Niets dat zo’n domper op je roadtripplannen zet als een wegomleiding, maar voor zes Noorderlingen wacht er wel een erg bijzondere verrassing op hun omweg. Zo komen ze per abuis terecht in Pleasant Valley, waar men net de honderdste verjaardag van het dorp viert en de bezoekers prompt tot eregasten uitroept. Twee dagen lang zullen zij kunnen ‘genieten’ van de zuiderse gastvrijheid…
Zodra de zomer begint, duiken ook de jaarlijkse dorps- en stadsfeesten weer op. Groot of klein, overal in het land valt er elk weekend wel iets te beleven. Om die feestelijke sfeer ook thuis op te snuiven, duiken we vandaag de filmgeschiedenis in voor een afspraak met de peetvader van de splatterfilm. Ja, we keren terug naar Pleasant Valley, ditmaal in de originele versie van Herschell Gordon Lewis, waar het ontvangstcomité van Two Thousand Maniacs! ons opwacht.
In het tweede deel van wat de regisseur zelf, samen met tal van filmacademici, zou bestempelen als zijn “Splatter Trilogy”, belanden zes rondtrekkende Noorderlingen in de armen van de titulaire inwoners van een klein, onbekend en onopvallend dorpje in het hart van Georgia. Zij arriveren midden in de lokale festiviteiten, al zijn het uiteindelijk vooral de dorpelingen – en met hen horrorliefhebbers over de hele wereld – die reden tot vieren hebben.
Als voorloper van wat later zou uitgroeien tot het hicksploitation-subgenre is Two Thousand Maniacs! een vroege exponent van de exploitationcinema. De film hielp mee het pad effenen voor de traditionele slasher- en splatterfilms van de jaren 70 en 80, maar vormde ook een duidelijke inspiratiebron voor de folterhorror van de jaren 2000 en moderne horroriconen als Art the Clown.

Eén van de belangrijkste claims to fame van Two Thousand Maniacs! is zonder twijfel hoe ver de film durft te gaan op het vlak van gore en geweld. In wat haast aanvoelt als een rechtstreekse middenvinger naar de Hays Code – die in 1964 weliswaar op haar laatste benen liep, maar nog steeds van kracht was – schuwt Herschell Gordon Lewis noch gruwelijke praktische effecten, noch onschuldige slachtoffers. Het resultaat is een gevarieerde stoet aan macabere teraardebestellingen, waarbij slechts af en toe een detail aan het oog wordt onttrokken.
Dat gemis voelt echter zelden als een gemis aan dankzij de heerlijk maniakale vertolkingen van de dorpelingen. Onder leiding van Jeffrey Alan – het pseudoniem van Taalkeus Blank – als charismatische burgervader worden honderd jaar opgekropte haat en wraakzucht met overdreven mimiek en sadistisch plezier tot leven gewekt. Het levert scènes op die een aangenaam ongemakkelijke ondertoon krijgen, terwijl de bezoekers onverbiddelijk richting hun eigen ondergang worden geleid.
Dat betekent echter niet dat iedereen zich gewillig naar het slachtblok laat voeren. Vooral Thomas Wood – een alias van William Kerwin – als leraar Tom White en voormalig Playboy Playmate Connie Mason als Terry Adams zijn zich maar al te goed bewust van de waanzin waarin ze zijn beland en bieden het meeste weerwerk. Samen resulteert dat in een verrassend grotesk en bloederig spektakel van anderhalf uur, begeleid door de aanstekelijke bluegrass- en countryklanken van The Pleasant Valley Boys.
Met Two Thousand Maniacs! leverde Herschell Gordon Lewis een bijzonder invloedrijke en daardoor nog steeds herkenbare splatterprent af, die tegelijk ook als een vroege protoslasher kan worden beschouwd. Subtiliteit is daarbij echter ver te zoeken. Via dezelfde deur waardoor de waanzin bij de dorpelingen naar binnen sloop, lijkt ook een groot deel van de nuance het pand te hebben verlaten.
Sommige inwoners – voornamelijk vertolkt door lokale figuranten – ogen af en toe wat ongemakkelijk in hun rol binnen de slachtpartij, maar de meest prominente personages belichamen perfect het archetype van de gestoorde hillbilly dat later zo populair zou worden. En hoewel de film voorzichtig raakt aan de historische motieven achter de wraakactie, blijft die thematiek eerder oppervlakkig uitgewerkt. Ook de symbolische betekenis achter het exacte aantal van zes slachtoffers wordt nauwelijks uitgediept. Een extra laagje afwerking en inhoudelijke diepgang had de film dan ook zeker niet misstaan.
Genre: horror, zwarte komedie
Jaar: 1964
Regisseur: Herschell Gordon Lewis
Cast: Connie Mason, William Kerwin, Stanley Dyrector, Linda Cochran
Land: Verenigde Staten
Speelduur: 88 minuten