Er bestaan nog verrassend veel onbekende verhalen uit de Tweede Wereldoorlog. Frontera van de Catalaanse regisseur Judith Colell graaft er eentje op dat nauwelijks een plaats heeft gekregen in de cinema. In 1943 sloten de autoriteiten van Franco de Pyreneeën af voor duizenden mensen die op de vlucht waren voor de naziterreur. Toch slaagden lokale bewoners, gidsen en grenswachters erin honderden vluchtelingen in het geheim naar veiligheid te loodsen. Dat weinig bekende historische gegeven vormt het uitgangspunt van een film die alle ingrediënten bezit voor een beklijvend moreel drama, maar uiteindelijk blijft steken in goede bedoelingen.
Colell kiest nadrukkelijk voor een klassieke vertelstructuur waarin het menselijke aspect centraal staat. Manel Grau, een douanebeambte met een republikeins verleden, riskeert samen met enkele medestanders zijn leven om vervolgden de grens over te helpen. Het scenario wil tegelijk een oorlogsfilm, een thriller en een karakterstudie zijn, maar slaagt er nergens echt in die verschillende registers overtuigend met elkaar te verzoenen. Daardoor blijft Frontera voortdurend hangen in een soort narratief niemandsland.
Het grootste manco is zonder twijfel het scenario. De plot mist focus en springt van de ene situatie naar de andere zonder voldoende dramatische opbouw. Personages verschijnen, verdwijnen en krijgen nauwelijks de tijd om uit te groeien tot geloofwaardige mensen met een eigen verleden of motivatie. Daardoor blijven de morele dilemma’s opvallend abstract. De vraag hoeveel iemand bereid is te riskeren om onbekenden te redden, zou de emotionele motor van de film moeten zijn, maar wordt nooit echt voelbaar gemaakt.

Ook de spanningsopbouw schiet te kort. Een verhaal over clandestiene ontsnappingsroutes, collaboratie en verraad zou permanent onder hoogspanning moeten staan. Toch blijft Colell opvallend voorzichtig regisseren. Zelfs wanneer de personages in levensgevaar verkeren, voel je zelden de beklemming of de paranoia die zulke omstandigheden onvermijdelijk met zich meebrengen. Deze makke oorlogsprent mist absoluut urgentie. Hij vertelt voortdurend dat het gevaar groot is, maar laat de kijker dat nauwelijks ervaren.
Dat gebrek aan dramatische intensiteit wordt nog versterkt door de erg conventionele regie. Colell kiest voor een veilige, haast televisie-beeldtaal die zelden verrast of cinematografisch prikkelt. Nochtans beschikt ze over een uitstekende locatie: de ruwe landschappen van de Catalaanse Pyreneeën ademen geschiedenis en isolement.
Cameraman Andreu Adam Rubiralta benut dat decor optimaal. Zijn fotografie is zonder twijfel het sterkste onderdeel van de film. Mistige bergflanken, dichtbegroeide bossen en sobere grensposten creëren een authentieke sfeer die de prent visueel voortdurend overeind houdt. Ook het sobere geluidsontwerp en de ingetogen muziek van de Belgische componiste Liesa Van der Aa ondersteunen die sfeer op een subtiele manier.
Aan de acteurs ligt het evenmin. Miki Esparbé speelt zijn rol met overtuiging en ingetogenheid, terwijl Asier Etxeandia telkens wanneer hij in beeld verschijnt de nodige intensiteit toevoegt. Ook Bruna Cusí en María Rodríguez Soto leveren verzorgde prestaties. Maar sterke acteurs kunnen slechts beperkt compenseren wanneer het scenario hen onvoldoende dramatische ruimte biedt. Hun personages blijven schetsmatig en missen de gelaagdheid die nodig is om de kijker werkelijk mee te slepen.

Uiteraard moeten we zeker vermelden dat ook ‘onze’ Kevin Janssens af en toe opdaagt van tussen de boomtakken in de huid van Jérôme, maar maakt geen indruk omdat ook zijn personage weinig of niks voorstelt en hij amper schermtijd heeft, en wellicht enkel is gecast omdat Frontera een Spaanse coproductie is met België.
Wat vooral teleurstelt, is dat Frontera nooit de complexiteit van zijn historische context volledig benut. Het drama raakt thema’s als collaboratie, burgerlijke moed, schuld en politieke verdeeldheid aan, maar durft ze nauwelijks uit te diepen. Daardoor blijft het allemaal opvallend braaf. De parallellen met de huidige vluchtelingencrisis zijn evident, maar worden slechts impliciet aangeraakt. Ook daar kiest Colell voor nuance waar een scherpere, confronterende visie de film meer relevantie had kunnen geven.
Frontera is niet doorslecht, maar wel heel zwak en eigenlijk ook overbodig behalve dan omwille van het feit dat de premisse zeker niet algemeen bekend is. Het echter wel een verzorgde productie, het camerawerk is oké net als de soundtrack. Maar omdat het uitgangspunt zoveel potentieel bezit, voelt het eindresultaat des te teleurstellender aan. Waar films als Razzia (Rose Bosch), The Zone of Interest (Jonathan Glazer) of zelfs The Zookeeper’s Wife van Niki Caro met Johan Helderbergh, erin slagen morele keuzes tastbaar en aangrijpend te maken, blijft Frontera op veilige afstand van zijn personages én van zijn publiek.
Wat overblijft is een heel matig historisch drama dat respect afdwingt door zijn intenties, maar zelden door zijn cinematografische kracht. De film kijkt vlot weg, maar mist de emotionele impact, de spanning en de narratieve scherpte om werkelijk te beklijven. Een vergeten geschiedenis verdient beter dan een prent die zelf iets te snel uit het geheugen dreigt te verdwijnen. Duidelijk een gemiste kans.
Genre: drama, oorlog, historisch
Jaar: 2025
Regisseur: Judith Colell
Cast: Miki Esparbé, María Rodríguez Soto, Asier Etxeandia, Bruna Cusí, Kevin Janssens, Jordi Sánchez
Land: Spanje, België
Speelduur: 101 minuten