In Charles Jarotts met vier Golden Globes en een Oscar bekroonde historische biopic Anne of the Thousand Days uit 1969 heeft Koning Hendrik VIII (Richard Burton) heeft een discrete affaire met Mary Boleyn (Valerie Gearon), de dochter van hoveling Thomas Boleyn (Michael Hordern), terwijl hij officieel nog getrouwd is met Catharina van Aragon (Irene Papas). Tijdens een hofbal raakt hij echter volledig gefascineerd door Mary’s jongere zus Anne Boleyn (Geneviève Bujold), die op dat moment verloofd is met Percy (Michael Johnson Wilton), de zoon van de hertog van Northumberland.
Wanneer de paus weigert Hendrik een echtscheiding te verlenen, besluit hij desondanks met Anne te trouwen, nog voordat zijn huwelijk met Catharina officieel is ontbonden. Met steun van kardinaal Wolsey (Anthony Quayle) maakt hij zich los van de pauselijke macht. Uiteindelijk wordt Wolsey uit zijn ambt gezet en worden zijn bezittingen in beslag genomen, terwijl Hendrik zichzelf uitroept tot hoogste gezag van zowel Kerk als Staat.
Thomas More (William Squire) verzet zich tegen Annes kroning tot koningin en wordt daardoor het mikpunt van haar haat. Anne rust niet voordat hij wegens hoogverraad ter dood is veroordeeld. Haar positie aan het hof verzwakt echter wanneer zij niet de gehoopte mannelijke erfgenaam baart, maar een dochter: Elizabeth. De koning verliest geleidelijk zijn belangstelling voor Anne en richt zijn aandacht op Jane Seymour (Katharine Paterson), een hofdame van de koningin. Anne probeert Jane te verbannen, maar zij keert terug als onderdeel van een politieke deal die leidt tot de executie van Thomas More.
Na een tweede zwangerschap, die eindigt met een doodgeboren zoon, verliest Hendrik definitief zijn geduld. Hij draagt zijn vertrouweling Thomas Cromwell (John Colicos) op een manier te vinden om van Anne af te komen. Cromwell fabriceert daarop een aanklacht wegens overspel, afgedwongen door marteling van hofmuzikant Mark Smeaton (Barry Bond). Tijdens het daaropvolgende proces weet hij zelfs Annes vader ertoe te brengen de beschuldiging van incest tussen Anne en haar broer te ondersteunen. Anne wordt uiteindelijk ter dood veroordeeld en onthoofd, zonder te beseffen dat haar voorspelling werkelijkheid zal worden: haar dochter Elizabeth zal later een van de beroemdste vorsten van Engeland worden.

In zekere zin is deze verfilming van een episode uit het leven van Hendrik VIII eerlijker dan veel andere interpretaties, waaronder misschien vooral het recente Firebrand van Karim Aïnouz. De prent doet geen poging zijn theatrale oorsprong te verbergen en omarmt juist zijn afkomst als toneelstuk. Het doel lijkt niet zozeer een historisch realistisch beeld van het Engelse hof te schetsen, maar eerder de dramatische dialogen en theatrale confrontaties centraal te stellen.
Dat wordt versterkt door de aanwezigheid van acteurs als Richard Burton en de vele ervaren Britse toneelspelers in de bijrollen. Hun spel ademt vanzelfsprekendheid en podiumervaring. Voor Geneviève Bujold en Irene Papas geldt dat minder, maar ook zij leveren overtuigende vertolkingen.
Waar de Italiaanse cinema traditioneel wordt geroemd om haar grote regisseurs, staat de Britse filmwereld bekend om haar indrukwekkende acteurs. Vooral de bijrollen worden hier uitzonderlijk sterk ingevuld. Anthony Quayle als kardinaal Wolsey en William Squire als Thomas More behoren tot de hoogtepunten, terwijl John Colicos eveneens overtuigt als de sluwe Cromwell.
Richard Burtons Hendrik VIII verschilt sterk van de interpretatie van Jude Law in Firebrand. Waar Laws koning lichamelijk aftakelend en bijna grotesk wordt neergezet, blijft Burton zelfs in zijn woede beheerst en berekenend. Daardoor krijgt de historische breuk met de Rooms-Katholieke Kerk en het ontstaan van de Anglicaanse Kerk, een meer politieke dan lichamelijke of psychologische dimensie.

Het historisch epos kiest voor een sobere stijl, zonder overdadige visuele versieringen of melodramatische pauzes. Zelfs de meest intieme momenten lijken zich af te spelen onder het waakzame oog van het hof. Wanneer kardinaal Wolsey onverwacht bezoek krijgt, vraagt hij zijn minnares eenvoudig even een andere kamer op te zoeken, een klein detail dat de voortdurende publieke controle aan het hof treffend illustreert.
De liefdesrelatie tussen Hendrik en Anne volgt aanvankelijk het klassieke patroon van de trotse vrouw die de machtigste man van het land volledig uit zijn evenwicht brengt. Haar jeugdliefde maakt echter al snel plaats voor politieke ambitie en pragmatisme. Toch behoudt Anne een zekere onafhankelijkheid. Net als Hendrik weigert zij zich volledig te onderwerpen, al moet ook zij uiteindelijk buigen voor de politieke realiteit.
De slotscène bewaart een gepaste afstand tot de gebeurtenissen. Alleen het laatste beeld, de jonge Elizabeth, van achteren gezien met haar pop in de hand, terwijl Annes voorspelling wordt herhaald dat haar dochter Engeland ooit grootser zal regeren dan haar vader of welke mannelijke erfgenaam ook, is misschien iets te nadrukkelijk symbolisch.
Elizabeth Taylor (toen Burtons geliefde in het echte leven) verschijnt kort in een kleine rol als gemaskerde en uitbundige hofdame.
Regisseur Charles Jarrott hanteert een sobere, bijna onopvallende stijl. Die afwezigheid van nadrukkelijke regiekeuzes lijkt juist zijn handelsmerk te zijn, iets wat hij twee jaar later opnieuw zou toepassen in Mary, Queen of Scots.
Genre: drama, biopic, historisch
Jaar: 1969
Regisseur: Charles Jarrott
Cast: Richard Burton, Irene Papas, Geneviève Bujold, Anthony Quayle, Michael Johnson Wilton, Barry Bond, Elizabeth Taylor, William Squire, Katharine Paterson, Valerie Gearon
Land: UK
Speelduur: 145 minuten