Met Little Trouble Girls (originele titel: Kaj Ti Je Deklica) bevestigt de Sloveense regisseur Urška Djukić zich als een van de meest interessante nieuwe stemmen binnen de Europese auteurscinema. Haar film is tegelijk een coming-of-ageverhaal, een subtiele studie van vrouwelijke identiteit en een poëtische reflectie over verlangen, schaamte en de zoektocht naar vrijheid (bespreking van de film elders op deze website).
In een wereld van religieuze tradities, sociale verwachtingen en onuitgesproken regels volgt Djukić jonge vrouwen die proberen hun eigen plaats te vinden. De regisseuse kiest niet voor een klassieke dramatische aanpak, maar voor een zintuiglijke prent waarin geluid, natuur, stilte en kleine gebaren even belangrijk zijn als dialoog.
Na internationale erkenning voor haar eerdere werk toont Djukić met Little Trouble Girls een uitzonderlijke gevoeligheid voor menselijke kwetsbaarheid. Haar cinema zoekt niet naar eenvoudige antwoorden, maar naar momenten waarop personages zichzelf beter leren begrijpen.
Little Trouble Girls was een grote hit op tal van internationale filmfestivals en werd onder meer bekroond met de Fipresci-prijs op de Berlinale en was ook de Sloveens inzending voor de Oscar van de Beste Internationale Langspeelfilm.
Wij hadden het geluk om tijdens het Film Fest Gent samen met Urška Djukić een bijzonder interessante tête à tête te hebben en we hadden het onder meer over niet professionele acteurs, identiteit, symboliek, Europese auteurscinema, vrouwelijke seksualiteit en de band Sonic Youth.

Little Trouble Girls heeft een lange ontstaansgeschiedenis. Je ontwikkelde het project al tijdens de Cinéfondation Residency – een vermaard ondersteuningsprogramma dat jonge internationale filmmakers helpt bij het schrijven van hun eerste of tweede speelfilm – in Cannes. Welke betekenis heeft die periode voor jou gehad?
Dat was zonder overdrijven een ervaring die mijn leven heeft veranderd. Ik ben ontzettend dankbaar dat zo’n residentie bestaat en ik hoop dat ze ook in de toekomst jonge filmmakers zal blijven ondersteunen. Wat voor mij zo bijzonder was, is dat je er iets krijgt wat tegenwoordig bijna onmogelijk is, namelijk tijd om na te denken, te schrijven en ideeën rustig te laten groeien.
Er waren geen mentoren die voortdurend opmerkingen maakten of je een bepaalde richting uitstuurden. We kregen gewoon de ruimte om zelfstandig te werken. Voor een scenarist is dat misschien wel het belangrijkste wat je kunt krijgen. Bovendien verbleef ik maanden in Parijs, omringd door kunst, films en cultuur. Dat gaf me enorm veel inspiratie. Persoonlijk zat ik toen ook in een periode waarin ik behoefte had aan een soort ontsnapping. Die residentie gaf me precies de rust die ik nodig had om het verhaal van Little Trouble Girls echt vorm te geven (bevestigende hoofdknikjes).
Aanvankelijk schreef je het scenario van Little Trouble Girls samen met Maria Bohr. Waarom besloot je uiteindelijk om alleen verder te gaan?
Samen schrijven is veel moeilijker dan mensen vaak denken. Iedereen brengt eigen ideeën en gevoeligheden mee en op een bepaald moment merkten we dat we het fundamenteel oneens waren over de richting waarin de film moest evolueren. Zoiets los je niet op met compromissen. Een film heeft uiteindelijk één duidelijke stem nodig. Daarom heb ik beslist het project alleen verder uit te werken. Achteraf bekeken was dat de juiste keuze, omdat ik daardoor volledig mijn eigen intuïtie kon volgen.
Je vorige film, Granny’s Sexual Life, ging over vrouwelijke seksualiteit op latere leeftijd. Nu maak je een prent over een meisje dat haar seksualiteit nog moet ontdekken. Zie je een verband?
Absoluut (glimlacht). Seksualiteit keert in verschillende vormen terug in al mijn werk. Toen ik het boek ontdekte waarop Granny’s Sexual Life is gebaseerd, was ik diep geschokt. Ik begon meteen te begrijpen hoe ideeën over het lichaam en seksualiteit van generatie op generatie worden doorgegeven. We erven niet alleen verhalen of tradities, maar ook schaamte, schuldgevoelens en trauma’s. In die zin zijn beide films heel nauw met elkaar verbonden.
Little Trouble Girls gaat ook sterk over de relatie tussen moeders en dochters. De schaamte en het zwijgen worden zoals je zegt van generatie op generatie doorgegeven. Was dat een belangrijk uitgangspunt tijdens het schrijven van het scenario?
Ja, beslist. Ik wilde niet alleen het verhaal vertellen van een jong meisje dat op zoek is naar haar eigen stem, maar ook onderzoeken hoe bepaalde patronen binnen families blijven voortbestaan. Vooral vrouwen dragen vaak onbewust verwachtingen, angsten en schaamte mee die ze zelf ooit hebben meegekregen. De moeder in de film is geen klassieke ‘slechte moeder’. Ze houdt van haar dochter, maar ze is zelf gevormd door een omgeving waarin emoties en verlangens weinig ruimte kregen. Daardoor geeft ze bepaalde beperkingen door zonder dat ze zich daar volledig bewust van is.
Voor mij was het belangrijk om die relatie niet zwart-wit te tonen. Er zit liefde in, maar ook onbegrip. Er is zorg, maar tegelijk ook een vorm van controle. De dochter voelt dat ze zichzelf moet bevrijden, terwijl de moeder bang is om haar wereldbeeld te verliezen. Die spanning tussen verbondenheid en afstand vond ik heel menselijk.

De film behandelt ook thema’s als vrouwelijke identiteit en de verwachtingen die de samenleving aan jonge vrouwen oplegt. Was u zich bewust van een feministische dimensie?
Zeker want ik denk dat elke film over vrouwen en hun ervaringen automatisch ook iets zegt over de maatschappij waarin die vrouwen leven. Maar ik wilde geen pamflet maken. Ik ben meer geïnteresseerd in menselijke situaties dan in slogans. Veel vrouwen herkennen waarschijnlijk het gevoel dat er voortdurend verwachtingen bestaan over hoe je eruit moet zien, hoe je je moet gedragen, welke keuzes je moet maken. Die druk begint vaak al heel jong.
Voor mij gaat de film uiteindelijk over vrijheid. Niet alleen politieke of sociale vrijheid, maar ook de innerlijke vrijheid om jezelf te aanvaarden.
Is Little Trouble Girls een autobiografisch portret?
Nee, absoluut niet, maar veel gevoelens komen wel rechtstreeks uit mijn eigen jeugd (glimlacht). Vooral de schaamte die ik toen ervoer tegenover mijn eigen lichaam. Ik denk dat heel veel mensen zich daarin herkennen. We groeien allemaal op binnen maatschappelijke systemen die ons vertellen hoe we ons lichaam moeten bekijken, hoe we ons moeten gedragen en welke verlangens al dan niet aanvaardbaar zijn. In patriarchale samenlevingen worden zulke ideeën bovendien nog versterkt door religieuze tradities. Schuld en schaamte worden dan instrumenten om mensen te controleren.
Je beweert dat Little Trouble Girls niet autobiografisch is, maar toch voel je dat veel emoties heel persoonlijk zijn. Hoeveel van Lucija, het hoofdpersonage, zit er dan uiteindelijk in jezelf?
Meer emoties dan concrete gebeurtenissen. Ik heb zelf nooit in een katholiek meisjeskoor gezongen en het verhaal van Lucija is niet mijn levensverhaal. Maar de gevoelens die zij ervaart, ken ik wel heel goed. Het voortdurende gevoel dat je iets verkeerd doet, dat je lichaam iets is waarvoor je je moet schamen, dat je niet helemaal jezelf mag zijn.
Dat zijn allemaal emoties die ik uit mijn eigen jeugd herken. Wanneer ik nu terugkijk, besef ik dat bijna al mijn films in wezen over repressie gaan. Niet alleen seksuele repressie, maar ook het onderdrukken van gevoelens, verlangens en uiteindelijk zelfs van je eigen stem. Ik denk bovendien dat dit geen uitsluitend vrouwelijke ervaring is. Heel wat mannen hebben me na vertoningen van Little Trouble Girls verteld dat ze zich sterk in Lucija herkenden. Dat vond ik bijzonder ontroerend (ingetogen stilte).
De aanleiding voor Little Trouble Girls was blijkbaar een optreden van een katholiek meisjeskoor. Wat trof je daar dan zo sterk?
Ja, inderdaad. Dat beeld heeft me nooit meer losgelaten. Ik zag meisjes van ongeveer zestien of zeventien jaar oud in witte jurken een prachtig Sloveens volkslied zingen. Hun stemmen straalden een ongelooflijke kracht uit. Tegelijk zaten er op de eerste rij drie priesters zichtbaar te genieten van dat optreden. Dat contrast fascineerde me enorm. Je zag jonge vrouwen die op de drempel stonden van de volwassenheid, vol levenslust en vrouwelijke energie, tegenover een instituut dat historisch vaak precies die vrouwelijke stem heeft proberen te controleren. Dat beeld raakte me diep. Op dat moment wist ik dat ik daar ooit een film over wilde maken (voldane glimlach).
Maar, ik begon me ook af te vragen waarom mijn eigen stem tijdens mijn jeugd zo vaak werd onderdrukt. Niet letterlijk natuurlijk, maar wel emotioneel. Waarom voelen zoveel vrouwen zich nog altijd geremd om zich volledig uit te drukken? Uiteindelijk besefte ik dat de film veel breder ging dan alleen over seksualiteit. Hij gaat ook over de vraag wie het recht krijgt om zijn stem te laten horen.

In Little Trouble Girls lopen de thema’s seksualiteit, identiteit en ook de zoektocht naar een eigen stem voortdurend door elkaar. Zijn die items voor jou onlosmakelijk met elkaar verbonden?
Zeker. Onze stem maakt deel uit van ons lichaam en dus ook van onze seksuele identiteit. Ik denk dat we vaak vergeten hoe lichamelijk onze stem eigenlijk is. Ze is een vorm van expressie, van aanwezigheid, van jezelf tonen aan de wereld. De maatschappelijke regels waarmee we opgroeien proberen niet alleen onze seksualiteit te sturen, maar ook de manier waarop we spreken, voelen en ons gedragen. Natuurlijk hebben kinderen regels nodig, maar ik denk niet dat we als kind een gezonde seksuele opvoeding krijgen. Daardoor groeit bijna iedereen op met onzekerheden over zijn lichaam en zijn verlangens.
Voor mij gaat Little Trouble Girls uiteindelijk niet alleen over biseksualiteit. Het gaat over aantrekkingskracht in de breedste betekenis van het woord. Soms voel je je aangetrokken tot iemand zonder precies te weten waarom. Dat hoeft niet noodzakelijk seksueel te zijn. Je kunt iemand ontmoeten omdat die persoon je iets leert over jezelf. Dat proces van aantrekking en zelfontdekking vind ik veel interessanter dan het simpelweg kleven van etiketten.
De hoofdrol wordt vertolkt door Jara Sofija Ostan, die nauwelijks acteerervaring had. Waarom koos je bewust voor een onervaren iemand?
Omdat ik authenticiteit belangrijker vind dan technische perfectie. Jara was zestien toen we elkaar ontmoetten en ze had nog nooit voor een camera gestaan. Als ik haar zou hebben gevraagd een volledig uitgewerkt personage te spelen, zou dat nooit gewerkt hebben. Gelukkig leek haar persoonlijkheid van nature al sterk op die van Lucija. Daardoor kon ik haar eigen karakter gebruiken als vertrekpunt (glimlacht).
Met alle meisjes van het koor zijn we maandenlang beginnen improviseren. We wilden elkaar leren kennen voordat er één scène werd opgenomen. Niet alleen de individuele personages waren belangrijk, maar vooral de relaties tussen hen. Hun onderlinge chemie moest echt aanvoelen. Veel kleine blikken, reacties en gedragingen zijn tijdens die repetities ontstaan. Ik geloof dat de werkelijkheid vaak interessanter is dan alles wat je vooraf kunt bedenken. Iedere acteur brengt iets mee wat je als regisseur onmogelijk zelf kunt schrijven. Daarom probeer ik daar zoveel mogelijk ruimte voor te laten.
Ondanks die vrijheid voelt het toch allemaal visueel uitzonderlijk precies gechoreografeerd. De groepsscènes lijken spontaan, maar tegelijk zit alles heel zorgvuldig in elkaar. Akkoord? Hoe heb je dat evenwicht gevonden?
Ja, dat klopt (lacht). In feite was dat wel de grootste uitdaging. Nadat ik het meisjeskoor had ontdekt, ben ik heel veel repetities gaan bijwonen. Al snel merkte ik dat die repetities eigenlijk veel interessanter waren dan de concerten zelf. Meisjes zingen, lachen, praten door elkaar, kijken naar elkaar, reageren voortdurend op elkaar. Er gebeurt constant iets. Dat wilde ik absoluut bewaren.
Technisch betekende dat uiteraard wel dat alles heel nauwkeurig moest worden voorbereid. Camera en geluid moesten perfect samenwerken. Eerst choreografeerden we iedere beweging heel precies. Pas wanneer iedereen zich veilig voelde binnen dat kader, begonnen we ruimte te geven aan improvisatie. Dan ontstonden de mooiste momenten. Ik wilde de camera bovendien voortdurend heel dicht bij Lucija houden. Daardoor beleef je alles bijna lichamelijk samen met haar. Wanneer je zo dicht filmt, verdwijnt de wereld buiten het beeldkader. Dat werd uiteindelijk ook een metafoor. Je kunt de gevoelens en gedachten van een jong meisje nooit volledig in een strak kader opsluiten.

Nu je het ook over je D.O.P. hebt, je werkt voor Little Trouble Girls opnieuw samen met cameraman Lev Predan Kowarski. Waarin schuilt volgens jou de kracht van jullie samenwerking?
Lev en ik kennen elkaar al heel lang. We maakten eerder samen twee kortfilms en zijn ondertussen ook goede vrienden geworden (afgemeten glimlach). Dat vertrouwen is ontzettend belangrijk. Hij was al aanwezig tijdens de repetities, lang voordat de opnames begonnen. Daardoor zag ook hij de personages groeien en kon hij mee nadenken over de visuele taal van de film.
Vanaf het begin wist ik dat de camera bijna letterlijk op Lucija’s huid moest zitten. Ik wilde dat de kijker haar gevoelens niet alleen begreep, maar bijna lichamelijk zou ervaren. Wanneer je zo dicht op iemand filmt, valt er voortdurend informatie buiten beeld. Dat vond ik juist interessant. Een jong meisje laat zich niet zomaar definiëren of vastleggen. Er blijft altijd iets verborgen. Die gedachte zit eigenlijk in de volledige beeldtaal van de film verwerkt.
Ook geluid speelt een heel belangrijke rol. De stemmen, de omgeving, de muziek: alles lijkt deel uit te maken van dezelfde emotionele wereld, akkoord?
Geluid is voor mij van essentieel belang voor een film. Ik wilde dat de kijker niet alleen kijkt naar de personages, maar ook voelt wat er rondom hen gebeurt. De natuur, de ademhaling, de stemmen, de stilte: ze vertellen allemaal iets. Soms zegt stilte meer dan dialoog (glimlacht).
Little Trouble Girls bevat ook elementen van magisch realisme. De waterval, de grot en bepaalde andere beelden hebben bijna een sprookjesachtige kwaliteit.
Jawel (lacht). Ik wilde een wereld creëren die herkenbaar is, maar waarin ook ruimte blijft voor mysterie. De adolescentie is op zichzelf al een vreemde periode: alles voelt groter, intenser en soms bijna onwerkelijk. Een gewone gebeurtenis kan plots een enorme emotionele betekenis krijgen.
Daarom koos ik niet voor een puur realistische stijl. De natuur is in de film geen decor, maar een actieve aanwezigheid. De grot, het water, de planten en de landschappen weerspiegelen de innerlijke toestand van de personages.
De door UNESCO erkende Italiaanse gemeente Cividale del Friuli en het klooster spelen een belangrijke rol. Waarom koos je precies voor deze locaties?
Deze omgeving heeft een sterke historische en spirituele energie. Het klooster is een plek waar traditie, discipline en gemeenschap samenkomen. Dat past perfect bij het verhaal, omdat de meisjes zich bevinden tussen persoonlijke vrijheid en de verwachtingen van een groep.
De architectuur en het landschap geven de film een tijdloos gevoel. Ik wilde dat de kijker niet precies wist of hij naar het verleden of het heden keek. Het verhaal gaat tenslotte toch over universele thema’s: identiteit, erbij horen en de zoektocht naar jezelf.

Ook bloemen en planten keren verschillende keren steeds terug in Little Trouble Girls. Zijn die bewust symbolisch gebruikt?
Ja, zeker (lacht). Bloemen hebben altijd iets dubbelzinnigs. Ze staan voor schoonheid en kwetsbaarheid, maar ook voor vergankelijkheid. Ze groeien, bloeien en verdwijnen. Dat sluit aan bij de meisjes in de film: ze bevinden zich op een moment waarop ze veranderen en waarin hun identiteit nog niet vastligt. Ik wou symboliek gebruiken zonder alles vast te leggen. Een beeld mag ook gewoon mooi zijn. Niet elk element moet een verborgen boodschap hebben.
Little Trouble Girls sluit aan bij een sterke traditie van Europese auteurscinema. Welke filmmakers hebben je beïnvloed?
Verschillende hoor (lacht). Eigenlijk te veel om ze zo spontaan op te noemen. Veralgemenend kan ik onderlijnen dat ik hou van cinema die aandacht heeft voor het alledaagse, maar tegelijk iets groters probeert te onderzoeken. Regisseurs die vertrouwen hebben in beelden en niet alles uitleggen. Ik bewonder bijvoorbeeld filmmakers die met weinig middelen een grote emotionele impact kunnen creëren. Films waarin de stilte, de ruimte en kleine gebaren even belangrijk zijn als de plot. Maar inspiratie komt niet alleen uit cinema. Muziek, literatuur, schilderkunst en persoonlijke ervaringen beïnvloeden ook hoe je naar een verhaal kijkt.
Little Trouble Girls wordt ook gezien als een belangrijke bijdrage aan de hedendaagse Sloveense cinema. Hoe kijk je naar de plaats van je werk binnen die traditie?
Sloveense cinema heeft altijd een bijzondere relatie gehad met identiteit en de vraag hoe mensen zich verhouden tot hun omgeving. Ons land is klein, maar onze verhalen zijn vaak verbonden met grotere universele thema’s. Ik denk dat veel Sloveense filmmakers geïnteresseerd zijn in de spanning tussen het persoonlijke en het maatschappelijke. We kijken naar kleine gemeenschappen, families en individuen, maar daarachter zitten vaak grotere vragen over geschiedenis, traditie en verandering. Voor mij is het belangrijk dat Sloveense cinema niet probeert een kopie te worden van grotere filmindustrieën. Onze kracht ligt juist in onze eigen gevoeligheid, onze eigen landschappen en onze manier van vertellen.
De titel van de film verwijst naar een bekende song van de New Yorkse noiserockband Sonic Youth. Waarom koos je deze titel?
Sonic Youth staat voor mij voor een welbepaalde energie: vrijheid, experiment, rebellie, maar ook melancholie. Hun muziek heeft iets ruw en gevoelig. Dat paste bij de emoties van de film. Maar de titel verwijst niet alleen naar muziek, maar ook naar een levensfase. Jeugd is vaak een periode waarin je probeert je eigen geluid te vinden. Je zoekt naar een stem die echt van jezelf is.
Welke richting wil je verder uitgaan na deze film?
Ik wil blijven zoeken naar verhalen die zich bevinden tussen het persoonlijke en het universele. Ik ben geïnteresseerd in personages die hun plaats proberen te vinden in een wereld die hen voortdurend definieert. Cinema blijft voor mij een manier om naar mensen te luisteren en om vragen te stellen, niet om eenvoudige antwoorden te geven (glimlacht).