Inspecteur Rogas onderzoekt tijdens de zogenaamde Anni di piombo (de Loden Jaren, de periode tussen 1969 en 1988 die in Italië werden getekend door terrorisme van extreemlinkse groeperingen zoals de Brigate Rosse) in Cadaveri Eccellenti uit 1978 van de Italiaanse neorealistische scenarist/cineast Francesco Rosi, verschillende moorden die op rechters worden gepleegd. Hij vermoedt dat een verdwenen apotheker hiervoor verantwoordelijk is, iemand die door de slachtoffers onterecht is beschuldigd. Maar de politiechef, in samenspanning met de militaire top, zet hem onder druk om de schuld in de schoenen te schuiven van jonge revolutionaire groeperingen.
Nadat hij als de vader van de politieke cinema werd beschouwd, lijkt Francesco Rosi met dit werk zichzelf opnieuw uit te vinden in het licht van de met een Oscar bekroonde en de bijzonder succesvolle politieke thriller Z van Costa-Gavras (1969). Eerst en vooral omdat hij de reconstructie van de werkelijkheid bemiddelt via een literair werk (Il contesto van Leonardo Sciascia, 1971), iets wat zijn latere cinema zal kenmerken. Ten tweede omdat hij, met weinig overtuigend resultaat, een groteske toon probeert aan te slaan, met enkele geslaagde personages (zoals de rechter met het syndroom van Pontius Pilatus), maar ook veel overdreven karikaturen (en acteurs die soms slecht worden geregisseerd).
Het einde en de dramatische opbouw – een crimethriller die doorslaat in sarcasme en zo uiteindelijk sterk politiek getint wordt – doen sterk denken aan het eerdergenoemde meesterwerk van Costa-Gavras. Het verschil zit vooral in de thematiek: waar in Z het ontdekken van de waarheid tot een militaire staatsgreep leidt, kiest de PCI (Partito Comunista Italiano, de Italiaanse Communistische Partij) in Cadaveri eccellenti eerder voor het vermijden van de waarheid en wordt zo medeplichtig aan de leugen.

Het werk roept ook herinneringen op aan de rauwe politieke misdaad-cinema van Damiano Damiani die als grondlegger van de maffiafilm wordt beschouwd, denk maar aan La Piovra, zijn grootste internationale succes, en eigenlijk zelf een navolger van Rosi is. Na een wat onsamenhangend verloop werkt het schokeinde niet echt: het mist woede en kracht. Enerzijds omdat het een contingente cinema is met veel stiltes en impliciete verwijzingen die kennis van de politieke context veronderstellen. Anderzijds door een typisch probleem in Rosi’s stijl, namelijk het steeds explicieter benadrukken van zijn politieke stellingname, waardoor de dialectiek simplistisch wordt.
Zijn bedoeling was een metafoor te maken over de corruptie van de macht tijdens de ‘strategia della tensione’ (onder leiding van de christendemocratie tegen de Italiaanse communistische partij, wat bij de release van de film tot controverse leidde), maar Rosi’s intentie kan als echter als enkel half geslaagd worden gezien.
Wat echter wel sterk opvalt, zoals in zijn hele oeuvre, is het architecturale aspect van de prent: van Sicilië (Agrigento, Palermo) tot Napels en Rome kiest Rosi meesterlijk locaties die het werk een bijna tijdloze, abstracte sfeer geven. Ook zijn gestileerde en symbolische mise-en-scène is opmerkelijk, met lyrische visuele momenten en een zorgvuldig opgebouwd beeldritme. Niet bepaald een meesterwerk, wel meermaals bekroond en wel boeiend, intrigerend, spannend en dus beslist de moeite waard om de portfolio van Rosi te ontdekken of beter te doorgronden.
Genre: drama, misdaad, thriller
Jaar: 1976
Regisseur: Francesco Rosi
Cast: Lino Ventura, Renato Salvatori, Fernando Rey, Max von Sydow, Charles Vanel
Land: Italië, Frankrijk
Speelduur: 120 minuten