Wiskundegenie Max Cohen is geobsedeerd door cijfers. Nu staat hij vlak voor de grootste ontdekking van zijn leven: een getallensysteem dat achter alle dingen en processen een structuur blootlegt. Maar Max raakt steeds meer in het nauw: een firma van Wall Street en religieuze groeperingen willen zijn theorie voor hun eigen doeleinden misbruiken en daarbij lijkt hun geen enkel middel te ver te gaan. En hoe dieper Max doordringt in het geheim van zijn getallentheorie, hoe vaker hij wordt geteisterd door hevige aanvallen en vreemde hallucinaties.
Het viscerale langspeelfilmdebuut van klasbak Darren Aronofsky bezit al alle psychologisch markante kenmerken die ook zijn latere films zoals Requiem for a Dream, Black Swan, The Wrestler, The Fountain, Mother! zouden typeren, want al in Pi houdt de auteur en regisseur niet van subtiele benaderingen. Aronofsky brengt de innerlijke wereld van zijn hoofdpersonage Max (Sean Gullette), evenals diens afdaling in de waanzin, over met de sloophamer van korrelige zwart-witbeelden, krassende geluiden en onrustige camerastandpunten (Eraserhead en Tetsuo: The Iron Man laten duidelijk hun sporen na), die de kijker meesleuren in de paranoïde wereld van een genie.
Deze weinig subtiele aanpak komt Pi eigenlijk ten goede, want dankzij deze meeslepende én verontrustende structuur laat de film enkel de vragen toe die hij zelf stelt. Het personage van Max wordt daardoor geen projectievlak, maar het onmisbare centrum van de gepresenteerde wereld. Hij is het brandpunt en dat wordt vooral duidelijk wanneer Aronofsky het publiek samen met Max naar buiten stuurt, de drukke straten van Manhattan op. Zelfs tussen de hoge gebouwen en mensenmassa’s voelt Pi beklemmend en volledig op Max gericht aan. Of het nu in een klein appartement vol technische apparatuur is of in de open ruimte van de stad, Pi is een beklemmend portret van benauwdheid. Hij zit voortdurend dicht op de huid van zijn personage en maakt zo de psychische aftakeling nog tastbaarder.

Daarbij veroordeelt de filmmaker Max niet op voorhand. De situaties waarin hij zich als een Don Quichot van de wiskunde tegen de windmolens van de rede verzet, zijn rijk en veelzijdig, maar in plaats van die strijd simpelweg als een waanbeeld af te schilderen, probeert Pi zich geleidelijk op subjectief niveau met zijn hoofdpersonage te vereenzelvigen. De waanzin wordt plots een reële bedreiging en het drama verandert in een thriller met duistere sciencefictiontoetsen. Een genre-technische afzondering en een gedeeltelijk radicale versmelting van rede en waan.
Pi bewijst met hoe weinig middelen een personage en een verhaal kunnen worden getransformeerd. Doordat Aronofsky het camerastandpunt onlosmakelijk gelijkstelt aan Max’ kijk op de wereld, lijken plots alle mogelijkheden in feiten te veranderen. De code van 219 cijfers lijkt werkelijk de sleutel te zijn.
Aan het einde, wanneer Pi haast een ademloze roes van beelden en woorden wordt, heeft Aronofsky zijn bioscooppubliek zo diep in de wereld van Max meegesleurd dat zelfs de meest nachtmerrieachtige gebeurtenissen als noodzakelijkheden aanvoelen. Voor een eerste speelfilm is Pi een werkelijk indrukwekkende prestatie. Jaren later probeerde Aronofsky met Black Swan een gelijkaardig werk te maken, maar dat werd slechts half zo meeslepend want wat Pi zo interessant maakt, was en is juist zijn weerbarstige vorm, zijn rebellie tegen de gebruikelijke kijkgewoonten. Zelden werd waanzin zo indringend en geestelijk uitputtend weergegeven. Faut le faire!
Deze zomer wijdt CINEMATEK een retrospectieve aan Darren Aronofsky met projecties van tal van zijn films. Op 22 juni 2026 komt het ‘wunderkind’ van de New Yorkse onafhankelijke cinema, trouwens naar Brussel voor een gesprek (in het Engels) na de vertoning van The Fountain in CINEMATEK.
Genre: thriller, drama, complottheorie
Jaar: 1998
Regisseur: Darren Aronofsky
Cast: Sean Gullette, Mark Margolis, Ben Shenkman, Pamela Hart, Stephan Pearlman
Land: Verenigde Staten
Speelduur: 84 minuten