Dit is wellicht één van de moeilijkste opdrachten die ik ooit kreeg. Want hoe maak je de juiste keuze van je absolute favorieten als er zoveel films zijn die je mateloos geboeid hebben? Ik begin bij de filmmakers die volgens mij niet mogen ontbreken op het appèl, diegenen met nét dat tikkeltje visie meer op vlak van originaliteit, durf en artistieke authenticiteit. Het zijn niet noodzakelijk hun meest bekende films die ik gekozen heb, maar wel diegene die volgens mij de tand des tijds hebben doorstaan en een speciale plaats hebben veroverd in mijn hart.
Na veel wikken en wegen zijn dit de vijf finalisten die op m’n persoonlijk palmares prijken (zonder speciale voorkeur, enkel in chronologische volgorde van datum waarop ze uitgebracht werden).
The Third Man (Carol Reed – 1949)
In het mistroostige naoorlogse Wenen slaat het noodlot toe wanneer een werkloze Amerikaanse schrijver van misdaadromans op zoek gaat naar zijn vroegere vriend die hem een job had beloofd maar die inmiddels overleden blijkt te zijn. De perfecte symbiose tussen de expressionistische zwart-witfotografie van Robert Krasker (een Oscar waard), het verontrustend spannende scenario van Graham Greene, de topprestaties van acteurs Joseph Cotten, Orson Welles, Alida Valli en Trevor Howard, maar vooral het beruchte repetitieve en onheilspellende deuntje van componist Anton Karas dragen bij tot de grimmige Koude Oorlog-sfeer waarbij je van begin tot eind op het puntje van je stoel blijft zitten. En dan is er nog ook die iconische scène in het reuzenrad die lang blijft nazinderen.
A Bout De Souffle (Jean-Luc Godard – 1960)
Dit hoogtepunt van de Franse Nouvelle Vague is even ‘wild at heart’ als oerromantisch, en blijft dat nog steeds tot heden ten dage. Grootmeesters Truffaut en Chabrol schreven het scenario, de eigenzinnige en immer tegendraadse Godard nam de regie in handen. En dat gaf letterlijk vonken. Alle ingredienten zijn in dit levendig en stijlvol verfilmd verhaal aanwezig om het jonge hippe publiek van begin jaren ’60 te bekoren en de Franse ‘petite bourgeoisie’ eens flink tegen de schenen te schoppen. Het waren vooral de modernistische look, de zucht naar vrijheid en het non-conformisme van de jonge rebelse antihelden die een frisse wind lieten waaien in het vastgeroeste Franse filmlandschap. Jean-Luc Godard snapte het allemaal en brak met zijn debuutfilm met alle bestaande conventies in een periode waarin dat het meest noodzakelijk was. Een moedige zet.
2001: A Space Odyssey (Stanley Kubrick – 1968)
Voor mij blijft dit de meest verbluffende filmervaring uit m’n leven. Zomer 1976 – zomaar 50 jaar geleden – vluchtte iedereen weg voor de eerste ernstige hittegolf en belandde ik ’n beetje per toeval in één van de mooiste filmpaleizen die Brussel ooit gekend heeft: de Variétés Cinérama met zijn luxe witte skai-zetels en zijn indrukwekkend breed, half afgerond scherm dat je volledig opslorpte in de actie. Ook zonder airco was het er koel en er was geen kat te bespeuren in die immense zaal. Vanaf het eerste beeld sloeg de fascinatie toe: ik kon nog amper ademen of bewegen en liet me willoos meevoeren in Kubricks verrassend hypnotiserend universum. Alles wat Kubrick nadien ooit op het grote scherm toverde heb ik telkens als een meesterwerk ervaren. Ik ging ook gretig op zoek naar hetgeen hij voordien had gemaakt. 2001: A Space Odyssey was mijn eerste SF-ervaring en is voor mij zijn absolute opus magnum gebleven.
The Last Picture Show (Peter Bogdanovich – 1972)
Volgens mij moet dit de allereerste coming-of-age film zijn in z’n genre, nog lang voor de term bekend raakte. Bogdanoch schetst het portret van een groepje jongeren die op de drempel staan van hun volwassenheid en hun dagen slijten in een slaperig stadje in het Texas van begin jaren ’50. Ik raakte meteen in de ban van hun aparte leefwereld waar er eigenlijk niet zoveel gebeurt. De charme van deze film zit in de eenvoud van het verhaal, de poëzie van jeugdig idealisme versus gebroken dromen, het verlies van onschuld… dit allemaal ondersteund door de melancholische country-muziek van Hank Williams. Opkomende steracteurs Jeff Bridges, Cybill Shepherd, Timothy Bottoms en Randy Quaid maakten er hun doorbraak op het witte doek. Van de acht Oscar-nominaties die de film van de jonge Bogdanovich te beurt vielen, werden er maar twee (minder belangrijke) verzilverd, terwijl The Last Picture Show zijn tijd ver vooruit was. De film liet een diepe indruk na op m’n naïef meisjeshart en gaf me een teder en warm gevoel.
The Elephant Man (David Lynch – 1980)
De meest klassieke film uit David Lynch’s eclectisch oeuvre is misschien wel zijn meest geslaagde, ook al zullen heel veel Lynch-fans het roerend oneens zijn met mij. Na de surrealistische horror van Eraserhead – een controverseel hoogtepunt op het l’Âge d’Or-festival van 1978 dat me tal van nachtmerries bezorgde – was dit een verademing. Die man had meer pijlen op z’n boog dan men kon vermoeden. Later zou hij films maken waarbij hij vooral de donkere onderbuik van de Amerikaanse maatschappij blootlegt, wat hem tot het statuut van grensverleggend kineast zou verheffen. Toch blijf ik graag stilstaan bij dit kleine pareltje uit 1980, een historisch drama dat geïnspireerd is op het leven van Joseph Merrick die aan een uiterst zeldzame genetische aandoening leed. De Britse acteur John Hurt kreeg er een glansrol als de onfortuinlijke Merrick achter wiens misvormd uiterlijk een bijzonder fijnzinnige en intelligente persoonlijkheid schuilgaat. De in prachtig zwart-wit gefotografeerde beelden van het Victoriaanse Londen, de verbluffende vertolkingen van topacteurs John Hurt, Anthony Hopkins, Anne Bancroft, John Gielgud en Freddie Jones, de geslaagd regie van een nog vrij jonge Lynch en bovenal de bredere humanitaire boodschap die deze film brengt, onthullen het ontluikend talent en de latere genie van Lynch nog lang vóór het grote publiek hem zou ontdekken.
Het is zeker niet zo dat er sinds de jaren ’80 geen filmklassiekers meer geweest zijn die me op dezelfde manier van m’n stuk hebben gebracht zoals tijdens m’n prille cinefiele jaren die ik grotendeels in het Brussels Filmmuseum doorbracht. Maar deze vijf topfilms hebben me zonder enige twijfel het meest beroerd.