Om het koninkrijk van zijn vader terug te winnen, moet Jason (Giuseppe Gentile) het Gulden Vlies in handen krijgen. Daarom trekt de jonge man naar Kolchis, een barbaars land waar toverkrachten en godsvrucht heersen. Mensenoffers moeten de gunst van de goden afkopen en de ongeschreven wetten van de voorouders hebben nog niets van hun gezag verloren. Over dit rijk heerst de in de magie ingewijde Medea (Maria Callas). Als ceremoniemeester en uitvoerder van rituelen waakt zij over de orthodoxe orde.
Jason brengt echter gevoelens in haar wereld: zij helpt hem haar eigen heerser te doden en verlaat Kolchis als Jasons echtgenote. Eenmaal aangekomen in Korinthe ontdekt het paar dat het Gulden Vlies zijn kracht heeft verloren en het de regerende koning niet kan omverwerpen. De tragedie neemt een aanvang wanneer Jason met de dochter van de koning wil trouwen. Medea ziet geen andere uitweg dan hun gezamenlijke zonen te doden.
In de Griekse mythologie is Medea geen onbekende. Volgens de overlevering hielp zij als tovenares Jason om het Gulden Vlies aan de macht van koning Aietes te ontrukken. Euripides herwerkte de mythe en schilderde haar af als een gekwetste, jaloerse vrouw die uit wraak haar kinderen doodt. Zowel in zijn tragedie als in het drama van Pier Paolo Pasolini begint de handeling pas na de gezamenlijke vlucht naar Korinthe. In een korte, bijna woordeloze sequentie, suggereert de Italiaanse topregisseur de onvoorwaardelijke liefde tussen Medea en Jason. Daarna ontvouwt zich de tragedie.

Ook hier onthoudt de filmmaker zich van verklaringen en richt hij zijn camera op het gekwelde, maar tegelijk waardige gezicht van operadiva Maria Callas. Exotische landschappen en kostuums bepalen de visuele stijl van het drama, wat een zekere breuk vormt met Pasolini’s doorgaans sombere oeuvre. Toch blijft hij zichzelf trouw: net als in zijn Sophocles-bewerking Edipo Re grijpt de geniale Italiaan terug naar een mythologisch onderwerp om er een gestileerde allegorie van de eigentijdse werkelijkheid van te maken.
De tragedie in Medea vloeit voort uit de tegenstelling tussen twee culturen. De vrouw belichaamt de anachronistische, tijdloze wereld van de mythologie, terwijl Jason het symbool is van de nieuwverworven rationaliteit. Zoals Pasolini zelf verklaarde: “Jason is de hedendaagse held (homo momentaneus), die niet alleen zijn gevoel voor het metafysische verloren heeft, maar zich dergelijke vragen zelfs niet meer stelt.” Daarin ligt volgens hem het tragische element besloten.

De keuze voor Maria Callas in de titelrol zorgde destijds voor veel ophef. In 1953 had de operadiva de mythische heldin al vertolkt aan de Scala van Milaan. Vijftien jaar later moet zij zich bitter met de verlaten vrouw hebben kunnen identificeren. In 1968, een jaar vóór de opnamen, trouwde haar levensgezel Aristoteles Onassis met de weduwe van president Kennedy, Jacqueline Kennedy. Een gebroken vrouw, een slachtoffer van het lot en, ironisch genoeg, kreeg Callas ook in de film zo’n rol toebedeeld.
Pasolini over zijn hoofdpersonage: “De persoonlijke eigenschappen van Callas deden mij beseffen dat ik Medea kon verfilmen. Zij is een vrouw, in zekere zin de modernste van alle vrouwen, maar in haar leeft ook een vrouw uit de oudheid – geheimzinnig en magisch – wier gevoelens een ongelooflijk innerlijk conflict veroorzaken.”
Uit de samenwerking tussen de Italiaanse maestro en de uitzonderlijke operacoryfee ontstond een aangrijpende klassieker uit de filmgeschiedenis: een allegorie over de moderne tijd en de culturele omwentelingen van de twintigste eeuw. Een aangrijpende (Grieks/Italiaanse) tragedie!
Genre: tragedie, drama
Jaar: 1969
Regisseur: Pier Paolo Pasolini
Cast: Maria Callas, Massimo Girotti, Laurent Terzieff, Paul Jabara, Gerard Weiss
Land: Italië, Frankrijk, Duitsland
Speelduur: 118 minuten