Het Belgische Grondwettelijk Hof heeft een beroep van Netflix verworpen waarin het zich verzette tegen verplichtingen om te investeren in lokale productie in de Franstalige regio Wallonië-Brussel.
Netflix diende het beroep afgelopen zomer in als reactie op een beslissing uit 2024 van de Federatie Wallonië-Brussel (FWB), die streamingdiensten die in de regio actief zijn verplicht om tot 9,5% van hun omzet in het gebied te investeren in lokale productie, tegenover 2,2% voordien.
De verplichting werd opgelegd binnen de bepalingen van de Europese richtlijn audiovisuele mediadiensten uit 2018 (AVMSD), die voorschrijft dat streamingdiensten ervoor moeten zorgen dat minstens 30% van hun aanbod van Europese oorsprong is.
De omzetting van deze richtlijn in nationale wetgeving binnen de EU heeft ertoe geleid dat sommige regio’s verplichtingen hebben ingevoerd rond investeringen in lokale producties, evenals clausules om de onafhankelijkheid van producenten te beschermen en rechten af te bakenen.
Hoewel het Hof het beroep grotendeels verwierp, stelde het ook vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (CJEU) over bepaalde aspecten van het verplichtingsmechanisme, waardoor het juridische debat open blijft.
Europese audiovisuele beroepsorganisaties Pro Spere, UPFF+, SAA AISBL, ARPI en de European Producers Club (EPC) verwelkomden de uitspraak vrijdag in een gezamenlijke verklaring en minimaliseerden ook de verwijzing naar het CJEU.
“Ze stelt noch het principe van bijdragen door platforms, noch de algemene geldigheid van het nagestreefde doel ter discussie. Ze heeft betrekking op specifieke aspecten van het systeem, waaronder bepaalde in aanmerking komende vormen van investeringen, de mogelijke inachtneming van bijdragen die in andere lidstaten zijn betaald, en bepaalde technische aspecten van de uitvoering.”
De organisaties, die duizenden producenten, regisseurs, schrijvers, componisten en uitvoerende kunstenaars uit de hele EU vertegenwoordigen, merkten op dat de beslissing van groot cultureel belang is, vooral voor een relatief kleine regio zoals Wallonië-Brussel.
“Het Hof erkent de legitimiteit van het doel van de wetgever, namelijk de bevordering van culturele en taalkundige diversiteit. Het bevestigt ook het principe dat een aanzienlijk deel van de investeringen ten goede moet komen aan Franstalige Belgische audiovisuele werken,” aldus de verklaring.
“Dit punt is fundamenteel: het erkent dat culturele diversiteit niet kan worden behouden zonder concrete instrumenten, gestructureerde financiering en effectieve ondersteuning van werken, talenten en creatieve sectoren die in België geworteld zijn.”
De uitspraak is ook van groot belang voor een lopende vijfjaarlijkse evaluatie van de AVMSD, die in 2018 werd aangenomen met de verplichting voor EU-lidstaten om deze uiterlijk tegen september 2020 om te zetten in nationale wetgeving.
Er wordt verwacht dat Amerikaanse streamingdiensten en studio’s tijdens deze evaluatieperiode hun lobby-inspanningen zullen opvoeren om bepaalde verplichtingen en quota van de richtlijn te versoepelen.
Er zijn ook aanwijzingen dat het beroep van Netflix tegen de verplichtingen in de regio Wallonië-Brussel bedoeld was om een juridisch precedent in Europa te scheppen, waarmee AVMSD-ondersteunde verplichtingen in andere Europese regio’s konden worden tegengegaan.