The Love That Remains vangt aan met een niet mis te verstane visuele metafoor: het dak van een leegstaand huis wordt door een windvlaag weggerukt en zweeft door de lucht. Je kunt dat dak interpreteren als Magnús (Sverrir Gudnason), die onlangs zijn vrouw Anna (Saga Garðarsdóttir) en hun drie kinderen heeft verlaten. Beide ouders hebben hun draai nog niet gevonden na de scheiding en proberen enige stabiliteit te brengen in hun nieuwe bestaan. Wanneer Magnús niet op een vissersboot voor de IJslandse kust ronddobbert, zoekt hij zijn ex-vrouw, hun tienerdochter Ída (Ída Mekkín Hlynsdóttir) en hun schalkse tweeling Grímur (Grímur Hlynsson) en Þorgils (Þorgils Hlynsson) op om samen te eten of een wandeling te maken.
Regisseur Hlynur Pálmason drukt het gaspedaal niet in, maar serveert pure slow cinema, volledig gedraaid op 35 mm en in het vierkante 4:3-formaat. Net als in zijn eerdere werken Godland en A White, White Day is de cinematografie indrukwekkend en doorspekt met prachtige natuurbeelden. Weinig filmmakers brengen de natuurlijke rijkdom van hun land zo treffend in beeld als de IJslander, die ditmaal ook zelf de rol van director of photography op zich nam.

Ook voor de kinderrollen hoefde hij niet ver te zoeken. Zowel de jonge dame als de twee schavuiten zijn Pálmasons eigen vlees en bloed. We krijgen hen uitsluitend thuis of in elkaars gezelschap te zien; vrienden of schoolkameraden komen nauwelijks in beeld. Op hun prestaties valt echter weinig aan te merken. Naast de kroost zetten Sverrir Gudnason en Saga Garðarsdóttir als de ouders sterke vertolkingen neer. Anna krijgt als overgevoelige kunstenares – zo omschrijft Ída haar fictieve moeder althans – de meeste schermtijd. Wanneer ze niet bezig is met het maken of verkopen van haar roestafdrukken, vindt ze houvast bij haar kinderen.
Veel familiale en huiselijke scènes ogen bijzonder naturel en tonen de impact van het uiteenvallen van een gezin, maar ze worden afgewisseld met absurde tot surrealistische droombeelden en nachtmerries. Daarin is een hoofdrol weggelegd voor de haan des huizes of voor de vogelverschrikker annex schietschijf van de tweeling. Die intermezzo’s zullen wellicht niet bij iedereen in de smaak vallen, maar wij konden de fragmenten, gebracht met een typisch IJslandse onderkoelde humor, zeker appreciëren. Ook het slot van The Love That Remains (of Ástin Sem Eftir Er, zoals de originele titel luidt) valt onder die noemer.
Dat maakt The Love That Remains tot ideaal kijkvoer voor wie niet per se volledige grip hoeft te krijgen op de inhoud van de film. Fraaie maar tegelijk sobere beelden, deels rauwe en eerlijke, deels abstracte elementen, en het huisdier Panda – de schattige herdershond die in Cannes ook de Palm Dog won – volstaan ruimschoots om geboeid te blijven kijken.
Genre: komedie, drama, familie
Jaar: 2025
Regisseur: Hlynur Pálmason
Cast: Saga Garðarsdóttir, Ída Mekkín Hlynsdóttir, Panda
Land: Ijsland, Denemarken, Zweden, Frankrijk
Speelduur: 109 minuten