Never On Sunday (originele titel Pote Tin Kyriaki), geschreven, geregisseerd en geacteerd door Jules Dassin uit 1960, is een merkwaardig buitenbeentje in de filmgeschiedenis. De film is tegelijk volkskomedie, sociaal portret, romantische fabel en een liefdesverklaring aan Griekenland. Dat hij uitgroeide tot dé internationale Griekse film avant la lettre is geen toeval. Wat wél ironisch blijft: het was een Amerikaanse outsider, Jules Dassin, die erin slaagde om iets wezenlijks van de Griekse volksziel te vatten op een moment dat de Griekse cinema daar zelf zelden in slaagde.
Dassin was op dat ogenblik al een historische figuur. In Hollywood had hij naam gemaakt met harde, gestileerde film noirs als The Naked City en Night And The City, films die de naoorlogse stedelijke paranoia haast tastbaar maakten. Maar tijdens het McCarthyisme belandde hij op de zwarte lijst. Zoals zoveel linkse of vermeend ‘on-Amerikaanse’ kunstenaars werd hij uit Hollywood verdreven. Die gedwongen ballingschap bracht hem naar Europa en uiteindelijk naar Griekenland, waar hij niet alleen artistiek, maar ook persoonlijk een nieuwe thuis vond via zijn relatie met zangeres, activiste, wereldberoemde karakteractrice en de allereerste vrouwelijke minister van Cultuur in Griekenland: Melina Mercouri.
Die biografische achtergrond is essentieel om Never On Sunday te begrijpen. In dit drama wordt tegelijk van binnenuit én van buitenaf naar Griekenland gekeken. Dassin observeert het land met de nieuwsgierigheid van een buitenlander, maar zonder de neerbuigende exotiek waarmee Hollywood destijds vaak naar Zuid-Europa keek. Hij toont een samenleving die balanceert tussen traditie en moderniteit, tussen armoede en levenslust, tussen tragedie en uitbundigheid.

Centraal staat Ilya, gespeeld door Mercouri in de rol van haar leven waarvoor ze in Cannes de prijs van de Beste Actrice kreeg, haar een Oscarnominatie opleverde en internationaal mee doorbrak. Ze speelt een prostituee in de haven van Piraeus. Ilya is onafhankelijk, luidruchtig, sensueel en onaangepast. Wanneer een Amerikaanse intellectueel haar probeert te ‘beschaven’ door haar kennis te laten maken met de klassieke cultuur, ontstaat een botsing tussen spontane levenswijsheid en steriele intellectuele superioriteit. Dassin maakt van dat conflict geen zware ideologische discussie, maar een speelse, vaak hilarische confrontatie tussen twee wereldbeelden.
De grote troef van de prent is ontegensprekelijk de toon. Never On Sunday beweegt zich voortdurend op de grens tussen melancholie en vrolijkheid. Een scène kan beginnen als een burleske komedie en eindigen met een bijna tragisch besef van sociale uitzichtloosheid. Dat voortdurend en abrupt schakelen doet uiteraard meteen denken aan het Italiaanse neorealisme, maar Dassin injecteert er een mediterrane lichtheid in die volledig eigen aan de film blijft. De muziek van Manos Hadjidakis – met de iconische song Ta Paidia Tou Peiraia dat wordt gezongen door Mercouri zelf – versterkt dat gevoel nog: volks, melancholisch en onweerstaanbaar levendig tegelijk.
Toch heeft de film toch mindere kantjes. Vanuit hedendaags perspectief oogt de exotisering van Griekenland soms nadrukkelijk folkloristisch. Dassin romantiseert de volkscultuur zodanig dat sociale realiteit geregeld naar de achtergrond verdwijnt. Armoede wordt charmant, marginaliteit krijgt iets pittoresks. Ook de mannelijke gaze is nooit ver weg: hoewel Ilya een opmerkelijk vrije vrouwelijke figuur blijft voor haar tijd, wordt haar vrijheid toch voortdurend gefilterd door een mannelijke fantasie over ‘authentieke’ vrouwelijkheid.

Daarnaast worstelt de prent ook af en toe in zijn episodische structuur. Sommige scènes voelen meer aan als sfeerimpressies dan als noodzakelijke dramaturgische bouwstenen. Vooral in het middendeel dreigt Never On Sunday zichzelf iets te comfortabel te nestelen in zijn eigen charme. Dassin vertrouwt soms té veel op de sterke uitstraling van Mercouri, die met haar charisma inderdaad bijna elke scène overeind houdt.
En het wel dat charisma dat de film uiteindelijk onvergetelijk maakt. Mercouri speelt niet zomaar een personage; ze belichaamt een idee van vrijheid. Haar lach, haar manier van bewegen, haar koppige weigering om zich te onderwerpen aan intellectuele of morele regels: het geeft het drama een energie die vandaag nog verrassend modern aanvoelt. Ze is tegelijk volkse muze, politieke metafoor en pure cinema.
Historisch gezien betekende Never On Sunday ook een kantelpunt. De film maakte van Mercouri een wereldster, gaf de Griekse cinema internationale zichtbaarheid en bewees dat Europese auteurscinema ook toegankelijk en publieksvriendelijk kon zijn zonder artistieke ambitie op te geven. Dassin zelf leverde hiermee wellicht niet zijn formeel meest radicale werk af, maar wel zijn warmste en meest menselijke film.
Dat verklaart waarom de met een Oscar-bekroonde Never On Sunday een stevige reputatie heeft en die meer dan zestig jaar ook blijft behouden. Het is geen perfecte film want daarvoor is hij soms te anekdotisch, te romantiserend en te verliefd op zijn eigen folkloristische beeld van Griekenland. Maar tegelijk bezit hij iets wat veel zogezegde grotere films missen: een oprechte liefde voor mensen, voor chaos, voor tegenstrijdigheid en voor het leven zelf.
Genre: drama, romantiek
Jaar: 1960
Regisseur: Jules Dassin
Cast: Melina Mercouri, Jules Dassin, Giorgos Foundas, Titos Vandis, Alexis Solomos
Land: Griekenland
Speelduur: 91 minuten