Subscribe Now
Trending News
William Klein – De man achter de lens die de filmgeschiedenis heruitvond
WILLIAM KLEIN (c) Roman Bonnefoy - CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=4219775
Artikel

William Klein – De man achter de lens die de filmgeschiedenis heruitvond 

Als de naam William Klein valt, denkt het grote publiek vrijwel meteen aan korrelige, rauwe straatfotografie of grensverleggende modeshoots voor het universeel gekende Amerikaanse mode- en lifestyle tijdschrift Vogue.

William Klein was veel meer dan een fotograaf die af en toe films maakte. Hij was een rusteloze beeldenstormer die de grenzen tussen fotografie, cinema, mode en beeldende kunst voortdurend doorbrak. Met zijn korrelige straatfoto’s zette hij in de jaren vijftig de fotografiewereld op zijn kop, met zijn compromisloze documentaires en bijtende satires fileerde hij de consumptiemaatschappij, de politieke macht en de rol van de massamedia. Zijn werk was rauw, energiek en onvoorspelbaar, maar altijd doordrongen van een scherpe blik op de wereld om hem heen.

Van de bruisende straten van New York tot de revolte van Mei ’68 in Parijs, van de bokscarrière van Muhammad Ali tot de absurde dystopie van Le Couple témoin: Klein koos steevast voor onderwerpen waarin de spanning tussen individu en samenleving centraal stond. Zijn camera observeerde niet vanop afstand, maar dook midden in de actie, op zoek naar chaos, confrontatie en authenticiteit. Hij maakte beelden die schuurden, provoceerden en nog altijd verrassend modern aanvoelen.

Hij was bovenal een kunstenaar die de werkelijkheid niet simpelweg registreerde, maar haar ontleedde, uitdaagde en opnieuw vormgaf. Zijn nalatenschap is die van een visionair die de twintigste eeuw niet alleen heeft vastgelegd, maar haar ook mee heeft leren bekijken. Het jaar 2026 markeert de honderdste geboortedag van deze in 2022 overleden grootmeester. Terwijl musea wereldwijd zijn iconische stilstaande beelden vieren, blijft een essentieel deel van zijn nalatenschap vaak onderbelicht: zijn visionaire carrière als filmregisseur.

Tussen het midden van de jaren zestig en de late jaren zeventig hing Klein zijn fotocamera bewust aan de wilgen om zich volledig op bewegend beeld te storten. Wat hij achterliet, is een radicaal, satirisch en baanbrekend oeuvre dat de cinema voorgoed veranderde. Gelukkig zijn er toch bepaalde cultuurtempels die dit jaar op zijn fascinerende filmoeuvre inzoomen aan de hand van retrospectieves zoals onder meer in Le MEP (Maison Européenne de la Photographie) in Parijs en in Arles (Frankrijk) tijdens het befaamde internationale fotofestival.

Het jaar 2026 markeert de honderdste geboortedag van William Klein (Manhattan, New York 1926 – Parijs, september 2022). Een selectief overzicht van de filmcarrière van deze grootmeester dringt zich dus beslist op.

QUI ÊTES-VOUS, POLLY MAGGOO? (c) The Movie Database (TMDb)
QUI ÊTES-VOUS, POLLY MAGGOO? (c) The Movie Database (TMDb)

Voordat Klein fictiefilms maakte, experimenteerde hij al vroeg met beweging. Geïnspireerd door zijn leermeester Fernand Léger en avant-gardistische kunststromingen zoals het dadaïsme en Bauhaus, maakte hij in 1958 de kortfilm Broadway by Light. Deze hypnotiserende registratie van neonreclames in New York wordt door filmhistorici beschouwd als een van de allereerste popart-films en oogstte destijds direct lof van grootheden als Orson Welles. Het legde de basis voor Kleins fascinatie met de beeldcultuur, kunstmatigheid en de manipulatieve kracht van media.

Toen Klein in 1965 besloot de modewereld definitief te verlaten, deed hij dat niet met een stille aftocht, maar met een artistieke explosie. Zijn speelfilmdebuut Qui êtes-vous, Polly Maggoo? aka Who Are You, Polly Maggoo? uit 1966 waarvoor hij het scenario schreef, de regie voor zijn rekening nam en ook de lyrics neerpende voor het muzikale leidmotief Ballade De Polly Maggo gecomponeerd door Michel Lagrand.

Het verhaal is verdeeld tussen de wereld van reclame, mode en de Franse publieke omroeporganisatie ORTF (Office de Radiodiffusion-Télévision Française) in de jaren 60 en 70 en een operettekoninkrijk waarvan de kroonprins (Sami Frey) verliefd wordt op het fotomodel Polly Maggoo (Dorothy McGowan), terwijl er over de jonge vrouw een televisiereportage wordt gemaakt. Philippe Noiret daagt in de prent op als journalist Jean-Jacques Georges en Jean Rochefort kruipt in de huid van filmmaker Grégoire Pecque.

Kleins debuut is een vlijmscherpe, surrealistische satire op de modescene die hij van zo dichtbij kende. Met een unieke visuele esthetiek – gekenmerkt door expressionistische decors, bizarre kostuums en een hyperactieve montage – legde hij de oppervlakkigheid en wreedheid van de industrie bloot. De film leverde hem in Frankrijk direct de prestigieuze Prix Vigo op.

Kort daarna richtte hij zijn cinematografische pijlen op de geopolitiek met Mr. Freedom (1969). Deze uitzinnige politieke komedie met een topcast bestaande uit Delphine Seyrig, Donald Pleasence, Serge Gainsbourg, Rufus en Jean Claude Drouot, gaat over een pro-Amerikaanse superheld die Parijs komt ‘redden’ van het communisme, was een even hilarische als angstaanjagend visionaire deconstructie van Amerikaans imperialisme en propaganda. In een tijd waarin de Franse Nouvelle Vague de cinema vernieuwde, koos Klein voor een unieke, agressievere beeldtaal die elementen uit stripboeken, reclames en agitprop combineerde.

Kleins invloed op de filmgeschiedenis reikt ver voorbij de fictiefilm. Zijn documentaires behoren tot de meest opwindende en intieme tijdsdocumenten van de twintigste eeuw. In plaats van de traditionele, afstandelijke observerende stijl van de cinéma vérité, koos hij voor een directe, confronterende benadering waarbij hij de camera dicht op de huid van zijn onderwerpen zet, groothoeklenzen gebruikt en actieve provocatie opzoekt.

LOIN DU VIETNAM (c) The Movie Database (TMDb)
LOIN DU VIETNAM (c) The Movie Database (TMDb)

In 1967 werkte Klein mee aan de monumentale, activistische documentaire Loin du Vietnam, een collectief project van onder meer boegbeelden als Chris Marker, Jean-Luc Godard, Alain Resnais, Agnès Varda, Joris Ivens en Claude Lelouch, bedoeld als protest tegen de Amerikaanse oorlog in Vietnam. Kleins drie bijdragen sluiten perfect aan bij zijn typische documentaire stijl: direct, confronterend en uitgesproken politiek.

Waar sommige andere segmenten eerder essayistisch of poëtisch zijn, kiest Klein voor de energie van de straat. Hij richt zijn camera op demonstraties, publieke reacties en de massamedia, waarbij hij voortdurend de spanning blootlegt tussen politieke propaganda en de dagelijkse werkelijkheid. Zijn camera beweegt zich letterlijk tussen de mensen en registreert emoties, slogans en confrontaties zonder afstand te nemen.

Opvallend is hoe Klein de oorlog niet enkel als een militair conflict beschouwt, maar ook als een mediaoorlog. De manier waarop televisie, fotografie en publieke opinie elkaar beïnvloeden, wordt een essentieel onderdeel van zijn bijdrage. Dat thema – de macht van beelden – zou zijn volledige carrière blijven beheersen. Hoewel Klein drie onderdelen van Loin du Vietnam regisseerde, is Parade is a Parade wel zijn meest herkenbare omdat het de typische Klein-signatuur draagt: rauw, ironisch, energiek en compromisloos.

In Grands soirs & petits matins (1978) filmde Klein de gebeurtenissen van mei 1968 niet als een journalist die verslag uitbrengt, maar als een deelnemende observator. De documentaire bestaat uit een aaneenschakeling van debatten, straatdiscussies, bezettingen, toespraken en spontane ontmoetingen in het Quartier Latin. Er is geen verklarende voice-over, geen historische duiding en nauwelijks een klassieke narratieve structuur. Daardoor krijgt de kijker het gevoel werkelijk midden in de gebeurtenissen te staan.

De grote kracht van dit document ligt precies in die polyfonie. Klein toont niet enkel de bekende studentenleiders zoals Daniel Cohn-Bendit, maar ook arbeiders, toevallige voorbijgangers, caféhouders, intellectuelen en sceptici. Mei ’68 verschijnt niet als één revolutie met één ideologie, maar als een kakofonie van botsende stemmen en utopieën.

Visueel sluit deze docu nauw aan bij Kleins fotografie: een beweeglijke handcamera, extreme close-ups, nerveuze kadrering en een montage die het ritme van de straat volgt. De film romantiseert de revolte niet, hij legt evenzeer de naïviteit, de chaos en de eindeloze discussies bloot. Juist daardoor blijft Grands soirs & petits matins een van de meest authentieke cinematografische documenten over Mei ’68.

MUHAMMAD ALI, THE GREATEST (c) The Movie Database (TMDb)
MUHAMMAD ALI, THE GREATEST (c) The Movie Database (TMDb)

Zijn meesterwerk Muhammad Ali, the Greatest (1974) bood een ongekende blik van binnenuit op de iconische bokser tijdens zijn transformatie van Cassius Clay naar een politiek symbool. Klein wist de rauwe energie, de raciale spanningen en het pure charisma van Ali te vangen op een manier die de sportdocumentaire voorgoed herdefinieerde.

Hetzelfde deed hij in zijn sterk en compromisloos portret van Eldridge Cleaver, de toenmalige minister van Informatie van de Black Panther Party, tijdens zijn ballingschap in Algerije (1970). Klein bewees hier dat een camera een politiek instrument kon en moest zijn. Klein hanteert hier een uiterst directe stijl, waarbij hij Cleaver onversneden zijn radicale ideeën over de Amerikaanse staat en revolutie recht in de camera laat spuien.

Of in The Little Richard Story (1980), een chaotische en confronterende documentaire waarin Klein de ongrijpbare rock-‘n-roll-legende Little Richard probeert te ‘vangen’. Wanneer het onderwerp halverwege de opnames plotseling verdwijnt, verandert het document in een provocerende deconstructie van roem, religie en de muziekindustrie.

Drie jaar eerder dan The Little Richard Story bewijst Klein met Le Couple témoin, een straffe sci-fi-komedie, dat hij ook in fictie zijn politieke ideeën kon vertalen. Op het eerste gezicht lijkt het een absurde komedie: een doorsnee Frans echtpaar wordt door het ‘Ministerie van de Toekomst’ geselecteerd om als proefkonijnen te leven in de ideale woning van morgen. Hun volledige bestaan wordt geobserveerd, geanalyseerd en uitgezonden.

Vandaag oogt de film bijna profetisch. Lang vóór reality-tv, sociale media en permanente dataverzameling schetst Klein een maatschappij waarin privacy vrijwel verdwenen is. Het experiment wordt voorgesteld als wetenschap, maar evolueert langzaam naar een vorm van bureaucratisch totalitarisme.

De satire werkt omdat Klein nooit vervalt in zware ernst. André Dussollier en Anémone spelen hun personages met een ontwapenende vanzelfsprekendheid, waardoor de absurditeit nog harder aankomt. De humor is droog en grotesk, terwijl de kleurrijke decors en futuristische interieurs de consumptiemaatschappij van de jaren zeventig op de korrel nemen.

LE COUPLE TÉMOIN (c) The Movie Database (TMDb)
LE COUPLE TÉMOIN (c) The Movie Database (TMDb)

Stilistisch combineert Klein een bijna documentaire observatie met surrealistische situaties. De camera registreert het experiment alsof het een televisiereportage betreft, waardoor fictie en werkelijkheid voortdurend door elkaar lopen. Net als in Mr. Freedom gebruikt hij overdrijving niet als vrijblijvend komisch effect, maar als politiek wapen.

Messiah (Le Messie, 1999) is een van de meest verrassende én minst bekende films uit het oeuvre van William Klein. Het is geen traditionele verfilming van Georg Friedrich Händels beroemde oratorium Messiah, maar een gedurfde filmische interpretatie waarin muziek, documentaire, reportage en visueel essay samensmelten. De volledige uitvoering van Händels meesterwerk, onder leiding van dirigent Marc Minkowski en uitgevoerd door Les Musiciens du Louvre, vormt de muzikale ruggengraat van de film.

In plaats van het Bijbelse verhaal letterlijk te illustreren, plaatst Klein de muziek tegenover hedendaagse beelden uit Frankrijk, de Verenigde Staten en Rusland. Hij filmt daklozen, gevangenen, bodybuilders, casinobezoekers, religieuze gemeenschappen, soldaten, demonstranten en alledaagse stadsbeelden. Zo ontstaat een voortdurende dialoog tussen het sacrale en het profane, tussen de universele boodschap van Händels muziek en de vaak chaotische werkelijkheid van de moderne wereld.

Typisch voor Klein is dat hij religie niet benadert vanuit devotie, maar vanuit een humanistische en maatschappelijke invalshoek. De prent onderzoekt hoe begrippen als hoop, lijden, verlossing en wedergeboorte vandaag nog betekenis kunnen hebben. Daarbij schuwt hij de ironie niet. Een koor in een gevangenis, een gospelgroep op Times Square of ‘Bodybuilders for Christ’ krijgen evenveel aandacht als de professionele solisten. Die onverwachte combinaties geven de prent een satirische ondertoon, zonder ooit de kracht van Händels muziek te ondermijnen.

Visueel sluit Messiah nauw aan bij Kleins eerdere documentaires. De montage is associatief in plaats van verhalend, beelden worden niet verklaard, maar botsen met elkaar en roepen nieuwe betekenissen op. De camera beweegt zich vrij door de publieke ruimte, op zoek naar expressieve gezichten, rituelen en maatschappelijke contrasten. Zoals zo vaak in zijn werk wordt de stad een theater waarin religie, consumptie, spektakel en politiek naast elkaar bestaan.

Hoewel Messiah veel minder bekend is dan Muhammad Ali, the Greatest, Grands soirs & petits matins, Le Couple témoin en Qui êtes-vous, Polly Maggoo?, vormt de film een logisch sluitstuk van Kleins carrière. Hij brengt er zijn grootste fascinaties samen: de kracht van beelden, de rol van de massa, de spanning tussen kunst en werkelijkheid en zijn kritische blik op de moderne samenleving. Het resultaat is geen concertfilm, maar een uitdagend audiovisueel essay dat Händels achttiende-eeuwse meesterwerk gebruikt om de spirituele én morele toestand van de wereld aan het einde van de twintigste eeuw te bevragen.

MESSIAH (c) The Movie Database (TMDb)
MESSIAH (c) The Movie Database (TMDb)

Wat maakt William Klein zo belangrijk voor de filmgeschiedenis? Met zijn omvangrijk filmoeuvre bewijst hij zijn opmerkelijke veelzijdigheid. Bovendien is hij een vlijmscherp politiek chroniqueur en de ultieme cinematografische outsider die weigerde zich te conformeren aan de wetten van Hollywood of de gevestigde Europese arthouse-cinema.

Klein wantrouwt instituties, massamedia en technocratie, maar blijft tegelijk gefascineerd door de manier waarop mensen zich daartoe verhouden. Zijn films zijn nooit neutrale registraties: ze bruisen van energie, ironie en visuele inventiviteit. Daardoor voelen ze, ondanks hun historische context, verrassend actueel aan. Thema’s als mediacontrole, publieke beeldvorming, surveillance en de spanning tussen individu en systeem zijn vandaag misschien zelfs relevanter dan toen Klein ze filmde.

Als satiricus en als cineast onderzoekt hij voortdurend de relatie tussen werkelijkheid, media en macht. Hij bracht de chaos, het dynamisme en de compositorische vrijheid van zijn straatfotografie over naar de filmset. Regisseurs als Stanley Kubrick, Jean-Luc Godard en later Wes Anderson putten inspiratie uit zijn inventieve camerawerk, zijn gedurfd kleurgebruik en zijn vlijmscherpe ironie.

Honderd jaar na zijn geboorte herinnert zijn filmografie ons eraan dat cinema niet braaf hoeft te zijn. Het werk van Klein daagt de kijker nog altijd uit om door de façades van media, politiek en consumptie heen te kijken. Wie William Klein de regisseur ontdekt, ontdekt een filmmaker die met een zeldzame, vitale vrijheid te werk ging en een erfenis die voor elke filmliefhebber verplichte kost is.

Related posts