Subscribe Now
Trending News
Ettora Scola, meesterchroniqueur van de Italiaanse levensmelancholie
ETTORA SCOLA (c) Marc Bussens
Artikel

Ettora Scola, meesterchroniqueur van de Italiaanse levensmelancholie 

Ettore Scola (geboren in Trevico, Italië op 10 mei 1931), een van de meest scherpzinnige en humanitaire grootmeesters van de Italiaanse cinema, is dit jaar precies tien jaar geleden (19 januari 2016) in Rome overleden. Exact een decennium nadat hij overleed als gevolg van hartproblemen en een longontsteking dringt het herdenken van deze filmmaker die als geen ander de ziel, de politieke paradoxen en de melancholie van het naoorlogse Italië wist te vangen, zich op. Als spilfiguur van de commedia all’italiana liet hij een indrukwekkend oeuvre na van bijna veertig geregisseerde films en circa negentig scenario’s. Scola oversteeg de pure satire en verhief film tot een diepgaande sociale kroniek waarin het persoonlijke leven altijd onlosmakelijk verbonden was met de grote geschiedenis.

Geboren in Trevico, een kleine volkse gemeente in de Italiaanse provincie Avellino, verhuisde Scola al snel naar Rome, waar hij aanvankelijk rechten studeerde. Zijn ware roeping lag echter bij het woord en de satire. Hij begon dan ook al op jonge leeftijd als cartoonist voor het humoristische tijdschrift Marc’Aurelio en schreef als jonge twintiger anoniem grappen voor iconen zoals de Italiaanse meester van pantomime en vaudeville Totò, pseudoniem van Antonio Griffo De Curtis. Vanaf 1953 vestigde hij zich definitief als scenarioschrijver in de Italiaanse filmindustrie. In deze vroege periode schreef hij mee aan absolute klassiekers, waaronder het legendarische buddy-komedie Il Sorpasso (1962) met Vittorio Gassman, Jean-Louis Trintignant en Catherine Spaak in de hoofdrollen onder regie van Dino Risi.

Scola zag zichzelf in de eerste plaats als een schrijver en was naar eigen zeggen te lui voor de hectiek van een filmset. Het was de gevierde acteur Vittorio Gassman die hem destijds overtuigde om zelf achter de camera plaats te nemen. Gassman daagde hem uit om zijn eigen visie volledig te controleren en speelde vervolgens de hoofdrol in Scola’s regiedebuut Se permettete parliamo di donne (1964). Dit bleek het startschot van een indrukwekkende regiecarrière, waarin hij de bittere realiteit van de Italiaanse klassenmaatschappij verpakte in een jasje van gitzwarte humor en diepe empathie.

De filmgeschiedenis herinnert zich Scola niet alleen vanwege zijn sublieme cameravoering en scripts, maar ook vanwege zijn unieke synergie met de absolute topacteurs van zijn generatie. Vittorio Gassman, de man die hem eigenlijk tot regisseur kroonde, bleef een levenslange vriend en schitterde in emotionele ankerpunten zoals C’eravamo tanto amati (1974) en het monumentale La famiglia (1987). Naast Gassman vormde Nino Manfredi een onmisbare schakel in Scola’s universum. Manfredi gaf op tragikomische wijze gestalte aan de idealen en de desillusies van de Italiaanse arbeidersklasse. Ook de legendarische Alberto Sordi droeg met zijn typerende, groteske vertolkingen, bij aan Scola’s vlijmscherpe maatschappijkritiek, met name in de sketchfilm I nuovi mostri (1977).

ETTORA SCOLA en ALBERTO SORDI (c) Marc Bussens
ETTORA SCOLA en ALBERTO SORDI (c) Marc Bussens

De meest intieme artistieke verstandhouding deelde Scola echter met Marcello Mastroianni. Mastroianni was voor Scola de ultieme kneedbare antiheld: melancholisch, intellectueel en kwetsbaar. Hun absolute meesterwerk werd Una giornata particolare (1977). Tegen de achtergrond van het historische bezoek van Adolf Hitler aan Benito Mussolini in 1938, brengen Mastroianni (als een vervolgde, homoseksuele radio-omroeper) en Sophia Loren (als een uitgebluste huisvrouw) een verstilde, emotioneel geladen dag samen door. Het toonde Scola’s unieke gave om grote politieke thema’s tastbaar te maken in de beslotenheid van een Romeins appartement.

Buiten zijn acteurs deelde Scola een diepe, haast broederlijke vriendschap met filmmaestro Federico Fellini. Hoewel hun filmstijlen sterk verschilden – Fellini was de dromerige magiër van het surrealisme, Scola de geëngageerde chroniqueur van de realiteit – vonden de twee elkaar dagelijks in de wandelgangen van de befaamde Cinecittà Studios in Rome. Scola bracht kort voor zijn dood een ontroerende ode aan zijn overleden vriend met zijn allerlaatste film, de docu-biografie Che strano chiamarsi Federico (2013).

ETTORA SCOLA en zijn vrouw (c) Marc Bussens
ETTORA SCOLA en zijn vrouw (c) Marc Bussens

Scola’s genialiteit bleef wereldwijd niet onopgemerkt, wat resulteerde in een indrukwekkende prijzenkast. Gedurende zijn loopbaan werden zijn films maar liefst vijf keer genomineerd voor een Academy Award voor Beste Buitenlandse Film (Una giornata particolare, I nuovi mostri, Le Bal en La famiglia). Hoewel de felbegeerde Oscar hem telkens nipt ontging, won hij in 1978 wel de Golden Globe voor Una giornata particolare.

Ook de Europese filmfestivals overlaadden hem met prijzen. Op het Filmfestival van Cannes won Scola de prijs voor Beste Regie voor zijn groteske komedie Brutti, sporchi e cattivi (1976) en de prijs voor Beste Scenario voor La terrazza (1980). De Berlijnse Berlinale kende hem de Zilveren Beer voor Beste Regisseur toe voor het experimentele, dialoogloze Le Bal (1983). In eigen land werd hij gekroond tot peetvader van de Italiaanse cinema met talloze David di Donatello- en Nastri d’Argento-onderscheidingen en het Filmfestival van Venetië bekroonde hem met de prestigieuze oeuvreprijs.

BRUTTI, SPORCHI E CATTIVI (c) The Movie Database (TMDb)
BRUTTI, SPORCHI E CATTIVI (c) The Movie Database (TMDb)

Tien jaar na zijn heengaan staat het monument van Ettore Scola steviger dan ooit. Hij was de regisseur die de nalatenschap van het Italiaanse neorealisme opving en transformeerde naar een modern, bitterzoet tijdperk. Waar andere komedies bleven steken in de lach, voegde Scola steevast een laag van existentiële weemoed toe. Zijn films fungeren als een historisch en sociologisch archief van een veranderend Italië. Scola herinnerde de filmwereld eraan dat cinema ten diepste een humane daad is: een spiegel waarin de toeschouwer lacht om zijn eigen gebreken, maar steevast met compassie naar de personages blijft kijken.

De artistieke erfenis van Ettore Scola is beslist ook onlosmakelijk verbonden met de muziek van één specifieke man: maestro Armando Trovajoli (1917–2013). Waar Federico Fellini zijn muzikale alter ego vond in Nino Rota, en Sergio Leone ondenkbaar is zonder Ennio Morricone, daar vormde Scola bijna vijftig jaar lang een onafscheidelijk artistiek huwelijk met Trovajoli.

De veelvuldig bekroonde Trovajoli componeerde de muziek voor vrijwel het gehele regie-oeuvre van Scola. Hun samenwerking was geen kwestie van ‘muziek onder de beelden kleven’ want de soundtrack fungeerde bij Scola als een volwaardig personage dat emoties inkleurde, ideologische contrasten versterkte en de existentiële weemoed van de personages tastbaar maakte.

Armando Trovajoli was van oorsprong een begenadigd jazzpianist die in de jaren 40 en 50 had gespeeld met grootheden als Duke Ellington en Miles Davis. Deze jazz-achtergrond nam hij mee naar de Italiaanse cinema. Voor Scola combineerde hij de ritmische complexiteit en de improvisatiegeest van de jazz met de rijke, melodieuze traditie van de Italiaanse volksmuziek en het klassieke orkest. Het resultaat was een volstrekt uniek geluid: verfijnd, een tikkeltje ironisch, maar bovenal doordrenkt van een diepe, bitterzoete melancholie. Trovajoli begreep perfect dat Scola’s personages vaak balanceerden op de grens tussen de lach en de traan, en zijn muziek reflecteerde die dualiteit nauwgezet.

Tot slot een overzicht van Scola’s vijf absolute meesterwerken:

  • Una giornata particolare (1977). Op 6 mei 1938 trekt heel Rome naar de straten voor de historische ontmoeting tussen Hitler en Mussolini. In een vrijwel verlaten appartementsgebouw ontmoet de huisvrouw Antonietta (Sophia Loren) de homoseksuele radiojournalist Gabriele (Marcello Mastroianni), die door het fascistische regime wordt vervolgd. Terwijl buiten de fascistische propagandamachine op volle toeren draait, ontstaat binnen tussen twee totaal verschillende mensen een onverwachte intimiteit. Het briljante van de film is de tegenstelling tussen de grote geschiedenis en het kleine, persoonlijke leven. Scola vertelt over fascisme, onderdrukking, homoseksualiteit, eenzaamheid en de positie van de vrouw zonder ooit zwaarwichtig te worden. Loren en Mastroianni leveren bovendien twee van hun meest subtiele acteerprestaties. De film werd internationaal gelauwerd, kreeg onder meer de César voor Beste Buitenlandse Film en leverde Mastroianni een Oscarnominatie op.
  • Brutti, sporchi e cattivi (1976). In een krottenwijk aan de rand van Rome woont Giacinto Mazzatella (Nino Manfredi) met zijn gigantische, chaotische familie. Wanneer hij een grote som geld krijgt na een ongeval, wordt hij voortdurend belaagd door zijn familieleden, die allemaal een deel van het geld willen bemachtigen. Scola maakt van deze brutale familie een bijna groteske microkosmos van de samenleving. Iedereen bedriegt iedereen, kinderen worden verwaarloosd en solidariteit lijkt volledig verdwenen. De film is hard, zwartgallig, vulgair en hilarisch, maar onder de komische oppervlakte zit een messcherpe sociale analyse van armoede en uitsluiting. Scola kijkt daarbij niet neer op zijn personages: hij toont een samenleving waarin mensen door hun omstandigheden zelf meedogenloos zijn geworden. De film leverde hem in Cannes de prijs voor Beste Regie op.
  • C’eravamo tanto amati (1974). Hier toont Scola perfect hoe persoonlijke levens en de geschiedenis van een land met elkaar verweven zijn. Drie vrienden – Antonio, Gianni en Nicola – leren elkaar kennen tijdens het verzet tegen het fascisme. Na de oorlog slaan ze elk een andere weg in en raken ze uit elkaar, om mekaar later opnieuw te ontmoeten. Hun vriendschap, hun politieke idealen en hun liefde voor Luciana (Stefania Sandrelli) vormen de rode draad door een periode van ongeveer dertig jaar Italiaanse geschiedenis. De film is tegelijk liefdesverhaal, politieke kroniek, komedie en melancholische terugblik op idealen die langzaam verloren gaan. Scola verwerkt bovendien op speelse wijze de geschiedenis van de Italiaanse cinema, met verwijzingen naar onder andere Vittorio De Sica. Het resultaat is een van de mooiste films over de teloorgang van idealisme en de onvermijdelijke veranderingen die het ouder worden met zich meebrengt.
  • La terrazza (1980). Op een Romeins terras komen verschillende intellectuelen en kunstenaars samen voor een avond vol gesprekken, ruzies, relaties en herinneringen. Achter hun gevatte gesprekken en ironische opmerkingen blijkt vooral hun existentiële en politieke vermoeidheid. Het zijn mensen die ooit geloofden in verandering, maar inmiddels geconfronteerd worden met een maatschappij waarin hun idealen steeds minder betekenis lijken te hebben. Scola maakt van de groep een soort dwarsdoorsnede van de Italiaanse intellectuele klasse. Zoals vaker in zijn werk gebruikt hij een beperkte ruimte als een soort toneel waarop een hele samenleving wordt opgevoerd. La terrazza is daardoor tegelijk een tragikomedie over relaties én een scherpe analyse van de politieke en culturele ontgoocheling van het Italië van de jaren zeventig. De film kreeg in Cannes de prijs voor Beste Scenario.
  • Ballando ballando (Le Bal, 1983) is wellicht Scola’s meest formeel originele film. In een Parijse danszaal volgen we verschillende generaties mensen gedurende tientallen jaren Franse geschiedenis. Er wordt vrijwel geen woord gesproken: de geschiedenis wordt verteld via muziek, dans, kleding, lichaamstaal en de veranderingen in de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Van het Front populaire en de Tweede Wereldoorlog tot de jaren zestig en mei 1968 verandert de danszaal voortdurend, terwijl sommige personages terugkeren en ouder worden. Scola maakt daarmee iets heel bijzonders: een film over de geschiedenis van een land waarin de grote politieke gebeurtenissen voornamelijk op de achtergrond voelbaar zijn in het gedrag van gewone mensen. Le Bal won onder meer de Zilveren Beer voor Beste Regie in Berlijn, drie Césars en kreeg een Oscarnominatie.

Related posts