Karel Van Keymeulen (°Ressegem, 1952) is een gerenommeerde Belgische journalist, jazzkenner en auteur, gevestigd in Gent. Hij begon zijn carrière bij De Gentenaar en Knack. Nadien schreef hij jarenlang voor het Nieuwsblad en was hij 24 jaar jazzrecensent bij De Standaard.
Voor de kranten versloeg hij jaar en dag het filmfestival van Gent en bij Klara was hij een 15-tal jaar verbonden met de cultuurprogramma’s en tijdens de live-uitzendingen vanop Jazz Middelheim is hij al enkele jaren een graag geziene praatgast.
Doorheen de jaren zag, ontmoette en sprak Karel talrijke grootheden uit de jazzwereld, onder meer Ornette Coleman, Art Blakey, Wynton Marsalis, Chet Baker, Cécile McLorin Salvant en Archie Shepp.
Karel is ook bezieler van het succesvol Gents festival ‘Jazz in ’t park’ waar hij soms fungeert als gastprogrammator.
Naast zijn journalistiek werk en zijn gewaardeerde culturele bijdragen, is hij tevens auteur en co-auteur van talrijke boeken zoals onder meer All That Jazz, waarin hij 50 iconische jazzstukken bespreekt, Het verhaal van de familie Bloch, Romain 100 (1915-1994) en 175 jaar Gentse Feesten.
Op onze vraag voor zijn filmkeuzes reageerde Karel onmiddellijk enthousiast, maar we moesten heel lang op de effectieve en concrete respons wachten omwille van onder andere een verhuis, drukke bezigheden en een overvolle agenda.
Maar hier toch Karels vijf filmkeuzes:
TOUCH OF EVIL (Orson Welles, 1958)
Het spijt me, maar bij Citizen Kane heb ik nooit dat overweldigend gevoel gehad van een onevenaarbaar meesterwerk te zien. Ik verkies Welles’ Touch of Evil in wat ik als film noir op zijn best beschouw. De film gaat over een racistische sheriff (Orson Welles) in een corrupt grensstadje. Hij heeft het gemunt op een Mexicaanse drugsagent (Charlton Heston). Niet zozeer het verhaal, maar vooral de sinistere sfeer, de prachtige fotografie en acteursprestaties maken de film onvergetelijk. Als een Shakespeariaans drama in een stoffig stadje vol duistere geheimen en geweld. Welles raakte in de postproductie in de clinch met Universal, die de film conventioneler maakte. In 1998 werd hij in de Wellesversie hersteld.
AGUIRRE, DER ZORN GOTTES (Werner Herzog, 1972)
Deze film van Werner Herzog bedwelmde me toen ik hem begin jaren zeventig zag in Studio Skoop, de alternatieve bioscoop die toen nog in zijn kinderschoenen stond en verraste met zijn opmerkelijke filmkeuze. Door Studio Skoop ging een wereld open en begon mijn echte filmliefde. Maar nooit vergeet ik de historische dramafilm Ben-Hur die ik zag in de dorpsbiosccop in Herzele, het dorp dat grensde aan mijn dorp Ressegem. Of de films in de bioscoop van mijn meter in Lede, cinema Roxy. Ik mocht op het balkon zitten, stel je voor.
Het thema van Aguirre, met een barre tocht over een onbekende rivier in een dreigende natuur en met onzichtbare vijanden, is ontleend aan het boek Heart of Darkness van Joseph Conrad, die ook Francis Coppola voor zijn Apocalypse Now inspireerde.
Het maken van de film was een gevecht met de natuur en materiële omstandigheden, en de grillen van hoofdacteur Klaus Kinski. Hij speelt Don Lope de Aguirre, die de groep manipuleert en angst zaait. Hitte, voedseltekorten, machtsgrepen en diverse ziekten maken dat de expeditieleden een voor een sterven, tot Aguirre alleen overblijft. Met een soort ambientmuziek van Popol Vuh die de mysterieuze, beklemmende sfeer intensifieert. Dat Herzog van beproevingen houdt, blijkt ook uit zijn epische Fitzcarraldo (1982), alweer met Klaus Kinski.
CHINATOWN (Roman Polanski, 1974)
Verraad, corruptie, moord. Nog een film noir, maar in kleur. Het verhaal speelt tijdens de Grote depressie in Los Angeles. Een cynische privédetective Jake ‘J.J’ Gittes wordt ingehuurd om de gangen na te gaan van Hollis Mulwray, de hoofdingenieur van de afdeling waterbeheer van de stad.
In de loop van het verhaal wordt Mulwray vermoord en vraagt ook zijn vrouw aan Gittes om de dood van haar man te onderzoeken. Het is een ingewikkeld verhaal met corrupte politie, een incest-dochter en een machtige oligarch. De plot is gecompliceerd en vernuftig, de dialogen zijn onovertroffen. Het briljante, zij het door Polanski naar zijn hand gezette scenario, is van Robert Towne. Onvergetelijk is de beroemde scène waarbij een vlijmscherp mes in de neus van Nicholson peutert en zijn neusvleugel openrijt. Jack Nicholson speelt hier meesterlijk, zonder zijn bekende tics te overdrijven. Betoverend en mysterieus is Faye Dunaway. John Huston, de meesterlijke filmer, schittert als de almachtige bons.
KAOS (Paolo Taviani en Vittorio Taviani, 1984)
De broers horen bij de grote Italiaanse cinema. Denk ook aan films als Padre Padrone (1977) en La Notte di San Lorenzo (1982). De vier verhaallijnen in Kaos zijn losjes gebaseerd op vertellingen van Pirandello, een van de beroemdste schrijvers van Sicilië.
De scènes spelen zich af in het negentiende-eeuwse Sicilië en zijn nu eens hartverscheurend en dan weer grappig. Een moeder die haar zoon zo erg haat dat ze niet met hem spreekt. Een vrouw die een man huwt die zich met volle maan opsluit en huilt als een wolf. Je raakte ook onder de indruk van de oogverblindende beelden, het sterke acteurswerk in een verleidelijk Siciliaanse (en Toscaanse) landschap. Paolo Taviani overleed onlangs op 92-jarige leeftijd. Zijn broer Vittorio stierf in 2018.
SON OF SAUL (László Nemes, 2015)
Een mokerslag. Omdat we willen weten hoe het leven in die vernietigingskampen verder doorging, hoe je in die hel kon overleven en waarom mensen zo wreed zijn. Sinds het lezen van Primo Levi’s Se Questo è un Uomo (Is dit een mens?), laat die vraag me niet meer los. We zien twee dagen uit het leven van de fictieve Hongaarse gevangene Saul Ausländer, die werkt als lid van een Sonderkommando in Auschwitz-Birkenau.
Door de claustrofobische manier van filmen zie je alleen wat hij ziet, of bijna niet meer kan zien, omdat hij helemaal afgestompt is. Op een moment denkt hij zijn zoon te zien, bij het ruimen van de lijken. Het geheel is gefilmd vanuit het perspectief van de Joodse man. Geen filmmuziek, geen hoop, de ultieme duisternis.