De vluchtelingenproblematiek is al jaren een vast onderwerp in het Europese arthousecircuit. Sinds onder meer de Syrische burgeroorlog, de instabiliteit in delen van Afrika, het aanhoudend zware conflict in de Gazastrook en de oorlog in Oekraïne, duiken verhalen over ontworteling, grensovergangen en administratieve vernedering met de regelmaat van de klok op in bioscopen en festivalprogramma’s. Vaak vertrekken die films vanuit dezelfde dramaturgische blauwdruk: een getraumatiseerd personage probeert zich staande te houden in een samenleving die tegelijk medelijden toont en afstand bewaart. Het maakt dat nieuwe titels in dit genre zich vandaag nauwelijks nog kunnen permitteren om routineus te zijn. Wie nog wil raken, moet meer doen dan enkel de actualiteit illustreren.
Met L’Étrangère begeeft de Syrische regisseur Gaya Jiji zich op bekend terrein. Na Mon Tissu Préféré die in 2018 in première ging in de sectie Un certain regard in Cannes, volgt de filmmaakster nu in haar tweede langspeelfilm Selma, een Syrische vrouw die via een levensgevaarlijke tocht Europa bereikt en uiteindelijk in Bordeaux terechtkomt. Daar leeft ze zonder papieren, werkt ze illegaal in een café en probeert ze wanhopig haar zoon terug te zien, die nog in Syrië verblijft. Intussen hangt haar lot vast aan de logge Europese asielmachine, die mensen eerst registreert en pas daarna lijkt te bekijken als mens van vlees en bloed.
Jiji maakt van Selma geen klassieke slachtofferfiguur. Dat is meteen ook het interessantste aspect van dit drama. Haar hoofdpersonage is wantrouwig, koppig en emotioneel afgesloten van haar omgeving. Ze weigert zich neer te leggen bij de rol die vluchtelingen vaak krijgen toebedeeld: dankbaar, stil en afhankelijk. Selma verzet zich tegen controles, tegen administratieve procedures en uiteindelijk zelfs tegen mensen die haar proberen te helpen. Wie jarenlang in angst leeft, voortdurend bekeken wordt als dossier of probleem, ontwikkelt nu eenmaal geen spontane openheid tegenover de buitenwereld.

Toch slaagt L’Étrangère er niet helemaal in die complexiteit dramatisch vol te houden. De eerste helft van de prent bezit nog een zekere rauwheid: flarden herinneringen, gespannen stiltes en het voortdurende gevoel van ontworteling geven Selma’s bestaan een bijna tastbare fragiliteit. Maar zodra het scenario meer nadruk begint te leggen op haar band met een Franse advocaat, vervalt L’Étrangère steeds vaker in vertrouwde patronen. De sociale observatie maakt plaats voor voorspelbare emotionele ontwikkelingen, alsof de film zichzelf onderweg toch niet volledig durft toe te vertrouwen aan zijn meest weerbarstige kanten.
Ook de Franse samenleving waarin Selma terechtkomt wordt eerder schematisch voorgesteld. Politieagenten behandelen haar als overlast, collega’s luisteren beleefd, maar afstandelijk, naar haar verhaal en zelfs binnen de Syrische gemeenschap lijkt solidariteit afhankelijk van gehoorzaamheid. Dat beeld is niet onrealistisch – vluchtelingen botsen in Europa nog altijd op een combinatie van bureaucratische kilte en latent wantrouwen – maar Jiji brengt het soms wel erg expliciet in beeld. Subtiliteit maakt geregeld plaats voor illustratie.

De figuur van de advocaat vat die ambiguïteit misschien nog het best samen. Hij helpt Selma bij haar asielprocedure en lijkt oprecht geraakt door haar situatie, maar blijft tegelijk veilig verankerd in zijn comfortabele middenklassebestaan. Hij vertegenwoordigt een typisch West-Europees schuldgevoel: empathie zolang die geen echte consequenties heeft voor het eigen leven. Alexis Manenti (Maldoror, Le ravissement, Les misérables) speelt hem bewust gereserveerd, bijna passief, wat goed werkt zolang de film hem niet probeert uit te spelen als emotionele redder.
Dat alles maakt van L’Étrangère geen slechte film, integendeel want Gaya Jiji regisseert met gevoel voor sfeer en laat haar acteurs voldoende ruimte om stilte en vermoeidheid te laten spreken. Vooral de Iranese en in Cannes bekroonde actrice Zar Amir Ebrahimi (Tatami, Les Survivants, Holy Spider) als de vluchtelinge draagt de film met een ingehouden intensiteit die veel scènes overeind houdt. Maar in een tijd waarin cinema over migratie en ballingschap overvloedig aanwezig is, volstaat degelijkheid niet altijd meer. Daarvoor blijft L’Étrangère te dicht hangen bij bekende narratieve reflexen.
Wat L’Étrangère wel overtuigend toont, is hoe vluchtelingen vandaag gevangen zitten tussen twee vormen van geweld: het directe geweld van oorlog en repressie enerzijds en het trage, bureaucratische geweld van Europa anderzijds. Niet de bommen, maar het eindeloze wachten, de onzekerheid en het gebrek aan perspectief maken Selma langzaam troosteloos, nietig en moedeloos. Precies daarin schuilt uiteindelijk de meest pijnlijke waarheid van de film.
Genre: drama
Jaar: 2025
Regisseur: Gaya Jiji
Cast: Zar Amir Ebrahimi, Alexis Manenti, Amr Waked, Megan Northam, Maryne Berteaux
Land: Frankrijk, België
Speelduur: 101 minuten