Pickpocket van Robert Bresson werd uitgebracht in 1959, hetzelfde jaar waarin François Truffaut met Les quatre cents Coups en Jean-Luc Godard met À bout de souffle, de Nouvelle Vague lanceerden. Van de stilistische vernieuwingen van deze opkomende regisseurs liet Bresson zich echter niet beïnvloeden en bleef trouw aan zijn eigen stijl.
Bresson houdt in de misdaadprent Pickpocket zijn enscenering zoals gewoonlijk sober en passief en beperkt camerabewegingen en montage tot een minimum. Toch oogt Pickpocket in zijn minimalisme bijzonder elegant en zelfverzekerd. Deze crime bewijst dat vakmanschap niet afhankelijk is van opzichtig vertoon van regie en maakt bovendien indruk met een realisme dat paradoxaal genoeg aanvoelt als pure cinema.
De vele beelden van krappe kamers onderstrepen de isolatie van de protagonist. Die isolatie is niet alleen ruimtelijk: ook in zijn levensplanning en -houding blijft de jonge Michel stuurloos en zonder doel. Alleen de zakkenrollerij helpt hem aanvankelijk zijn innerlijke leegte te overbruggen, verdooft zijn gevoel van richtingloosheid en gaat zijn handelen steeds meer domineren.
De scènes waarin de criminele hoofdfiguur Michel nietsvermoedende slachtoffers hun portefeuille uit de jaszak ontfutselt, vormen het enige echt opvallende element binnen Bressons ingetogen stijl. Ze maken de sfeer bijzonder spannend en zorgen ervoor dat je Michels kleptomane fascinatie begrijpt en bij momenten zelf ook de kicks ervaart van het hoofdpersonage. Bresson haalde voor deze prikkelende scènes de mosterd haalde bij Samuel Fuller en meer specifiek zijn film noir Pickup on South Street.

Met zijn afgeronde onderwerp, expressieloze niet-professionele acteurs en sobere voice-over bevindt Pickpocket zich op het snijvlak van het existentialisme van Albert Camus en Jean-Paul Sartre, de scherpe observaties van Dostojevski en Bressons katholicisme. Toch is het geen film die een eenduidige moraal uitdraagt of een expliciete filosofische boodschap formuleert. Bressons werk biedt eerder een oppervlak waarin de kijker zijn eigen interpretatie weerspiegeld ziet.
Michels dilemma van amoreel gedrag en uitzichtloosheid escaleert in de loop van de prent en moet uiteindelijk uitmonden in zijn ondergang. Zijn laatste misstap komt voor hem even onverwacht als voor de toeschouwer en getuigt opnieuw van Bressons grote regietalent, dat in het kleine het grote weet te vatten. Michels mislukte diefstal leidt uiteindelijk tot de bestraffing van zijn zonden en doet zijn bouwwerk van zelfbedrog uiteindelijk instorten.
Toch onthoudt Bresson zich van een expliciet oordeel en biedt hij met groot humanisme een einde dat zowel tragisch als hoopvol is. In de slotscènes wordt Michels blik op zijn eigen verlangens helder: in de liefde vindt hij een richting voor zijn verdere leven en een mogelijke uitweg uit zijn innerlijke leegte.
Maar dit inzicht komt te laat. Hij zit al achter de tralies en heeft door zijn daden het recht verloren om zijn eigen toekomst te bepalen. Of Michel daaraan ten onder gaat of juist hoop weet te behouden, laat Bresson – zoals in al zijn sterk humane drama’s – over aan de persoonlijke gedachten en interpretatie van de kijker. Pickpocket is een van Bressons meest toegankelijke films en ideaal als kennismaking met zijn intrigerend filmoeuvre, al moet je weten dat deze misdaadflick langzaam, maar zeker onder je huid zal kruipen.
Genre: drama, misdaad
Jaar: 1959
Regisseur: Robert Bresson
Cast: Martin LaSalle, Marika Green, Jean Pélégri, Dolly Scal, Pierre Leymarie, Kassagi
Land: Frankrijk
Speelduur: 76 minuten