De jaarlijkse Paasparade is een diepverwortelde Amerikaanse cultuurtraditie die oorspronkelijk in de 19de eeuw ontstond in New York City en die vandaag nog steeds plaatsvindt en waaraan de film zijn titel – Easter Parade – ontleent, vormt slechts het begin- en eindpunt van een muzikaal liefdesverhaal, een musical rond een romance. Ze fungeert als kapstok én symbool voor de gelukkig aflopende liefde tussen danser Don Hewes (Fred Astaire) en zijn leerlinge en danspartner Hannah Brown (Judy Garland). En daarmee is over het verhaal eigenlijk al zowat alles gezegd.
Easter Parade is een van die typische MGM-musicals (Metro-Goldwyn-Mayer) die een minimale verhaallijn proberen te compenseren met een maximale pracht aan kostuums en decors, fantasierijk geënsceneerde zang- en dansnummers en talrijke liedjes van bekende Amerikaanse componisten, in dit geval Irving Berlin. Meestal mislukt die opzet en verslapt de belangstelling van de kijker na een veertigtal minuten. Maar uitzonderingen bevestigen de regel en jawel, Easter Parade is er zo een.
Een van de redenen daarvoor is het scenario en de levendige dialogen, de latere bestsellerauteur Sidney Sheldon had hier duidelijk zijn aandeel in. Ook de elegante en vloeiende regie van musicalspecialist (destijds nog beginnend regisseur) Charles Walters draagt wezenlijk bij aan het succes van de film. De voornaamste reden zijn echter Fred Astaire en Judy Garland.
Ook wanneer de voortgang van het verhaal weer even stilvalt voor een muzieknummer, maakt dat niets uit: je kijkt gewoon met veel plezier naar deze twee musicalsterren. Met hun levendige présence en hun inzet doen ze het scherm sprankelen. Trouwens alle nevenpersonages verbleken naast hen. Zodra Astaire en Garland samen in beeld zijn, voel je een energie die je wakker schudt, meesleept en enthousiasmeert. De chemie tussen beide sterren is onmiskenbaar en hun wederzijdse genegenheid oogt volkomen geloofwaardig. Het is jammer dat dit hun enige gezamenlijke film is gebleven.

Easter Parade speelt zich af in de jaren 1910, in het milieu van welgestelde witte Amerikanen. Volgens de auteur zou zo’n uitgangspunt in het hedendaagse Hollywood ondenkbaar zijn, omdat dergelijke personages vanuit hedendaagse ideologische opvattingen al snel als inherent racistisch zouden worden beschouwd. Bovendien verschijnen er ook zwarte bedienden in de film, weliswaar slechts in kleine bijrollen. De auteur gebruikt dit als aanleiding voor een polemiek tegen wat hij ziet als de hedendaagse ‘woke’-kritiek op oudere films en stelt dat journalisten dergelijke standpunten kritiekloos zouden overnemen zonder ze voldoende te onderbouwen.
Maar Easter Parade is zorgeloos en licht van toon. Er zijn geen schurken die het uitbundige, visuele geluk verstoren en ook dat is volgens de auteur vandaag nog nauwelijks denkbaar in de cinema. Uiteraard was de wereld ook ten tijde van het ontstaan van deze film verre van perfect, maar escapisme – een positieve tegenwereld die niet op de werkelijkheid gebaseerd is – had toen nog een volwaardige plaats en bestaansrecht in de filmkunst. En ook vandaag, bijna tachtig jaar later, werkt die magie nog steeds.
Fred Astaire en Judy Garland komen op het witte doek opnieuw tot leven en nemen ons mee naar een wereld waarin mensen midden op straat spontaan beginnen te zingen, begeleid door een volledig orkest en waarin toevallige voorbijgangers zonder schroom het refrein meezingen, zuiver van toon en perfect in harmonie. Ook dat was een statement: een gezongen en gedanste utopie van een harmonieuze samenleving. Volgens de auteur maakt die droomwereld hedendaagse beschuldigingen van racistische ondertonen zelfs belachelijk.
Easter Parade, bekroond met een Oscar, is een aanstekelijk levenslustig tegengif tegen de ellende van de hedendaagse politieke verwarring. De musical biedt ontspanning en helpt de moed erin te houden.
Genre: musical, romantiek
Jaar:1948
Regisseur: Charles Walters
Cast: Fred Astaire, Judy Garland, Peter Lawford, Ann Miller, Jules Munshin, Lola Albright
Land: Verenigde Staten
Speelduur: 103 minuten