De Franse actrice Nathalie Baye is helaas niet meer onder ons. Maar ze heeft haar sporen nagelaten in de cinema. Geen enkele actrice kon zo betoverend glimlachen als zij. Ze kon ook alle rollen aan. Het volgende gesprek vond plaats ter gelegenheid van Vrais Mensonges. Ik had echter vooral zin om te praten over haar carrière en dus legde ik haar een reeks films voor die voor mij haar hoogtepunten waren.
La Nuit Américaine.
Nathalie Baye: “Dat was mijn eerste film, mijn eerste echte cinematografische ervaring. Ik wilde eigenlijk naar het theater, en dan plots maak je een eerste film met Truffaut, over een filmopname. Een opname die bovendien enorm vrolijk was, met acteurs van verschillende nationaliteiten, in de studio’s van La Victorine in Nice, met dat verhaal van een film binnen een film. Dat alles deed me verliefd worden op cinema.”
L’Homme qui aimait les femmes.
“Mijn tweede ervaring met François Truffaut. Het was maar één scène, maar ik realiseerde me hoeveel moeite dat kostte. Sindsdien ben ik heel aandachtig voor jonge acteurs die voor één scène op de set komen. Het is veel moeilijker om op een opname te arriveren waar je slechts één scène hebt. Je denkt er lang op voorhand aan, je hebt één opnamedag, en dan is het voorbij. Je vertrekt weer met je kleine koffer naar Parijs. Ik herinner me ook het geluk te hebben gehad om te spelen naast Charles Denner, een grote Franse acteur die ik adoreerde. Het was ook een heel vrolijke herinnering omdat ik François Truffaut terugvond. En tegelijk begreep ik hoe moeilijk het voor een acteur is om maar één scène in een film te hebben.”
La Chambre verte.
“Dat is een cultfilm geworden. Toen hij uitkwam, had hij niet veel succes. François Truffaut was erg bedroefd over het falen van de film in Frankrijk. Ik vond François Truffaut terug in twee hoedanigheden: hij was zowel mijn regisseur als mijn tegenspeler. Want in La Nuit Américaine speelden we ook samen, en in La Chambre Verte ook. Het was gebaseerd op een kort verhaal van Henry James. Het was een vrij donkere en sobere film. We draaiden vaak op kerkhoven en in kapellen, maar we hebben enorm gelachen. Want in vrij donkere films hebben acteurs ventielen nodig, momenten om te kunnen lachen. Dat laat de spanning los. We hebben gedraaid in Honfleur, een heel mooi stadje in Normandië, en ik bewaar daarvan een heel vrolijke en intense herinnering.”
Une Semaine de vacances.
“De eerste film waarin ik de hoofdrol had. Ik was de hele tijd op het scherm. Het was een film van Bertrand Tavernier, gedraaid in Lyon, zijn stad. Vanaf dat moment heb ik Lyon ontdekt, leren kennen en geapprecieerd. Het was ook een heel vrolijke film. Ik herinner me die angst, die ongerustheid, die zenuwachtigheid die ik had op de eerste opnamedag, toen ik de hele ploeg zag. Ik dacht: ze gaan me elke dag filmen, ze zullen me beu worden. Ik was ook bang niet goed genoeg te zijn. Maar het was de film die echt het startschot gaf voor mijn carrière in hoofdrollen.”
Le Retour de Martin Guerre.
“Een heel goede herinnering, gebaseerd op een waargebeurd verhaal uit de middeleeuwen. Het was een hereniging met Gérard Depardieu, met wie ik veel films heb gedraaid en we waren al samen begonnen in het theater. Hij was toen nog niet bekend. Ik ook niet. De film werd gedraaid in de Ariège, een prachtige streek achter Toulouse, in de dorpen waar het verhaal zich had afgespeeld. Heerlijk: we droegen middeleeuwse kostuums en het was bovendien een ongelooflijk liefdesverhaal. Ik had het gevoel in contact te staan met mijn personage, Bertrande de Rols. De film heeft het publiek enorm aangesproken.”
La Balance.
“Een fenomenaal succes. Maar ik had de film aanvankelijk geweigerd. Er waren dingen in het scenario die me niet aanstonden. De regisseur had andere actrices gesproken. Maar voor hij een definitieve keuze maakte, was hij naar mij teruggekeerd. Hij had het scenario aangepast. Ik zei daarom ja. Ik besefte niet dat die film zo’n verbazingwekkend succes zou worden. Maar ik bewaar er een heel goede herinnering aan. Ik had de twee acteurs met wie ik graag speelde: Philippe Léotard en Richard Berry. Men spreekt me er vandaag de dag nog altijd over aan.”
Notre Histoire.
Een heel bijzondere film, een lange opname met Bertrand Blier, een man met een heel eigen universum en schrijfstijl. Het was ook mijn ontmoeting met Alain Delon, een tegenspeler die ik erg graag had, die ik enorm apprecieerde. Diep in zijn hart is hij een vriendelijk mens en een goede partner. Ik was er een beetje kwetsbaar bij omdat ik net moeder was geworden en te vaak van mijn baby was gescheiden. Maar ik ben best trots op de film.”
Détective.
“Mijn tweede ervaring met Jean-Luc Godard. Heel eerlijk gezegd geef ik de voorkeur aan Sauve qui peut (la vie) boven Détective. Maar tegelijk was het een film met Johnny Hallyday, met wie ik destijds een relatie had, en met Claude Brasseur. En zoals in alle films van Godard zijn er momenten van vlucht, van adem, vrij fantastische momenten. Maar Sauve qui peut (la vie) staat hoger in mijn lijst.”
And the Band Played On.
“Een ervaring gebaseerd op een waargebeurd verhaal over de concurrentie en de strijd tussen twee onderzoekers rond het aidsvirus. De regisseur, Roger Spottiswoode, was helaas vrij slecht behandeld door de producers en uit de montage gehaald. In werkelijkheid was er bij de montage van de film iets gebeurd dat een beetje leek op het verhaal zelf: het Franse deel werd sterk ingekort ten voordele van het Amerikaanse deel. De Amerikaanse onderzoeker had een beetje de overhand genomen op de Franse. Ze hebben min of meer hetzelfde gedaan. Ik bewaar er een enigszins gemengde herinnering aan.”
Une Liaison pornographique.
“Die film heb ik geweldig graag gedraaid. Het was een Belg, Frédéric Fonteyne, die het had geregisseerd. Toen ik het scenario las dacht ik: wat is dat nu, een pornografische verhouding? Maar ik adoreerde het scenario, ik adoreerde de opname en ik adoreerde de film. Dankzij die film heb ik de prijs voor beste actrice gewonnen op het Festival van Venetië. In Frankrijk heeft de film het vanwege de titel niet buitengewoon goed gedaan, maar in het buitenland heel erg goed: in Duitsland, Italië en Engeland, waar de titel werd veranderd in An Affair of Love, en in Italië waar hij Una Relazione Particolare werd gedoopt. Het was eigenlijk een heel mooie liefdesgeschiedenis. Ik was ook dol op Sergi López, die fantastische Catalaanse acteur.”
Catch Me If You Can.
“Een heel magische ervaring. Spielberg is een regisseur die van acteurs houdt. Er was trouwens al een band tussen Spielberg en mij via Truffaut, want hij houdt enorm van Truffaut en wist dat ik in La Nuit Américaine had gespeeld. Hij heeft bovendien gemeenschappelijke punten met François Truffaut: hij weet soms niet meteen waar de camera moet staan. Hij is dan enorm bezorgd, maar als hij een goede scène heeft gedraaid is hij enorm gelukkig en viert dat met de acteurs. Dan danst hij en toont zijn vreugde. Leonardo DiCaprio was een wonderbaarlijke tegenspeler en mens. Hetzelfde geldt voor Tom Hanks en Christopher Walken. Het waren heel intense opnames, zonder repetities en het ging allemaal razendsnel. Men had me gewaarschuwd: geen repetities. En wanneer je draait in een taal die de jouwe niet is, zonder repetities, is dat tegelijk zwaar en heel stimulerend. Maar het was ook een heel vrolijke en gelukkige set.”
Le Petit Lieutenant.
“Mijn tweede ervaring met Xavier Beauvois, een regisseur die ik adoreer. Ik vind hem een van de meest getalenteerde regisseurs van zijn generatie. De rol was oorspronkelijk voor een man geschreven. Ik had aanvaard om de rol van de commissaris te spelen, en toen de acteur aan wie hij had gedacht niet snel genoeg antwoordde, zei hij: ik wil dat jij het bent. Ik zei onmiddellijk ja. Het werd een groot succes en een film die ik enorm graag heb gemaakt. Xavier Beauvois is een van mijn lievelingsregisseurs en ook een vriend. Iemand voor wie ik een immense bewondering en een grote genegenheid koester. Ik heb zijn Des Hommes Et Des Dieux geadoreerd. Dat was een heel, heel mooie film.”
Vrais Mensonges.
“Het scenario had iets shakespeariaans. Een comedy of errors. Het is een ongelooflijk uitgewerkt scenario. Om zo’n complexe geschiedenis te construeren die tegelijk heel eenvoudig lijkt, maar vol quiproquo’s zit, daarvoor moet je bij Pierre Salvadori zijn. Tegelijk brengt hij dingen over die belangrijk zijn: het verlangen om het leven van iemand die je liefhebt een beetje te veranderen, met het gevaarlijke en wonderbaarlijke dat dit met zich meebrengt. Mijn personage doorloopt alle kleuren. Ze is verdrietig, eist dat verdriet op, is ontnuchterd, wordt melancholisch en dan plots vindt ze het verlangen, de vrouwelijkheid en de sereniteit terug. Dat is een geschenk voor een actrice. Bovendien wordt het gebracht met veel humor.”
Acteurs en komedie.
“Er zijn acteurs die formidabel zijn in emotie, maar niet noodzakelijk geschikt zijn voor komedie. Er zijn meer acteurs die geschikt zijn voor komedie en die ook tot emotie kunnen komen. Maar acteurs die tegelijk tot emotie én tot lachen kunnen aanzetten, dat is eerder zeldzamer. Ik denk aan Coluche, die uit de komedie kwam maar ook beide kon. Er zijn acteurs voor wie ik enorme bewondering heb, zoals Romy Schneider, maar of zij het ritme van de komedie had, weet ik niet. Ze kon een telefoonboek voorlezen en je doen wenen, maar het komische ritme? Ik weet het niet zeker. Dat is geen kritiek. Ik denk dat De Niro soms overdrijft. Maar een acteur als Gene Hackman kan alles. Jack Lemmon kan ook ontroeren én komedie spelen.”