Ghost in the Cell van de gevierde Indonesische horrorauteur Joko Anwar lijkt op het eerste gezicht een gewone gevangenisfilm. Een timide nieuwkomer, rivaliserende gedetineerdenbendes, een corrupte gevangenisdirecteur, een tirannieke cipier en een invloedrijke mogol achter tralies klinken als klassieke basiselementen voor een bajesfilm. Met een verrukkelijke mix van gore, actie, zwarte humor en sociaal commentaar weet Anwar de boel echter flink op te schudden, wat resulteert in een ingenieuze verweving van genre en maatschappelijke thema’s.
Wanneer Dimas, een ten onrechte veroordeelde, bevlogen maar ietwat naïeve onderzoeksjournalist, in een beruchte gevangenis terechtkomt, begint een wraakzuchtige geest op brute wijze gevangenen en gevangenispersoneel om te brengen. De combinatie van de wrede moorden en de macabere artistieke presentatie van de slachtoffers zorgt voor een overweldigende horrorervaring. Door zijn scenario op te bouwen uit verschillende emotionele lagen en zijn personages een sterke persoonlijkheid mee te geven, transformeert Anwar Ghost in the Cell in een achtbaan van wisselende emoties. Naast griezel en gore is er dan ook ruimte voor komische noten, politiek-maatschappelijke kwinkslagen, een vleugje ecologische problematiek en zelfs een kortstondige dosis familie-emo.
Dat saamhorigheid, kunst en geloof samen een monster kunnen verslaan – en dat Indonesië geen Noorwegen is – is daarbij mooi meegenomen. Bovendien krijgt de film een brandend actuele laag door de VIP-vleugels in Indonesische gevangenissen aan de kaak te stellen. Kun je de film niet bekijken, maar wil je toch de smaak van Anwars macabere fantasieën proeven? Dan kun je op Netflix terecht voor Joko Anwar’s Nightmares and Daydreams.

Met Train to Busan (2016) zorgde de Koreaanse cineast Yeon Sang-ho voor een high-voltage, claustrofobische zombievaart aan boord van een sneltrein. Met die hellevaart oogstte hij wereldfaam. In zijn nieuwste film, Colony, laat hij een massa bloeddorstige levende doden los in het hoofdkwartier van een biotechbedrijf.
Tijdens een biotechnologieconferentie laat de ontevreden onderzoeker Seo Young-chul een muterend biovirus los in een hoogbouw. In essentie wil de gekke wetenschapper de mensheid onder zijn controle naar een hoger niveau van collectieve intelligentie tillen. Al snel loopt het gebouw vol bloeddorstige vazallen, terwijl de autoriteiten de wolkenkrabber onmiddellijk in quarantaine plaatsen en afsluiten. Hierdoor komt een kleine groep overlevenden ingesloten te zitten. Onder leiding van biotechnologieprofessor Kwon Se-jeong vechten ze om levend uit dit wetteloze slachtveld te ontsnappen. Midden in de chaos probeert wetenschapster Gong Seol-hee van buitenaf de oorsprong van het virus te achterhalen om zo te helpen de dreiging te stoppen.
Dat de drie protagonisten op de een of andere manier met elkaar verbonden zijn, maakt het verhaal onnodig complex zonder dat die extra laag echt iets oplevert. Het groepje overlevenden vormt een kleine dwarsdoorsnede van de Zuid-Koreaanse samenleving, terwijl de film tegelijk fungeert als kritiek op hyperconnectiviteit, die de individuele geest dreigt te verstikken in een massaal, gedachteloos collectief.
Allemaal goed en wel, maar na een tijdje beginnen de grommende, spastisch, hoekig en houterig lopende zombies en hun georkestreerde aanvallen toch te vervelen. Ook de kleine conflicten tussen de op drift geraakte gedupeerden voelen gaandeweg wat al te kunstmatig opgewekt. Wat de film wel duidelijk maakt, is dat de toekomst bij de vrouwen ligt en mannen eerder zakagenda-dictators, tapijtlopertjes of omhooggevallen handhavers zijn.

Na het bekijken van de zwarte horrorkomedie Anymart van Yusuke Iwasaki loop je een supermarkt niet meer binnen zoals vroeger. Dit debuut van de Japanse cineast laat een sterke indruk na. Met zijn strak gestructureerde vorm, uitgekiende kaders, solide narratieve architectuur en zorgvuldig gekozen ruimtes en omgevingen weet Iwasaki je mee te slepen in de waanzin van supermarkten waar winstgevendheid boven menselijkheid staat.
Sakai’s werkdagen in een kleine supermarkt worden bepaald door routine. Zonder enige emotie helpt hij klanten en volgt hij, net als de rest van het personeel, de strikte regels die de winkeleigenaar – tevens zijn vader – oplegt. De onverwachte en mysterieuze dood van een bevriende supermarktmanager schokt Sakai diep. Gelukkig haalt de komst van Ogawa, een frivole en ambitieuze leerling-kapster, hem stap voor stap uit zijn monotone wereld. Zij zet hem er bovendien toe aan om zijn eigen rol binnen het systeem in twijfel te trekken.
Dit, samen met de voortdurende opmerkingen van de operationele manager van het warenhuisconcern, doet bij filiaalmanager en vader de stoppen doorslaan. De supermarkt verandert hierdoor in een slachthuis en een poel van verderf. Door de spanning minutieus en zonder haast op te bouwen, sleurt de regisseur de kijker onherroepelijk mee in een zowel letterlijk als figuurlijk escalerende horror.
Dat Yusuke Iwasaki zelf de zoon van een supermarkteigenaar is, heeft hem ongetwijfeld geholpen bij het bedenken van dit verhaal, net als de Japanse werkcultuur, die bekendstaat om haar extreme werkobsessie en absolute focus op correctheid en perfectie. Anymart is een heerlijk prikkelend en ontregelend meesterwerkje waarmee Yusuke Iwasaki zich aardig op de kaart zet.