Peter Jackson verdient het om anderhalf uur geïnterviewd te worden en een ere-Palme d’Or te ontvangen. Hij heeft genoeg op zijn palmares om die eer te verdienen. Hij kwam wat moeilijk uit zijn woorden, wat mogelijk te wijten was aan zenuwen, maar hij is ook nooit een echte prater geweest. Ik had hem in korte broek en op blote voeten verwacht – ik heb hem zes of zeven keer geïnterviewd en meestal had hij geen schoenen aan. Maar neen, hij is met zijn tijd meegegaan. Maar een das ging voor hem toch te ver. Hij vertelde dat ze hem de eerste keer in Cannes buiten hadden gezet, juist omdat hij die korte broek had aangedaan.
Jackson is geen man van grote statements. Maar anekdotes waren er genoeg. Zo vertelde hij dat een zwarte man op hem afkwam en vroeg of hij de regisseur was van The Lord of the Rings. Jackson beaamde, waarna de man alle lof over de films uitsprak. Jackson trots. Maar daarna zei de man: “Dat was nog wat anders dan die Hobbit-shit. Ik begrijp echt niet waarom ze jou niet gevraagd hebben.” Jacksons antwoord: “Daar zeg je iets.”
Jackson had het ook over AI. Maar hij weigerde er hysterisch over te worden: “Ik heb er helemaal geen bezwaar tegen. Voor mij is het gewoon een special effect. Niet anders dan andere special effects.” Hij had wel bedenkingen bij het feit dat Andy Serkis nooit een prijs heeft gekregen voor Gollum: “Gollum is geen AI-prestatie. Het is honderd procent een menselijke prestatie. En toch heeft Andy Serkis nooit een kans gehad op een award omdat niemand weet waar ze hem moeten plaatsen.”
Wat ik absoluut wilde weten was of die tweede Kuifje-film er nu komt. En jawel, hij is in de maak. “Ik werk inderdaad aan een nieuw Tintin-script. Vanuit zijn hotelkamer in Cannes, deze week nog. De afspraak was altijd dat Steven één film regisseert en ik de volgende. Mogelijk in 2028 zullen we hem kunnen zien.

De eerste film van de dag was een schot in de roos. De documentaire The Match van de Argentijnse regisseurs Juan Cabral en Santiago Franco was boeiend, grappig, origineel en relevant. Het vertrekpunt is de kwartfinale van het WK 1986 tussen Argentinië en Engeland. Dat zal mensen die niet van voetbal houden niets zeggen. Maar het is een van de belangrijkste voetbalmatchen uit de geschiedenis. Ten eerste omdat Diego Maradona met die match een god werd. Ten tweede omdat de kamp onder een gespannen politiek klimaat plaatsvond. Jaren eerder hadden de militairen in Argentinië besloten om de Falklands terug te stelen van Groot-Brittannië (die ze uiteraard eerder hadden gestolen). Na een wansmakelijk staaltje van nationalisme, enkele gevechten en enkele doden haalde Margaret Thatcher de overwinning binnen. Dus beide partijen stonden gespannen tegenover elkaar. En waren vier jaar na die Falklandoorlog nog altijd een beetje in een agressieve stemming. De eerste helft was eerdere slapjes, maar in de tweede helft scoorde Maradona. Het is te zeggen: zijn hand leek hem wat geholpen te hebben, maar de lijnrechters hadden niets gezien. Gegrom bij de Engelsen. Maar enkele minuten later toonde Maradona waarom de wereld hem aanbad. Hij scoorde het meest geniale doelpunt uit de geschiedenis, waardoor je hem die eerste dubieuze goal min of meer vergaf. Cabral en Franco reconstrueren die historische match met zeldzame archiefbeelden en getuigenissen van spelers aan beide kanten. Gary Lineker, Peter Shilton, Jorge Valdano en Oscar Ruggeri blikken terug terwijl ze met tranen in de ogen opnieuw naar de beelden kijken. Ook mooi is dat ze in zwartwit met beperkte belichting worden gefilmd en achteraf samen een rematch spelen (op tafelvoetbal). Het leukste aan de film is dat je nu echt te weten komt dat die eerste goals van Maradona nu meesterlijk was of dat God erbij betrokken was. Gaan zien.

De eerste competitiefilm boezemde me a priori angst aan, want het is een Franse film. En ja, La Vie d’une Femme heeft me mijn vrees voor Frans gedoe niet kunnen temperen. Charline Bourgeois-Tacquet (Les Amours d’Anaïs) probeerde hier een feministisch portret te maken, maar de film lijkt wel een realistische parodie over antifeministisch. Léa Drucker speelt Gabrielle, een vijftigjarige kaakchirurge die haar leven volledig heeft ingericht rond haar werk. Ze heeft weinig tijd voor haar zeurende man, nauwelijks tijd voor haar dementerende moeder en geen tijd voor zichzelf. Maar dan komt een schrijfster (Mélanie Thierry) een paar weken in haar dienst doorbrengen om inspiratie op te doen voor een roman. En jawel, ze voelt zich aangetrokken tot Gabrielle. Veel verhaal is er niet. De film is enkel de ene scène na de andere. Gabrielle wordt voorgesteld als een sterke vrouw. Tenminste, dat denkt Bourgeois-Tacket. Maar een arts die geen enkel begrip toont voor haar naaste medewerkers en hen constant opeist omdat zij een workaholic is, veroorzaakt vooral immense irritatie. Uiteraard kan Gabrielle pas volwaardig feministe worden als ze even het lesbische pad opgaat. Zodat ze op het einde toch nog tijd maakt voor zichzelf en haar man. De film camoufleert een reeks feministische clichés onder zogenaamd ‘realisme’, wat je hier kan vertalen als: iets dat voortkabbelt zoals in het echte leven. Hopelijk zijn de volgende competitiefilms niet zoals deze Franse brol. Zelfs visueel valt er weinig te rapen in deze La vie inintéressante d’un bourreau de travail irritant.