Subscribe Now
Trending News
Gene Wilder: de zachte onschuldige man tussen de wolven
GENE WILDER in WILLIE WONKA & THE CHOCOLATE FACTORY (c) The Movie Database (TMDB)
Artikel

Gene Wilder: de zachte onschuldige man tussen de wolven 

Exact tien jaar na zijn dood blijft Gene Wilder (1933 – 2016) een van de merkwaardigste en meest geliefde figuren uit de Amerikaanse filmkomedie. Hij was geen klassieke komiek, geen onberispelijke leading man en al helemaal geen acteur die zijn personages voortdurend met een knipoog naar het publiek speelde. Wilder deed iets subtielers en daardoor iets moeilijkers: hij liet de werkelijkheid rondom hem ontsporen terwijl hijzelf, althans ogenschijnlijk, wanhopig probeerde haar bij elkaar te houden.

Dat leverde een van de meest herkenbare komische persona’s uit de Amerikaanse cinema op: de nerveuze, beleefde, gevoelige man die plotseling midden in een volstrekt krankzinnige wereld terechtkomt. Leo Bloom in The Producers (1967), Willy Wonka in Willy Wonka & the Chocolate Factory (1971), Dr. Frederick Frankenstein in Young Frankenstein (1974), de Waco Kid in Blazing Saddles (1974). Later, samen met Richard Pryor, opnieuw de gewone man die door omstandigheden in een komische maalstroom wordt gezogen. Wilder hoefde nauwelijks iets te doen om de aandacht te trekken. Een blik, een kleine beweging van het hoofd, een aarzelende zin waren soms voldoende om een scène volledig te laten kantelen.

Gene Wilder overleed op 29 augustus 2016 in Stamford, Connecticut, op 83-jarige leeftijd, aan complicaties van de ziekte van Alzheimer. Hij had er bewust voor gekozen zijn diagnose niet publiek te maken. Hij wilde niet dat kinderen die hem vooral als Willy Wonka kenden, verdrietig zouden worden. Het is een typisch Wilder-detail: zelfs op het moment dat zijn eigen leven steeds kleiner werd, dacht hij nog aan het effect dat zijn ziekte op anderen zou kunnen hebben.

Een decennium later is het verleidelijk om Wilder vooral als een nostalgische acteur te herinneren, als de excentrieke man uit de films die we als kind op televisie zagen. Maar dat zou hem tekortdoen. Wilder was niet alleen een geliefde filmkomiek. Hij was een acteur die hielp veranderen wat een filmkomiek kon zijn.

Hij werd in 1933 geboren als Jerome Silberman in Milwaukee, Wisconsin, als zoon van een Russisch-joodse immigrant. Zijn vader was zakenman, zijn moeder leed aan hartproblemen. Juist die ziekte van zijn moeder zou een merkwaardige rol spelen in zijn ontwikkeling. Als kind kreeg Jerome te horen dat hij zijn moeder niet boos moest maken en haar vooral aan het lachen moest proberen te krijgen. Hij begon daarom stemmen en accenten te imiteren. Wat aanvankelijk een manier was om de spanning thuis te verminderen, werd geleidelijk een fascinatie voor optreden. De jongen ontdekte dat humor niet alleen amusement kon zijn, maar ook een manier om met angst om te gaan.

Hij studeerde aan de University of Iowa en aan de Bristol Old Vic Theatre School in Engeland en trok vervolgens naar New York, waar hij zich verder bekwaamde als acteur. Om zijn theaterambities te kunnen betalen, werkte hij ondertussen als schermleraar en nam hij verschillende andere baantjes aan. Uiteindelijk werd Jerome Silberman, Gene Wilder. ‘Gene’ was geïnspireerd door Thomas Wolfe die in zijn debuutroman Look Homeward, Angel uit 1929 het hoofdpersonage Eugene (Gene) Gant – het alter-ego van Wolfe – introduceerde. en ‘Wilder’ leende Wilder van de romancier, toneelschrijver en scenarist Thornton Wilder, die liefst negen keer werd genomineerd voor de Nobelprijs voor Literatuur en drie maal de Pulitzerprijs won.

GENE WILDER in  THE PRODUCERS (c) The Movie Database (TMDB)
GENE WILDER in THE PRODUCERS (c) The Movie Database (TMDB)

Het is veelzeggend dat Gene Wilder zijn carrière niet begon als filmkomiek. Zijn vorming was die van een theateracteur. Dat zie je later in zijn films. Hij was buitengewoon precies met stem, timing, gebaren en stiltes. Zijn komedie was zelden het resultaat van zomaar een grap. Ze kwam voort uit het personage en uit diens wanhopige poging om de controle te bewaren.

De belangrijkste ontmoeting uit Wilders carrière vond plaats toen hij nog nauwelijks bekend was. In 1963 stond hij in Mother Courage and Her Children naast Anne Bancroft. Bancroft was toen de partner van de jonge komiek en schrijver Mel Brooks. Brooks zag Wilder op het toneel en raakte gefascineerd door zijn merkwaardige combinatie van naïviteit en intelligentie. Hij zag in hem iets wat later een essentieel onderdeel van hun gezamenlijke films zou worden: de onschuldige man tussen de wolven.

Toen Brooks The Producers schreef, dacht hij aan Wilder voor de rol van Leo Bloom. Dat was een cruciaal moment. Wilder moest niet de man zijn die de grappen uitdeelde, maar wel man zijn die ze onderging. Naast Zero Mostels luidruchtige, manipulatieve producent Max Bialystock is Wilder de nerveuze accountant die voortdurend op het randje van een zenuwinzinking staat. Mostel is groot, agressief en expansief en Wilder is daarentegen beleefd, klein en zichtbaar doodsbang.

The Producers uit 1967 was aanvankelijk geen groot commercieel succes, maar Wilder kreeg er wel een Oscarnominatie voor als beste mannelijke bijrol. Zijn carrière was gelanceerd en eigenlijk was daarmee ook de Wilder-formule geboren: zet een kwetsbaar mens in een krankzinnige wereld en wacht tot zijn fatsoenlijke manieren het begeven.

Vier jaar later kwam de rol waarmee Wilder voor miljoenen mensen voorgoed een plaats in hun jeugd zou krijgen: Willy Wonka in Willy Wonka & the Chocolate Factory. Producenten hadden aanvankelijk andere namen overwogen, onder wie Fred Astaire en Joel Grey, maar regisseur Mel Stuart zag in Wilder precies de combinatie van humor, mysterie en een licht verontrustende ondertoon die het personage nodig had.

Wilder wilde de rol echter niet zomaar spelen. Hij stelde één belangrijke voorwaarde: Wonka moest zijn eerste verschijning maken door als een kreupele man met een wandelstok naar voren te strompelen, om vervolgens plotseling zijn stok weg te gooien, een salto te maken en het publiek te begroeten. Het lijkt een klein detail, maar het was een geniale vondst. Wilder begreep dat Wonka vanaf het eerste moment onbetrouwbaar moest zijn. Was hij aardig? Was hij wreed? Was hij gek? Was hij een clown? Was hij een genie? Je wist het niet.

GENE WILDER in WILLY WONKA AND THE CHOCOLATE FACTORY (c) The Movie Database (TMDB)
GENE WILDER in WILLY WONKA AND THE CHOCOLATE FACTORY (c) The Movie Database (TMDB)

Precies dat maakt zijn Wonka nog altijd zo fascinerend. Wilder speelde hem niet als een vrolijke kindervriend, maar als iemand die altijd een halve seconde verwijderd lijkt van iets dat zowel wonderbaarlijk als verontrustend kan zijn. Zijn ogen kunnen vriendelijk staan en tegelijk dreigend lijken. Zijn glimlach is warm, maar je weet nooit helemaal waarom hij glimlacht.

Dat was een van zijn grote talenten: hij kon tegelijkertijd twee tegengestelde emoties oproepen. Voor kinderen was Wonka magisch. Voor volwassenen was hij ook een beetje angstaanjagend. En precies daarom werkt de film nog steeds.

Opvallend is dat Willy Wonka & the Chocolate Factory bij zijn oorspronkelijke release geen onmiddellijke klassieker was. De film groeide vooral later, via televisie en homevideo, uit tot een cultureel fenomeen. Dat geldt voor meer films van Wilder. Zijn werk werd steeds opnieuw ontdekt door volgende generaties en kreeg daardoor een tweede, soms zelfs derde leven.

En dan was er 1974, het jaar waarin Wilder op het absolute hoogtepunt van zijn komische kunnen stond. In één jaar verschenen twee films van Mel Brooks waarin hij een hoofdrol speelde: Blazing Saddles en Young Frankenstein.

In Blazing Saddles speelt Wilder de Waco Kid, een aan lagerwal geraakte revolverheld die zich eerst als een alcoholische zonderling presenteert en vervolgens onthult dat hij een legendarische schutter is. Het personage is grappig, maar heeft tegelijk iets tragisch. De Waco Kid is iemand die zijn eigen legende heeft overleefd en daar eigenlijk een beetje moe van is.

Maar het echte meesterwerk van die samenwerking is Young Frankenstein. Wilder speelt Dr. Frederick Frankenstein, kleinzoon van Victor Frankenstein, die wanhopig probeert te ontkennen dat hij iets met zijn beroemde voorouder te maken heeft. Het is precies het soort rol waarvoor Wilder geboren leek. Hij is intelligent genoeg om de absurditeit te begrijpen, maar emotioneel te serieus om haar simpelweg als een grap te behandelen. Dat is misschien het geheim van zijn komedie: Wilder speelde komedie alsof de situatie voor hem werkelijk van levensbelang was.

CLEAVON LITTLE en GENE WILDER in BLAZING SADDLES (c) The Movie Database (TMDB)
CLEAVON LITTLE en GENE WILDER in BLAZING SADDLES (c) The Movie Database (TMDB)

Young Frankenstein was bovendien meer zijn film dan vaak wordt aangenomen. Wilder bedacht het uitgangspunt en schreef het scenario samen met Brooks. Hij kwam tijdens de opnamen van Blazing Saddles met het idee van een afstammeling van Frankenstein die zich juist van zijn familienaam probeert te distantiëren. Brooks zag de mogelijkheden en samen ontwikkelden ze het verhaal. Wilder had ook duidelijke ideeën over hoe de film moest werken. Zo drong hij aan op de beroemde scène waarin Frankenstein en het monster Puttin’ on the Ritz uitvoeren, een scène die Brooks aanvankelijk niet zag zitten.

Dat moment is inmiddels emblematisch voor de film. Het vertelt ook iets belangrijks over hun samenwerking. Brooks was de explosieve komische regisseur, altijd op zoek naar de volgende grap en bereid om iedere situatie nog verder te laten ontsporen. Wilder was vaak degene die de absurditeit vanuit het personage zelf bedacht en haar vervolgens geloofwaardig maakte. Brooks kon een grap steeds groter maken en Wilder wist wanneer een acteur hem weer menselijk moest maken.

Hun samenwerking bestond uiteindelijk uit slechts drie films: The Producers, Blazing Saddles en Young Frankenstein, maar de invloed ervan is veel groter dan dat beperkte aantal doet vermoeden. Hun vriendschap was al even bijzonder. Brooks was luidruchtig, anarchistisch en voortdurend op zoek naar het volgende komische effect. Wilder was introverter en gevoeliger. Toch begrepen ze elkaar uitstekend. Brooks zag in Wilder een kwetsbaarheid die hij zelf niet bezat. Wilder vond in Brooks iemand die hem toestond die kwetsbaarheid volledig te benutten.

Daarna kwam een tweede belangrijke samenwerking, die met Richard Pryor. In Silver Streak, Stir Crazy, See No Evil, Hear No Evil en Another You vormden Wilder en Pryor een komisch duo. De chemie was anders dan die met Brooks. Met Brooks was Wilder de kwetsbare man tegenover een wereld van totale absurditeit. Met Pryor werd hij onderdeel van een buddy-duo waarin misverstanden, identiteit, ras en angst voortdurend door elkaar liepen.

Pryor was rauw, confronterend en explosief en Wilder bleef de nerveuze, beleefde figuur. Juist dat contrast maakte hen succesvol. Wilder was nooit de luidste persoon in de scène. Hij hoefde dat ook niet te zijn.

Naast acteur was hij overigens ook schrijver en regisseur. Hij maakte onder meer The Adventure of Sherlock Holmes’ Smarter Brother, The World’s Greatest Lover, The Woman in Red en Haunted Honeymoon. Vooral The Woman in Red werd een aanzienlijk commercieel succes. Later schreef hij ook romans en memoires, waaronder Kiss Me Like a Stranger. Het zegt iets over hem dat hij nooit uitsluitend de man wilde zijn die door anderen werd gecast. Hij was geïnteresseerd in schrijven, regisseren en in de vraag hoe verhalen precies functioneren.

KELLY LEBROCK en GENE WILDER in THE WOMAN IN RED (c) The Movie Database (TMDB)
KELLY LEBROCK en GENE WILDER in THE WOMAN IN RED (c) The Movie Database (TMDB)

Ook zijn persoonlijkheid stond in schril contrast met de personages die hij speelde. Wie Wilder ontmoette, beschreef hem vaak als vriendelijk, intelligent, gevoelig en soms teruggetrokken. Hij kon op het scherm een complete zenuwinzinking spelen, maar zelf was hij geen hysterische man. Hij kon een krankzinnige wetenschapper spelen zonder zelf gek te worden. Hij kon Willy Wonka spelen zonder zijn eigen persoonlijkheid volledig te verliezen. Misschien is dat wel de reden waarom zijn komedie zo goed werkt: hij was niet de personages die hij vertolkte.

Onder zijn komische talent stak bovendien een grote gevoeligheid. Die was waarschijnlijk al vroeg gevormd door de ziekte van zijn moeder. Humor was voor Wilder van jongs af aan verbonden met liefde, angst en de behoefte om anderen gerust te stellen. Dat verklaart misschien waarom zijn komedie zelden puur cynisch is. Hij lacht om mensen, maar hij houdt ook van ze.

Zijn privéleven kende ondertussen aanzienlijk meer verdriet dan zijn films zouden doen vermoeden. Wilder trouwde vier keer. Zijn eerste huwelijk was met Mary Mercier, daarna trouwde hij met Mary Joan Schutz, wiens dochter Katharine hij adopteerde. Zijn derde huwelijk was met actrice en comédienne Gilda Radner, die hij in 1981 ontmoette tijdens de opnamen van Hanky Panky. Ze trouwden in 1984.Radner was een van de grote sterren van Saturday Night Live. Hun relatie werd een van de belangrijkste en tegelijk pijnlijkste hoofdstukken uit Wilders leven. Radner kreeg eierstokkanker en overleed in 1989, op haar 42ste.

Wilder was diep getroffen door haar dood. Hij zette zijn verdriet vervolgens om in activisme en hielp de aandacht voor kanker en vroegtijdige diagnose te vergroten. Hij was betrokken bij de oprichting van Gilda’s Club, een organisatie voor mensen met kanker en hun naasten. Het is misschien wel het meest betekenisvolle hoofdstuk uit zijn leven naast de film. De man die miljoenen mensen had laten lachen, gebruikte zijn bekendheid om aandacht te vragen voor een ziekte die zijn vrouw het leven had gekost.

In 1991 trouwde hij met Karen Boyer, met wie hij tot zijn dood samenbleef. In tegenstelling tot veel Hollywoodsterren leidde Wilder in zijn latere jaren een relatief rustig leven. Hij trok zich geleidelijk terug uit de filmwereld, schreef, schilderde en verscheen nog sporadisch op televisie. In 2003 won hij een Emmy voor zijn gastrol in Will & Grace.

Dat terugtrekken voelde niet als een dramatische val uit de gratie. Wilder leek eenvoudigweg steeds selectiever te worden. Hij had weinig behoefte aan het celebritybestaan en voelde zich niet geroepen om voortdurend in de belangstelling te staan. Hij wilde liever schrijven en leven dan beroemd zijn.

GENE WILDER en RICHARD PRYOR in SEE NO EVIL, HEAR NO EVIL (c) The Movie Database (TMDB)
GENE WILDER en RICHARD PRYOR in SEE NO EVIL, HEAR NO EVIL (c) The Movie Database (TMDB)

Vanaf de jaren negentig werd hij daarom minder zichtbaar, maar merkwaardig genoeg werd zijn culturele aanwezigheid juist groter. Zijn films bleven circuleren. Nieuwe generaties ontdekten Young Frankenstein, Blazing Saddles en vooral Willy Wonka. Zijn personages werden onderdeel van het collectieve geheugen.

Tien jaar na zijn dood is daarom vooral de vraag interessant waarom Gene Wilder nog steeds relevant is? Een deel van het antwoord ligt in de films zelf. Young Frankenstein blijft een voorbeeld van hoe je een klassieker kunt parodiëren zonder hem te minachten. Brooks maakte geen goedkope spot met Frankenstein, hij kende het bronmateriaal en hield er zichtbaar van. Blazing Saddles blijft een van de meest radicale Amerikaanse studio-komedies omdat de film racistische clichés niet voorzichtig behandelt, maar ze tegen zichzelf keert. The Producers blijft een scherp voorbeeld van hoe ver satire kan gaan. En Willy Wonka is uitgegroeid tot een cultureel ijkpunt omdat Wilder van Wonka geen eendimensionale kindervriend maakte.

Maar Wilders invloed zit niet alleen in afzonderlijke films. Hij hielp een nieuw soort mannelijke komische hoofdrol populair maken. Niet de stoere held. Niet de perfecte romanticus. Niet de grote clown. Wel de gevoelige, neurotische, enigszins verwarde man die probeert fatsoenlijk te blijven terwijl de wereld om hem heen volledig gek wordt.

Daarmee staat Wilder ergens tussen Buster Keaton, Jack Lemmon en Peter Sellers aan de ene kant en latere komieken als Steve Martin en Jim Carrey aan de andere. Zijn invloed is ook zichtbaar in de manier waarop hedendaagse acteurs komedie spelen, namelijk met ernst. De beste komische acteurs doen niet alsof iets grappig is. Ze doen alsof het verschrikkelijk belangrijk is en dat wist Gene Wilder als geen ander.

Misschien is dat uiteindelijk zijn grootste erfenis. Wilder zag eruit alsof hij ieder moment kon breken. En precies daardoor kon hij ongelooflijk sterk zijn. Zijn personages waren vaak bang, nerveus, naïef of sociaal onhandig. Maar ze hadden ook iets wat de luidruchtige mensen rondom hen meestal misten: menselijkheid.

Daarom werkt zijn humor nog steeds. Je lacht om Leo Bloom omdat hij hysterisch is, maar je voelt ook met hem mee. Je lacht om Dr. Frankenstein omdat hij voortdurend zijn waardigheid probeert te behouden terwijl alles uit elkaar valt. Je houdt van Willy Wonka omdat je niet zeker weet of je hem kunt vertrouwen. En je begrijpt de Waco Kid omdat achter zijn ironie een man zit die eigenlijk al lang moe is. Dat is Gene Wilder in een notendop: een komiek die nooit helemaal ophield acteur te zijn, en een acteur die begreep dat kwetsbaarheid vaak grappiger is dan bravoure.

Een decennium na zijn dood is dat misschien wel de beste manier om hem te herinneren. Niet als de man die ons alleen maar liet lachen, maar als de man die begreep waarom mensen lachen wanneer ze bang zijn, wanneer ze verliefd zijn, wanneer ze zich schamen en wanneer de wereld even te veel wordt. Gene Wilder was de zachte man in een wereld die voortdurend ontspoorde, maar op de een of andere manier geloofden we altijd dat hij er middenin overeind zou blijven.

Related posts