Subscribe Now
Trending News
Parijse expo ‘Marilyn Monroe’, 100 jaar!
MARILYN MONROE (c) Cinématheque
Artikel

Parijse expo ‘Marilyn Monroe’, 100 jaar! 

De tentoonstelling over Marilyn Monroe – op 1 juni is ze exact een eeuw geleden geboren – in de Parijse Cinémathèque opent niet met cinema, maar met beelden. Een overdaad aan beelden die eigenlijk aanvankelijk als bijna agressief wordt ervaren. Beelden, beelden, nog meer beelden. Affiches, covers, publiciteitsfoto’s, legendarische poses, stills, een visuele saturatie die niet alleen de ster toont, maar ook haar probleem blootlegt. Wie zich na een korte confrontatie met backstage- en setstills van Billy Wilders wereldberoemde romcom The Seven Year Itch uit 1955, een weg baant door de originele sliertengordijn waarop haar afbeelding staat gedrukt, naar de eerste zaal, ervaart al direct iets merkwaardigs: een onmiddellijke herkenning die tegelijk de mythe van het icoon wil analyseren.

We weten perfect wie Marilyn Monroe is, maar zodra die zekerheid wordt uitvergroot, blijkt ze opvallend weinig houvast te bieden. Het is een slimme en tegelijk meedogenloze scenografische keuze. Nog vóór er één filmbeeld verschijnt, wordt duidelijk wat deze tentoonstelling niet zozeer wil bevragen wie Monroe was, maar waarom we denken dat we haar kennen.
Door haar artistiek conceptuele mogelijkheden is deze expo bijzonder geschikt om de visuele weelde te tonen die Monroe in de jaren vijftig belichaamde. Haar parcours in het tijdperk van Technicolor en breedbeeld komt tot uiting in glamoureus promotiemateriaal, sexy en feestelijke garderobes zoals onder meer de ‘Happy Birthday JFK’-dress slash sportieve outfits, portretten door gerenommeerde fotografen zoals Eve Arnold, Richard Avedon, Cecil Beaton en Douglas Kirkland. Maar ook in journaalfootage die elke weloverwogen beslissing – haar bezoek aan de Amerikaanse soldaten in Zuid-Korea in een GI-achtige uniform, haar publiekelijk verzet tegen 20th Century Fox en het uit de grond stampen van een eigen productiemaatschappij, de eis voor een gender-gelijk-salaris en haar vertrek uit Hollywood om haar acteertalent aan te scherpen in the Big Apple – van de beroemdheid illustreert en analyseert.

Marilyn Monroe, geboren als Norma Jeane Mortenson in Los Angeles op 1 juni 1926, behoort tot een zeldzame categorie van figuren wiens beeld is losgekomen van de professie. Haar befaamde Seven Year Itch-witte jurk boven de metrorooster – die echter ontbreekt in dit diepgaand overzicht omdat het in 2011 aan een onbekende particulier werd verkocht voor zo’n slordige vier miljoen euro – haar insinuerende tandpasta-glimlach, haar sensueel halfgeopende mond, haar verzorgde rij parelwitte tanden, haar piepkleine bijna esthetisch perfecte linkerwang-tache de beauté, haar platinablonde krullenbol, haar wulpse zondloper-vormen, het zijn allemaal visuele fragmenten die circuleren als zelfstandige entiteiten, vaak zonder enige verwijzing naar de films waaruit ze afkomstig zijn. Verpersoonlijkte pr-kenmerken die intussen al decennia geënt zijn op het collectieve geheugen. In zekere zin heeft Monroe de cinema ‘verlaten’ om een algemeen cultureel popart-symbool te worden.

EXPO MARILYN MONROE @ CINÉMATHEQUE (c) Marc Bussens
EXPO MARILYN MONROE @ CINÉMATHEQUE (c) Marc Bussens

Dat is geen toevallige evolutie, maar het resultaat van een historisch systeem. De tentoonstelling legt ontledend bloot hoe die iconisering als beeld ontstond. In 1945 werkte Norma Jeane Baker nog als arbeider in een munitiefabriek. Ze trouwde jong, scheidde en werd ontdekt door een oorlogsfotograaf die het vuur aan de lont stak aan haar fotoshoot-carrière. Ze wordt in de jaren veertig, heel snel opgenomen in de commerciële machinerie van 20th Century Fox. Binnen een jaar stond ze op de covers van verschillende magazines. Het Hollywood-apparaat had meteen door wat voor goudmijn ze kon worden. Ze wordt niet alleen gevormd tot actrice, maar tot een reproduceerbaar beeld. Tinseltown produceert in die periode geen individuen, maar types: herkenbare, onmiddellijk leesbare figuren die het publiek zonder moeite kan plaatsen.

Monroe wordt daarbij een bijzonder efficiënt model. Ze belichaamt een zorgvuldig uitgebalanceerde contradictie: ze is erotisch, blijft tegelijk onschuldig, verleidelijk, maar nooit bedreigend, zichtbaar begeerlijk, zogenaamd onbewust van haar eigen effect, al wist ze wel degelijk dat ze werd aanzien als een niet zo slimme stoeipoes en meer werd geconsumeerd dan gewaardeerd. Het is precies die combinatie die haar tot een ideaal product maakt in het culturele klimaat van de jaren vijftig.

De grote hommagetentoonstelling ‘Marilyn Monroe’ ter gelegenheid van haar honderdste geboortedag sluit hier expliciet aan bij de analyse van professor en gereputeerde filmtheoreticus Richard Dyer die Monroe beschreef als de belichaming van een tijdperk dat verscheurd werd tussen puritanisme en seksuele fascinatie. Monroe lost die spanning niet op, maar maakt ze wel zichtbaar en daardoor dus meer aanvaardbaar. Niet te onderschatten was trouwens de toevalligheid dat MM’s faam zich parallel ontwikkelde met de uitgave van Alfred Kinsey’s omtreden boeken die de kijk op seksualiteit voorgoed veranderde en de publicatie van het pilootnummer van Playboy waarin opzichtelijke oude naaktfoto’s van Monroe waren opgenomen die ook op de expo worden geëtaleerd naast tal van andere ontelbare en unieke MM-relieken.

Wat deze jubileumexpo bijzonder overtuigend maakt, is hoe ze de constructie van dat beeld blootlegt zonder ze te ontkrachten. Publiciteitsfoto’s, contracten, persmateriaal en diverse magazinecovers worden naast elkaar geplaatst en tonen hoe consistent Monroe’s imago werd uitgebouwd. Werkelijk niets wordt aan het toeval overgelaten. Zelfs haar ‘spontaniteit’ blijkt een geregisseerde kwaliteit. De blik, de houding, de manier waarop ze haar lichaam positioneert ten opzichte van de camera: het zijn allemaal elementen die herhaald, verfijnd en gecodeerd worden.

EXPO MARILYN MONROE @ CINÉMATHEQUE (c) Marc Bussens
EXPO MARILYN MONROE @ CINÉMATHEQUE (c) Marc Bussens

Wat ontstaat, is een paradoxale vorm van natuurlijkheid. Monroe lijkt authentiek, precies omdat haar imago zo zorgvuldig geconstrueerd is. De tentoonstelling suggereert impliciet dat dit misschien haar grootste ‘rol’ was: niet die van een specifiek personage, maar die van Marilyn Monroe zelf. En zoals bij elke succesvolle rol is die identiteit daarna moeilijk los te laten.

Tegenover dat overweldigende beeld plaatst de tentoonstelling een tweede, minder evidente lijn: die van Monroe als actrice. Het is een noodzakelijke correctie, maar ook een delicate operatie. Want hoe toon je het spel van iemand die zo sterk met haar imago samenvalt? Die moeilijkheid wordt nog vergroot door de manier waarop Monroe tijdens haar leven werd beoordeeld. Uitspraken van invloedrijke figuren als John Huston, Fritz Lang en Arthur Miller reduceren haar acteerwerk tot een vorm van vanzelfsprekendheid: ze ‘speelde niet’, ze ‘was zichzelf’, dixit de reeds aangehaalde culftfiguren.

Wat in die uitspraken ontbreekt, is het besef dat acteren ook kan bestaan uit het minimaliseren van zichtbare techniek. Dat een rol niet minder geconstrueerd is omdat ze natuurlijk oogt. Integendeel: het vergt vaak meer controle om die illusie van moeiteloosheid te creëren.

De tentoonstelling probeert dat inzicht tastbaar te maken via filmfragmenten. In de crime-noir The Asphalt Jungle uit 1950 van John Huston bijvoorbeeld – een korte maar veelzeggende verschijning van MM in de rol van Angelina – valt meteen op hoe Monroe haar aanwezigheid doseert. Ze speelt niet tegen de scène, maar er net naast, met kleine verschuivingen in ritme en aandacht. Het zijn nuances die zich moeilijk laten vertalen in anekdotes of citaten en misschien precies daarom zo lang genegeerd werden. Tal van fragmenten uit Monroe’s filmcarrière zoals in Henry Hataway’s crime Niagara (haar doorbraakprent) uit 1959 en enorme hits als Some like it Hot, How to Marry a Millionaire, Gentlemen Prefer Blondes en Monkey Business worden er in een lus vertoond.

EXPO MARILYN MONROE @ CINÉMATHEQUE (c) Marc Bussens
EXPO MARILYN MONROE @ CINÉMATHEQUE (c) Marc Bussens

De spanning tussen beeld en spel wordt het scherpst zichtbaar wanneer Monroe probeert uit haar typecasting te breken. Haar opleiding aan de beroemde Lee Strasberg New York-Actors Studio die ze aanving in 1955 en haar zoektocht naar meer gelaagde rollen wijzen op een duidelijke artistieke ambitie. Dat zie je duidelijk in de geprojecteerde fragmenten uit Bus Stop en voornamelijk The Misfits naar een speciaal voor haar geschreven scenario van haar toenmalige echtgenoot Arthur Miller.

Maar die ambitie wordt in het Hollywood van eind de jaren vijftig niet vanzelfsprekend beloond. Integendeel: ze wordt ervaren als een afwijking van het verwachte beeld. Dat mechanisme wordt pijnlijk zichtbaar gemaakt in deze ere-overschouwing. Terwijl Monroe complexere rollen nastreeft begint haar publiek imago te kantelen. Ze wordt moeilijker, onbetrouwbaarder, minder ‘controleerbaar’. Haar verlangen naar artistieke erkenning wordt gelezen als instabiliteit.

Die dynamiek is niet los te zien van de genderverhoudingen binnen de industrie. Waar mannelijke acteurs hun bereik konden uitbreiden zonder hun status te verliezen, werd Monroe’s ambitie ervaren als een bedreiging voor haar marktwaarde. Het is een impliciete straf: hoe meer ze probeert actrice te worden, hoe minder ze als ster functioneert.

Weinig beelden vatten die spanning zo scherp samen als de beroemde scène uit The Seven Year Itch. Wanneer Monroe boven de metrorooster staat en haar jurk opwaait, ontstaat een moment dat tegelijk speels, erotisch en absurd is. Regisseur Billy Wilder was zich in 1955 bewust van de artificiële aard van het beeld. De scène balanceert op de rand van parodie. Maar precies die overdrijving maakt haar zo krachtig. Ze condenseert Monroe’s hele imago in één visueel moment. De expo behandelt deze scène terecht als een kantelpunt. Het is het moment waarop het beeld definitief loskomt van de context en een autonoom leven begint te leiden. Vanaf dan is Monroe niet langer alleen een actrice in films, maar een icoon dat voortdurend gereproduceerd kan worden.

EXPO MARILYN MONROE @ CINÉMATHEQUE (c) Marc Bussens
EXPO MARILYN MONROE @ CINÉMATHEQUE (c) Marc Bussens

In een apart en ingetogen onderdeel krijgt ook haar veel te vroeg overlijden – in dubieuze omstandigheden, maar officieel door een acute barbituraatvergiftiging – uiteraard de nodige aandacht die aan de hand van extensief bronmateriaal wordt becommentarieerd. Foto’s van haar doodsbed, het afvoeren van haar lichaam, de krantenpublicaties die haar overlijden blokletterden tot zelfs reclame voor medicatie om stresserende situaties te voorkomen, kan je in een aangepaste ruimte aanschouwen.

Aansluitend wordt eveneens ingezoomd op haar postume ‘leven’. Haar dood markeert het begin van wat men gerust Monroe’s tweede carrière kan noemen: die van mythe. Haar bezittingen werden geveild, haar foto’s bleven circuleren en haar gezicht werd eindeloos gebruikt en gereproduceerd.

Na haar dood op 4 augustus 1962 op 36-jarige leeftijd, wordt dat after-death-roemproces alleen maar versneld. Monroe’s beeld wordt inderdaad een object van eindeloze herinterpretatie. In de popart-portretten van kunst-icoon Andy Warhol bijvoorbeeld worden aan een aparte muur aandachttrekkend opgehangen. Hoe dat erfgoed alsmaar populairder werd door de jaren heen kom je te weten in het geanimeerde en originele sluitstuk van de tentoonstelling in de vorm van een zwierige installatie geïnspireerd door de ballroom-cultuur met in de hoofdrol onder meer Madonna als incarnatie van popcultuur en haar vermogen om zich trends toe te eigenen en te laten schitteren lang vóór RuPaul’s Drag Race, het wereldberoemd Amerikaans reality-tv-programma. Daarnaast ontdek je ook nog een talentenjacht waarin dragqueens strijden om de titel van ‘America’s Next Drag Superstar’ gecreëerd door RuPaul Charles en frivole clips van sterren als onder meer Margot Robbie, Ryan Gosling, Beyoncé, Gwen Stefani, Penélope Cruz en Billie Eilish die hun uiterste best doen om MM’s looks en poses te reframen.

Wat daarbij opvalt, is hoe flexibel haar imago blijkt. Het kan tegelijk symbool staan voor glamour, kwetsbaarheid, seksualiteit, slachtofferschap en empowerment. Monroe wordt een leeg centrum waarop verschillende betekenissen kunnen worden geprojecteerd. De tentoonstelling erkent die veelzijdigheid, maar laat ook zien hoe ze gepaard gaat met een vorm van verlies. Hoe meer het beeld circuleert, hoe verder het zich verwijdert van de concrete praktijk van acteren. Monroe wordt een referentie, geen ervaring.

Een van de meest intrigerende aspecten van de expositie is haar omgang met de vraag naar de ‘echte’ Marilyn. In plaats van een definitief antwoord te formuleren, toont ze de onmogelijkheid van die zoektocht. De beschikbare bronnen zoals interviews, getuigenissen en biografieën blijken tegenstrijdig en vaak gekleurd door vooroordelen. Zoals cultuurhistoricus Sarah Churchwell heeft aangetoond, worden feiten rond Monroe vaak gevormd door de overtuigingen die men al heeft.

EXPO MARILYN MONROE @ CINÉMATHEQUE (c) Marc Bussens
EXPO MARILYN MONROE @ CINÉMATHEQUE (c) Marc Bussens

De exhibitie voegt daar een materiële dimensie aan toe door te proberen een tastbaar beeld van de vrouw achter de legende te reconstrueren. Niet makkelijk zo blijkt want het is en blijft een verzameling aan representaties zonder stabiel referentiepunt. In die zin is de tentoonstelling zelf een spiegel van haar onderwerp. Ze probeert afstand te nemen van het icoon, maar blijft er onvermijdelijk door aangetrokken. Ze analyseert de beeldproductie, maar reproduceert tegelijk de esthetiek ervan.

Dat spanningsveld is geen tekortkoming, maar een structureel gegeven. Marilyn Monroe is geen figuur die zich laat reduceren tot een coherent verhaal. Ze bestaat precies in de frictie tussen beeld en werkelijkheid, tussen projectie en ervaring.

Wat de expo uiteindelijk blootlegt, is niet zozeer wie Monroe was, maar hoe ze blijft functioneren. Als oppervlak, als projectie, als culturele spiegel. Ze nodigt uit om anders te kijken, maar toont tegelijk hoe hardnekkig onze blik is. Hoe moeilijk het is om voorbij het icoon te geraken zonder het opnieuw te bevestigen. Misschien ligt daarin haar blijvende kracht. Niet in een verborgen waarheid die ooit onthuld kan worden, maar in haar vermogen om telkens opnieuw betekenis te genereren.

De eindconclusie na het bezichtigen van dit uitgebreid, interessant en rijkelijk geïllustreerd jubileum-overzicht is dat Marilyn Monroe geen raadsel is dat moet worden opgelost, maar uiteindelijk een imponerend beeld is dat blijft werken. En dat is precies waar deze tentoonstelling haar grootste verdienste heeft. Ze probeert, tussen de affiches en de geadoreerde beelden door, opnieuw ruimte te maken voor de vrouw die eigenlijk gewoon wilde acteren. Zeg maar van ‘The Blonde Bombshell’, haar smalende nickname, tot Something’s got to Give, de onvoltooide speelfilm van George Cukor uit 1962 waarin Monroe in haar laatste rol, het personage Ellen Arden vertolkt en dood wordt verklaard, maar daarna ‘Alive and Kicking’ terugkeert… over een Monroe’s levensmetafoor gesproken!

Expo: ‘Marilyn Monroe’ – 100 ans! in La Cinémathèque française, Rue de Bercy, 51 te Parijs. Nog te zien tot 26 juli 2026. Alle dagen open (behalve de dinsdag) van 12u tot 18u en in de weekends van 11u tot 20u. Voor de verschillende ticketprijzen en vertoningen van een bijhorende filmretrospectieve van Monroe-films kan je terecht op de website: www.cinematheque.fr.

Related posts