Subscribe Now
Trending News
Albert Serra: De barokke rebel van de Europese cinema
ALBERT SERRA (c) IMDB Pro
Artikel

Albert Serra: De barokke rebel van de Europese cinema 

Op 6 december 2025 stond in Bozar Brussel, een ontmoeting gepland met de Catalaanse regisseur Albert Serra, een sleutelfiguur binnen de hedendaagse auteurscinema. Het geplande gesprek ging uiteindelijk niet door, maar staat nu gepland op 4 januari 2026. De keuze van Bozar om hem in het kader van ‘Europalia España’ centraal te plaatsen is toch wel bijzonder betekenisvol. Serra behoort immers tot die zeldzame cineasten die het filmmedium eigenhandig blijven heruitvinden. Zijn naam staat synoniem voor radicaliteit, esthetisch lef en een volgehouden geloof in cinema als kunstvorm, niet als product.

Serra, geboren in Banyoles in 1975 en oorspronkelijk gevormd in literatuur en theorie, wandelt al sinds zijn debuut Honor de cavallería (2006) dwars door de conventies van filmtaal heen. Waar veel Spaanse cinema traditiegetrouw laveert tussen sociaalrealisme en commerciële verhaallijnen, koos Serra meteen voor iets anders: traagheid als esthetische daad, mythische figuren als menselijk materiaal en beelden die de grandeur van barokschilderkunst ademen. Met niet-professionele acteurs en een minimalistische aanpak, bouwde hij aan een eigen universum waarin tijd rekt, stilte spreekt en het onverklaarbare centraal staat.

Zijn vroege films vonden snel een publiek binnen de internationale arthouse-wereld, maar het was Historia de la meva mort (2013), zijn surrealistische botsing tussen Casanova en Dracula, die hem definitief op de wereldkaart zette. Het leverde hem de Gouden Luipaard van Locarno op en bevestigde zijn reputatie als een filmmaker die diep in het mythische graaft om iets tijdloos en vaak ontwrichtend, bloot te leggen. Films als La Mort de Louis XIV (2016) en Liberté (2019) versterkten dat imago: traag, zinnelijk, provocerend, geworteld in een fascinatie voor macht, decadentie en sterfelijkheid. De beelden zijn prachtig en weerbarstig tegelijk, alsof Serra de toeschouwer uitdaagt om opnieuw te leren kijken.

ALBERT SERRA (c) Marc Bussens
ALBERT SERRA (c) Marc Bussens

Met Tardes de soledad (2024), zijn eerste pseudo-documentaire die in zijn aanwezigheid in Belgische première ging op het Filmfestival van Oostende begin dit jaar, verlegde hij zijn eigen grenzen. In plaats van mythische of historische figuren concentreert hij zich op een levende legende: de Peruviaanse stierenvechter Andrés Roca Rey. Wat bij een traditioneel documentairemaker zou uitdraaien op een verklarende vertelling, transformeert Serra in een hypnotiserende studie van lichaam, ritueel en gevaar. Geen interviews, geen duiding, maar geconcentreerde, koortsige, rauw-poëtische observatie van een man die balanceert tussen leven en dood. Dat deze film de Gouden Schelp in San Sebastián won, was geen toeval. Serra bewijst dat zijn stijl – een combinatie van barokke beeldkracht en existentiële stilering – ook in de soort documentaire-vorm onweerstaanbaar werkt.

Wat Serra zo relevant maakt binnen de hedendaagse Spaanse cinema, is zijn volharding in radicaliteit. Waar veel van zijn generatiegenoten aansluiting zochten bij internationale platforms of mainstreamproductie, kiest hij consequent voor kunst boven consumptie. Zijn werk is geen commentaar op de werkelijkheid, maar een poging om ze te herdenken. Daardoor staat hij in Spanje enigszins buiten de klassieke filmtradities, maar internationaal wordt hij juist om die reden bewonderd: als een van de zeldzame filmmakers die weigeren zich te onderwerpen aan commerciële logica.

Internationaal wordt Serra beschouwd als een erfgenaam van de grote Europese auteurs, een cineast die, net als Béla Tarr of Pedro Costa, traagheid en vormvastheid inzet als een politieke daad. Zijn cinema is een tegenbeweging in een tijdperk van algoritmisch entertainment. Hij vraagt tijd, aandacht en overgave. Niet iedereen heeft daar geduld voor, maar wie zich laat meevoeren, ervaart cinema op een andere frequentie: als een ritueel, een meditatie, een uitholling van de realiteit.

ALBERT SERRA (c) IMDB Pro
ALBERT SERRA (c) IMDB Pro

Dat Bozar hem uitnodigt, of het nu voor zijn retrospectief is, een gesprek over zijn Goya-projecten, of een blik achter de schermen van Tardes de soledad, zegt vooral dit: in een tijd waarin cultuur vaak wordt herleid tot consumptie, blijft Serra koppig geloven in cinema als kunstvorm die prikkelt, verstoort en verrijkt. Zijn films zijn geen antwoorden maar vragen, geen verklaringen maar ervaringen. En precies daardoor blijft Albert Serra vandaag een van de belangrijkste stemmen in de Europese film. Als een eenzame torero in de arena van het moderne filmwezen gaat hij zijn eigen weg: elegant, gevaarlijk, compromisloos. En het publiek dat hem volgt, weet waarom.

In het geplande gesprek op 4 januari in Bozar te Brussel is het de bedoeling om een blik te geven op Serra’s nieuwste denkpistes, zijn Goya-interesses, zijn museumprojecten, zijn ideeën over het grensgebied tussen film en beeldende kunst. Wat wel duidelijk is: hij blijft zoeken naar nieuwe vormen, nieuwe ritmes, nieuwe manieren om personages te ontbinden in licht. Serra’s oeuvre voelt soms als een reeks schilderijen die bewegen met de traagheid van gedachten. Maar het is net dat: cinema die niet wordt gekeken, maar ondergaan.

In Bozar loopt er momenteel ook een retrospectieve van Serra’s filmwerk en staan er tal van zijn films op het programma. Op 4 januari 2026 komt hij in hoogst eigen persoon onder de noemer ‘Close-up: Albert Serra’ naar de Brusselse cultuurtempel gelegen aan Ravensteinstraat 23 te 1000 Brussel voor een ontmoeting en een diepgravend gesprek. Meer informatie en tickets zijn verkrijgbaar via de Bozar-website (https://www.bozar.be), telefonisch (02 507 82 00) of ter plaatse in het ‘tickets box office’ gelegen aan Ravenstein 18 Brussel.

Related posts