanger speelt duidelijk ook een cruciale rol in Calle Málaga. Hoe belangrijk was deze locatie voor je verhaal?

Goh, heel belangrijk (korte hoofdknikjes). Tanger is geen simpel decor, het is een personage op zich. De stad vormt de achterkant van iedere emotie in de film: de geluiden, de geuren, de intieme steegjes, alles draagt bij aan hoe we Maria’s leven ervaren. Ik heb letterlijk in die omgeving geleefd, geluisterd naar mensen, geluiden opgenomen en het ritme van de stad gevoeld. Zonder die levendigheid had het verhaal niet gewerkt. De film is niet opgenomen in de effectieve straat met als naam Calle Málaga want die bestaat dus wel echt in Tanger (lacht). Het is wel een bijna gelijkaardige straat die dicht in de buurt van de échte Calle Málaga ligt met dezelfde balkons aan de huizen en het soortgelijke levendige en extraverte straatleven zoals je ziet in de film.

Is de bar die ze ’s avonds tijdens voetbalwedstrijden in haar appartement improviseert als tegengewicht van het café verderop in de straat en om wat geld bij te verdienen om haar meubels en objecten waar ze zo aan gehecht is, terug te kunnen kopen, niet de ultieme stap in haar emancipatie en de hoogste vorm van transgressie in uw film? Een Hispano-Marokkaanse vrouw van een zekere leeftijd die mannen bij haar thuis ontvangt en hen bier verkoopt en tapas serveert in een feestelijke sfeer: gingen meteen niet alle alarmbellen op rood te staan in een uitgelezen Moslimstad als Tanger?

Ja, inderdaad (lacht uitbundig). Maar dat is inderdaad pure transgressie. Het is ook wel de impasse waarin Maria terechtkomt na de verkoop van haar appartement en die haar ertoe aanzet oplossingen te zoeken. Dankzij haar vermogen om wat het leven haar voor de voeten werpt, te transformeren, verandert ze de loop van haar verhaal. Ze begint haar hernieuwde levensodyssee zonder zich iets aan te trekken van wat men zal zeggen. Ze staat ervoor, is niet bang en haar hulpbronnen worden vermenigvuldigd door haar sterke karakter (lacht).

Ze staat zichzelf toe dingen te doen die ze nooit eerder deed. En uiteindelijk opent ze zich dankzij die geïmproviseerde bar meer voor haar wijk en creëert ze nieuwe banden met de plaatselijke bewoners. Eigenlijk is het de eerste keer dat ze haar huis echt openstelt. Ze laat de stad en het leven binnen zoals nooit tevoren. Ze voedt zich met die energie, trilt ermee mee, het is in- en uitwisseling en vrijgevigheid.

MARYAN TOUZANI (c) By LucaFazPhoto - Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=174664864
MARYAN TOUZANI (c) By LucaFazPhoto – Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=174664864

Over rood gesproken, het is wellicht ook geen toeval dat deze kleur dominant is in Calle Málaga en dit zowel in de decors als in kostuums?

Wanneer ik schrijf, is het altijd uitgelezen visueel. En hier liep het rood vanaf het begin als een rode draad (spontaan lachje) doorheen het ontstaan van het script, zonder dat ik wist waarom. Ik denk vanwege zijn kracht. Rood is de kleur van bloed: gewelddadig, maar ook mooi en sterk. Ik heb Maria altijd heel kleurrijk, bloemrijk en levendig voorgesteld, maar er was steeds die toets van rood die op een bepaald moment terugkwam. Ze is een vibrerende vrouw, een uitgesproken personage vanaf het begin.

Ik moet ook wel opmerken dat mijn moeder erg van bloemen hield, van rode geraniums en dito rozen. Niets is toevallig wanneer je schrijft. Bovendien ben ik altijd nauw betrokken bij het werk rond kostuums en decors in mijn films. Dat is essentieel voor mij en ik beleef er veel plezier aan. Wat de kleur rood betreft, heb ik nog wel een leuke anekdote: het toeval wilde dat Carmen Maura ook enorm van die kleur houdt. Ze heeft zelfs een van haar eigen – rode uiteraard – jasjes in de film gedragen (lacht).

Carmen Maura is werkelijk briljant en draagt de film van begin tot eind. Ze is zo trefzeker en ook zo moedig in de rol van Maria dat je het gevoel hebt dat je de rol speciaal voor haar hebt geschreven. Is dat zo?

Nee, deze rol is niet voor haar geschreven, absoluut niet. Ik had Carmen helemaal niet in mijn gedachten tijdens het ontstaan en de opbouw van het scenario. Klinkt achteraf gezien misschien wel een beetje raar, maar zo was het wel. In de fase van de casting ontmoette ik Carmen als een potentiele kandidate om de hoofdrol te vertolken. Ze vertelde me dat ze letterlijk verliefd op het personage werd toen ze het scenario las. Een echte coup de foudre, zei ze en ik geloofde haar want ik kon tijdens onze gesprekken voelen dat Maria Ángeles vrij dicht bij haar staat: ze delen dezelfde levensvreugde, vitaliteit en kracht.

Ik voelde meteen iets speciaals naar haar toe en dan bedoel ik in haar manier van kijken, in haar aanwezigheid. Ze belichaamt een levenskracht en innerlijke vibe van humor en melancholie die perfect paste bij Maria Ángeles. Het is alsof je naar iemand kijkt die alles heeft gezien, maar zijn lichtheid niet heeft verloren. Toch is het niet eenvoudig om je zo van dichtbij te laten filmen en jezelf – en door anderen – te laten zien met de sporen van het leven. Maar mijn scenario’s zijn altijd tot in de details en kleinste puntjes uitgewerkt, ook de dialogen en zelfs op visueel vlak: Carmen kwam tijdens de opnames dus zeker niet voor verrassingen te staan.

Toch was het voor haar een primeur om zich fysiek volledig en letterlijk bloot te tonen voor de camera. We hebben daar intens samen over gesproken en dan heel specifiek over de betekenis die ik aan die naaktscène gaf en de manier waarop ik die wilde filmen. Ze begreep dat ik die twee naakte lichamen niet filmde om ze louter te tonen, maar dat er een echt verlangen naar waarheid in schuilde, een waarheid die ik wilde sublimeren en vieren. Zich op bijna tachtigjarige leeftijd ontbloten en ervoor kiezen een verouderend lichaam te tonen zonder het te verbergen, is veel meer dan kleren uittrekken.

Het is wellicht dat geëngageerde aspect dat haar in staat stelde om tot het einde te gaan, want Carmen is een vrouw met karakter. Ik vind dat heel mooi en bijzonder moedig van haar. Nog een pittig detail, ze vertelde me dat ze er al een heel lange carrière heeft opzitten en samengewerkt heeft met gerenommeerde regisseurs, maar dat er haar nog nooit een filmmaker heeft gevraagd om een naakte scène te spelen en nu ze bijna tachtig is, ze toch uit de kleren moest en wilde gaan (lacht uitbundig).

Ze vond dit een heel grappige anekdote die ze met plezier én waardigheid aan haar omvangrijk cv kan toevoegen (lacht). Een merkwaardige vrouw en een sublieme actrice. Ik heb geluk gehad om haar in de rol van Maria te kunnen en mogen casten.

Kan je nog even dieper ingaan op wat de naaktscènes in de film voor je als filmmaker betekenen? Waarom wou je die absoluut in je film?

Die naakt- en sensuele scènes tonen een nieuwe, getransformeerde en zelfverzekerdere Maria die ik zacht, maar zonder valse schaamte heb gefilmd omdat het om een vrouw handelt die de band met haar lichaam, haar seksualiteit en haar plezier herontdekt. Ze zal lichamelijk dingen beleven die ze nooit eerder heeft ervaren. Ze zal klaarkomen, zich bewust worden van haar vermogen om plezier te voelen. Ze is vrijer dan ooit tevoren in haar verhouding tot zichzelf en haar lichaam.

Ze kiest ervoor Abslam, haar nieuwe geliefde, in haar leven toe te laten, neemt het initiatief, kleedt hem uit, ontbloot zich lichamelijk en emotioneel in die scènes. Voor mij kiest ze voor waarheid, want ze leeft niet langer voor de schijn; ze heeft er de tijd niet meer voor. Ze is niet bang om zich te tonen in al haar ware ‘schoonheid’. Belangrijk toch als statement (glimlacht).

CALLE MÁLAGA (c) Cinéart
CALLE MÁLAGA (c) Cinéart

Het subtiele camerawerk valt op in Calle Málaga doordat je vaak kiest voor trage bewegingen en langdurige close-ups. Wat was je intentie achter deze stilistische keuzes?

Ik wilde de tijd voelbaar maken. Wanneer je met ouderdom, herinnering en verlies werkt, moet je de camera laten ademen. Snelle montage zou de emotionele resonantie verstoren. De close-ups zijn geen esthetische keuze, maar een morele: ze dwingen ons te kijken naar rimpels en naar ogen die herinneringen dragen. Cinema kan intimiteit creëren zonder woorden en precies dat aspect fascineert me mateloos.

Je hebt deze keer weer gekozen voor Virginie Surdej als DOP. Zoals je uiteraard weet is zij ook Belgisch, maar waarom kies je voor een cameravrouw die is opgegroeid in een overwegend regenachtig en grijs klimaat terwijl Calle Málaga baadt in zonovergoten licht?

(lacht uitbundig) ik werk heel graag samen met Virginie Surdej en mijn echtgenoot trouwens ook. Zij is eigenlijk van Poolse origine, maar ze heeft inderdaad de Belgische nationaliteit en studeerde op de INSAS in Brussel. Zij is heel onderlegd in haar vak. We vormen met ons drietjes een heel hecht geheel. Virginie is een uitstekende fotografe en levert fantastisch werk af. Het klikt enorm tussen ons tweetjes en begrijpt altijd in een oogopslag waar ik heen wil of wat ik voel.

Ze heeft hier in België ook al veel prijzen gewonnen, een Magritte en een Bayard d’Or als ik het goed heb voor heb, voor haar bijzonder hoogstaand kwalitatief werk. Zij is ook de favoriete DOP van nog een landgenoot van je, Cesar Diaz, iemand wiens werk ik bijzonder apprecieer. Bovendien heeft Virginie een heel sterke persoonlijkheid, als ze een kamer binnenkomt, vult ze die binnen de minuut (lacht). Ik hou in het bijzonder ook van haar maatschappelijk geëngageerdheid en de intrigerende manier waarop ze met haar camera cultuurkritische thema’s ragfijn en visueel sterk weet te verkennen. Korom, ze behoort ongetwijfeld tot de absolute top van de hedendaagse Europese cinema. Een dijk van een heel getalenteerde vrouw (glimlacht).

Nu je het toch even over je echtgenoot hebt, hij is een befaamd regisseur, scenarist en producer. Praten jullie tijdens jullie vrije tijd thuis ook over iets anders dan film?

Ja, hoor (lacht luidkeels). Zeker, er zijn zoveel interessante zaken waarover wij discussiëren en van gedachten wisselen. Wij hebben ook samen een kind en die neemt ook een belangrijke plaats in ons gezamenlijk leven in. Doch wij praten uiteraard ook veel over film en onze eigen en gezamenlijke projecten. Wij zijn een hecht geheel, zeker op het vlak van cinema. Wij vullen elkaar aan en zijn complementerende vaten die ons individueel werk en projecten constructief beïnvloeden.

Licht speelt wel een heel belangrijke rol in Calle Málaga. De interieurs baden vaak in warm, diffuus licht. Hoe heb je licht ingezet als narratief instrument?

Licht is emotie. In Maria’s huis wilde ik een bijna tastbare warmte creëren alsof het verleden zelf nog aanwezig was in de muren. We werkten veel met natuurlijk licht en zachte schaduwen. Het idee was dat herinneringen niet hard of scherp zijn, maar gefilterd, bijna fluweelachtig. Buiten, in de straten van Tanger, is het licht contrastrijker. Daar is het heden, daar is de realiteit.

Er zit een subtiele kleurdramaturgie in Calle Málaga: aardetinten, oker, terracotta. Was dat een bewuste visuele strategie?

Absoluut. Die kleuren zijn verbonden met Tanger, maar ook met huid, met aarde, met tastbaarheid. Ik wilde geen artificiële kleurcorrectie die afstand schept. De film moest voelen alsof hij in de huid zit, niet erbuiten.

De geluidsband is dan weer opvallend ingetogen. Stiltes krijgen veel ruimte. Hoe belangrijk is geluid in jouw filmische aanpak?

Stilte is nooit leeg. In stilte hoor je ademhaling, stof dat beweegt, de stad in de verte. Geluid is bij mij altijd verbonden met ruimte. Tanger heeft een eigen akoestiek: echo’s, stemmen, zee. Ik wilde dat de kijker zich in die ruimte bevindt, niet alleen als toeschouwer, maar als aanwezige.

De muziek en in het bijzonder de mooie song Toda una Vida neemt een belangrijke plaats in. Waarom heb je dit lied gekozen?

Muziek vind ik een heel belangrijk element en belangrijk onderdeel in film. Toda una Vida heb ik via mijn grootmoeder ontdekt. Maria Dolores Pradera, de vertolkster, was een grande dame van het Spaanse chanson, een ‘maestra’. Toen ik haar als klein meisje ontdekte, was ze al op leeftijd. Ze was een vrouw met onmiskenbaar charisma, een rustige kracht en een diepe, volle stem. Ik was onder de indruk en haar vocale resonantie was betoverend. Ik heb dat lied op verschillende momenten in mijn leven beluisterd. En terwijl ik mijn scenario schreef, begonnen de woorden opnieuw in mij te echoën, als een verre herinnering. Ik voelde de behoefte het opnieuw te beluisteren na minstens vijfentwintig jaar. En bijna onbewust bleef het in mijn hoofd hangen en vond het vanzelf zijn plaats in het verhaal. Misschien omdat de tekst zo dicht bij de film en bij Maria staat: Toda una Vida betekent een heel leven en dat is wat Maria moet achterlaten. Tegelijk spreekt het lied over een onvoorwaardelijke liefde die ook beleefd wordt in wanhoop en pijn. Voor mij vertellen die woorden over de liefde van Maria voor haar huis, haar stad, haar herinneringen, haar gans leven.

De montage in Calle Málaga voelt organisch, bijna literair. Werk je op dat vlak vanuit een strikt scenario of laat je ruimte voor improvisatie in de montagekamer?

Zoals ik al eerder zei, schrijf ik altijd heel precies en minutieus gedetailleerd, maar in de montage ontdek ik de film opnieuw. Ritme ontstaat pas echt wanneer je beelden naast elkaar legt. Soms ontdek je dat een blik langer moet duren of dat een scène zonder dialoog sterker is. Montage is voor mij de laatste fase van schrijven. Maar ik ga op dat vlak ook veel in dialoog met mijn acteurs tijdens het draaien. Met Carmen Maura heb ik veel geluisterd hoe zij bepaalde scènes ervoer, aanvoelde of wel bepaalde klemtonen in de dialogen suggereerde. Ik sta daar absoluut voor open en ga daar ook concreet zowel verbaal als daadwerkelijk op in, zeker als ze de kwaliteit van de film kunnen verbeteren (vastberaden hoofdgeknik).

Als ik me niet vergis, ben jij een specialist in de Maghrebijnse cinema. Hoe zie jij de positie van deze cinema vandaag in het internationale filmlandschap?

Het is al een hele poos geleden dat ik specialiste ter zake was (lacht). Toen ik nog aan de slag was als journaliste was dat inderdaad wel zo. Nu ben ik niet echt meer geüpdatet op dat vlak, maar ik wil nog wel graag antwoorden op je vraag hoor (lacht). Ik constateer dat er daar een enorme energie opvalt. Filmmakers uit Marokko, Algerije en Tunesië vertellen verhalen die geworteld zijn in hun realiteit, maar universeel resoneren. Lange tijd werd onze regio exotisch bekeken. Vandaag nemen we zelf het narratief in handen. Dat is een heel belangrijke verschuiving.

CALLE MÁLAGA (c) Cinéart
CALLE MÁLAGA (c) Cinéart

Zie je jezelf als deel van een generatie die grenzen verlegt binnen de Marokkaanse cinema?

Ik voel me verbonden met andere filmmakers die persoonlijke verhalen durven vertellen zonder concessies. We spreken over intimiteit, seksualiteit, religie, sociale verandering, thema’s die vroeger moeilijk lagen. Die vrijheid groeit, al blijft ze kwetsbaar.

Wat onderscheidt volgens jou de hedendaagse Maghrebijnse cinema van bijvoorbeeld Europese arthousecinema?

Misschien onze verhouding tot gemeenschap. In veel Maghrebijnse films staat de familie centraal, meestal als bescherming én als conflictzone. Er is ook een sterk gevoel voor collectieve geschiedenis. Onze verhalen dragen vaak het gewicht van koloniale erfenissen en migratie. Dat maakt ze bijzonder gelaagd en ik vermoed dat hier het grootste verschil ligt met de Europese artcinema.

Hoe belangrijk is vrouwelijke representatie in die evolutie?

Cruciaal. Niet alleen voor de camera, maar ook erachter. Wanneer vrouwen verhalen vertellen, verschuift het perspectief. Niet als ideologisch statement, maar als verrijking van de blik. Cinema is geen mannelijk of vrouwelijk medium, het is een manier om de wereld te bevragen. Maar wie bevraagt, bepaalt mee de antwoorden.

Zie je Calle Málaga als een brug tussen culturen, tussen Spanje en Marokko, tussen Europa en de Maghreb?

Ja. Tanger ís een brugstad. Mijn eigen familiegeschiedenis is dat ook. Ik geloof dat cinema grenzen kan verzachten. Wanneer een publiek in Toronto, Venetië of Casablanca zich herkent in Maria, dan is dat het bewijs dat emotie geen paspoort nodig heeft (overtuigende hoofdgeknik).

Tot slot, mijn traditionele vraag: al een nieuw project in de pijplijn?

Absoluut. Er spoken tal van verhalen door mijn hoofd op het moment en één in het bijzonder waarbij ik me al in de voorbereidende, zeg maar cerebrale, fase verkeer die ongetwijfeld binnenkort wel in een concreet scenario zal worden geconcretiseerd. En dan kan ik alweer aan de slag. Ik ben nog lang niet uitverteld (ontspannen lachje). Hop naar mijn langspeelfilm nummer vier…(knipoogt).

Related posts