In John Fords Rio Grande draait alles rond Kirby Yorke, een cavalerieofficier in een fort in Texas. Zijn taak bestaat erin het zuidwesten veilig te maken voor kolonisten en de aanvallen van de Apachen in te dammen. Maar de regering van de Verenigde Staten heeft met Mexico een overeenkomst gesloten waardoor de troepen van de Unie de Rio Grande, de grensrivier, niet mogen oversteken. Daardoor kunnen de indianen op elk moment een toevlucht zoeken in Mexico. Voor Yorke is er maar één manier om de Apachen te verslaan: hij moet de Rio Grande oversteken. Alsof die moeilijke situatie nog niet volstaat, verschijnen ook nog Kirby’s vrouw en zijn zoon Jeff, die hij al vijftien jaar niet meer heeft gezien, in het fort.
Tussen 1936 en 1953 ontving John Ford vier Oscars voor Beste Regisseur en won hij ook nog twee Oscars voor Beste Documentaire (The Battle of Midway en December 7th). Daarmee is de cineast uit Maine nog altijd de meest bekroonde filmmaker in de geschiedenis van de Academy Awards. Opmerkelijk genoeg kreeg Ford geen enkele van zijn talloze, stilistisch invloedrijke westerns bekroond met die prestigieuze prijs. En hoewel het misschien wat hard klinkt, zijn de westerns die hij in die periode maakte technisch vaak voortreffelijk, maar inhoudelijk veel problematischer. Niet alleen Stagecoach uit 1939, waarmee John Wayne in één klap een wereldster werd, maar ook Rio Grande uit 1950 bevat ideologische elementen die vandaag nog moeilijk te verdedigen zijn.
Waar John Ford onovertroffen in is, is het creëren van indrukwekkende beelden. In Monument Valley vond hij een landschap van overweldigende schoonheid, waarin de mens zich ondergeschikt lijkt te moeten maken aan de natuur. Toch geldt dat niet voor de personages van John Wayne: zij bezitten een autoritaire uitstraling waarmee ze iedereen en alles naar hun hand zetten. Dat veranderde pas met The Searchers dat een nieuwe kijk bood op Waynes sterpersona. In Rio Grande overheerst echter nog steeds het charisma van de Hollywood-icoon, en Ford weet dat optimaal te benutten.

In een fort nabij de Rio Grande speelt Wayne de geharde luitenant-kolonel Yorke, die al jaren strijdt tegen de Apachen en zijn vrouw en zoon al vijftien jaar niet meer heeft gezien. Wie de western ook als een soort Heimatfilm beschouwt, zal begrijpen waarom Ford in dit slotdeel van zijn cavalerietrilogie zoveel nadruk legt op familieconflicten. Zijn zoon Jeff (Claude Jarman Jr.) verschijnt als rekruut onder zijn bevel, terwijl zijn vrouw Kathleen (Maureen O’Hara) alles in het werk stelt om te verhinderen dat hun zoon soldaat wordt. Tevergeefs natuurlijk. En precies die vanzelfsprekendheid – dat een jonge man voor zijn vaderland ten strijde hoort te trekken – vormt een van de grootste problemen van deze western.
Rio Grande is niet alleen een familiedrama waarin John Wayne overtuigt wanneer zijn zelfverzekerdheid af en toe plaatsmaakt voor onzekerheid tegenover zijn vrouw. De film is ook een initiatieverhaal dat het volwassen worden van Jeff volgens sterk verouderde opvattingen benadert. Pas nadat hij samen met zijn vader de Apachen heeft bevochten, wordt hij als een volwaardige Amerikaan beschouwd. De rol van de vrouw wordt daarentegen gereduceerd tot wachten aan de kant van de weg, om de terugkerende mannen met een wit zakdoekje te begroeten. De indianen worden bovendien voorgesteld volgens hetzelfde racistische patroon als in Stagecoach: bloeddorstige wilden die vrouwen en kinderen ontvoeren en dan vreugdevol rond het kampvuur dansen.
Wat in Fords handen begint als folkloristische exotiek, mondt al snel uit in etnocentrisme. Daardoor valt te begrijpen waarom Quentin Tarantino Ford ooit van racisme beschuldigde. Toch bevat Rio Grande, naast zijn empathische beeldtaal en sterke acteurs, ook een potentieel dat om meer diepgang vraagt. In wezen gaat de prent niet alleen over een herenigde familie, maar ook over de destructieve kracht van plichtsbesef, militaire gehoorzaamheid en vaderlandsliefde. Rio Grande blijft echter een product van zijn tijd. Kritische elementen worden niet onderzocht, maar eerder verheerlijkt. En wanneer Ford niet goed weet hoe hij het verhaal verder moet brengen, laat hij de countrygroep Sons of the Pioneers opnieuw een van hun nummers zingen en dit keer op keer.
Op technisch vlak kan je nauwelijks negatieve kritiek uiten op Rio Grande en ook het acteerwerk is degelijk, maar de ideologische ondertoon vormt een groot probleem: een man moet vechten om een ‘echte’ man te worden, waarbij de Apachen als vanzelfsprekend vijandbeeld fungeren en vrouwen thuis geduldig op hun dappere mannen en zonen wachten. Daardoor is Rio Grande eigenlijk een gedateerde en niet onproblematische bijdrage aan het westerngenre. John Ford heeft meermaals bewezen dat hij beter kon, confer onder meer zijn zes Oscars.
Genre: western, familie, drama
Jaar: 1950
Regisseur: John Ford
Cast: John Wayne, Maureen O’Hara, Ben Johnson, Karolyn Grimes, Claude Jarman Jr.,
Land: Verenigde Staten
Speelduur: 105 minuten