Thuiskomen na het verlies van je partner, thuiskomen in een leeg huis, in de wetenschap dat het nooit meer hetzelfde zal zijn. Het is een vreselijk gevoel, en voor Beth telt dat nog eens dubbel. Haar huis werd gebouwd door haar overleden man, ontworpen volgens zijn instructies. En nu is hij er niet meer. Maar zijn geheimen zijn er nog wel. Er is iets vreemds in huis, iets bedreigends…
Verlies en trauma als trigger voor angst en terreur vormen al sinds het prille begin een vruchtbare voedingsbodem voor horror. Zeker vanaf het einde van de jaren 2010 werd daar gretig op voortgebouwd, met moderne genreklassiekers als Hereditary (2018), Midsommar (2019) en, iets recenter, Bring Her Back (2025) als resultaat. Daartussen vinden we ook deze kleine parel: The Night House.
Voor hij ons een nieuwe Hellraiser bracht, nam David Bruckner ons mee naar een huisje aan het meer voor een ander soort duistere vertelling, eentje die vijf jaar na de Belgische release nog steeds weet te verontrusten. Openend als een ingetogen drama met een melancholische rondleiding door het huis van nachtmerries weet de inleiding meteen de juiste snaren te raken.
Van kamer tot kamer zien we een leven waarnaar niet langer kan worden teruggekeerd, om te culmineren in het eerste zware beeld van de film: de thuiskomst van de achterblijvende wederhelft. Gespeeld door Rebecca Hall is Beth het hart en de ziel van de film. Haar woede, verdriet en het herkenbare ongeloof over het plotse verlies van haar zielsverwant voelen oprecht en tastbaar aan.
Hoe kon haar man haar dit aandoen? Waarom moest hij een einde maken aan zijn eigen leven? Het zijn pijnlijke vragen om mee geconfronteerd te worden. Ook de reacties van haar omgeving zijn tekenend. Voor zij die verder van haar afstaan, zoals de moeder van een van haar leerlingen, is het leven zonder meer verdergegaan. Voor haar vrienden en collega’s is het dan weer een zoektocht naar hoe ze er voor haar kunnen zijn, met alle ongemakken en moeilijkheden die dat met zich meebrengt.

Had de film zich enkel hierop blijven focussen, dan hadden we waarschijnlijk ook al een erg mooie tragedie gehad. Maar dit is een horrorfilm, en één met een serieuze set tanden. Niet tevreden met het vertellen van een eenvoudig spookhuisverhaal tegen een tragische achtergrond, pakt David Bruckner uit met enkele verrassende vondsten.
Zo wordt er naast het gebruikelijke gefluister uit het duister, vreemde telefoontjes en klassieke nachtmerries ook een aantal uniekere trucjes gehanteerd om onder de huid van de kijker te kruipen. In het bijzonder werken de optische illusies van Rubin’s vaas, waarbij vreemde verschijningen slechts een fractie van een seconde zichtbaar zijn en enkel vanuit het juiste perspectief kunnen worden waargenomen, bijzonder griezelig.
Men zou voor minder beginnen graven in het verleden, en vanaf dat punt wordt de afdaling naar de hel enkel steiler, met enkele heerlijke horrorontdekkingen tot gevolg. De inclusie van een voodoopopje in het verhaal oogt bijvoorbeeld niet alleen verontrustend, maar werkt ook nog eens (mogelijks toevallig) als een leuke meta-voorschaduwing van de film die de regisseur hierna zou maken: de Hellraiser-remake. Dit alles leidt uiteindelijk tot een bijzondere finale en een onthulling die nog lang na de aftiteling blijft nazinderen.
Verwacht hier wel geen adrenalinerit. Het is een naar horrorstandaarden rustig verhaal dat het even vaak moet hebben van zijn psychologische implicaties als van zijn verontrustende optische illusies. Ook gaat de film de ongemakkelijke kanten van rouw niet uit de weg, en is Beth in haar verdriet niet altijd even verdraagbaar voor haar omgeving. Maar wie op zoek is naar originele psychologische horror, doet er goed aan The Night House eens te bezoeken.
Genre: horror, mysterie, psychologische thriller
Jaar: 2020
Regisseur: David Bruckner
Cast: Rebecca Hall, Sarah Goldberg, Vondie Curtis-Hall, Evan Jonigkeit
Land: Verenigd Koninkrijk Verenigde Staten
Speelduur: 85 minuten