Als je snel een slaapplaats nodig hebt en niet al te kieskeurig bent, kan je altijd eens aankloppen bij het Starlight Hotel. Vraag naar Judd, maar wees gewaarschuwd: niet iedereen die incheckt, checkt ook weer uit! Judd is een vreemde vogel en in zijn huiskrokodil is er altijd wel nog een plaatsje voor een gast…
Zomer betekent voor veel mensen vakantie en daar hoort vaak een B&B of een hotelletje bij. Een gezellig terrasje, genieten van een snelle hap in de vorm van een croqueje. Maar als je incheckt bij Tobe Hooper zou je wel eens zelf kunnen eindigen als de snelle hap van een ‘krokje’. Althans, dat is toch Eaten Alive in een notendop.
Nog volop genietend van de nagloed die afstraalde van de horrorhit (en ondertussen genreklassieker) The Texas Chain Saw Massacre uit 1974, bleef de ‘Master of Horror’ met Eaten Alive nog even in de Lone Star State hangen, maar hij wisselt de Sawyer-boerderij in voor een vervallen hotelletje in de drassige bayou. Zij het dat we, net zoals met Leatherface, weer een Texaan in de hoofdrol hebben die tuingereedschap verkiest boven vuurwapens.
De onstabiele hoteleigenaar Judd én zijn onwaarschijnlijke partner-in-crime, een steeds hongerige nijlkrokodil. Een idee uit het leven gegrepen trouwens want, net als zijn geestelijke grote broer is Judd gebaseerd op een seriemoordenaar: De Blauwbaard van Zuid-Texas, Joe Ball. Toch is onze killer best uniek onder slashers. Hij mag dan beweren dat zijn leren watervriend puur op instinct handelt, Judd voldoet evengoed aan die omschrijving. Ook hij wordt geleid door zijn impulsen en bij problemen ziet hij de oplossing vaak enkel tussen krokodillentanden. Iets wat menig personage zal geweten hebben.

De cast aan hotelbezoekers is niet klein, hoewel de opvallendste verschijning toch Buck zal zijn. Deze moedige slijmbal wordt dan ook gespeeld door een jonge, pre-Freddy Krueger, Robert Englund in een highlight performance. Maar het zijn niet de kills (enorm goed aangekleed en aangenaam geaccentueerd met muziek en geluid) of de ruime cast die de film z’n tijdloze cultcharme geeft.
Die eer gaat naar de set. De ‘buitenopnames’ rond het Starlight zijn zo overduidelijk op een soundstage gefilmde decorstukken dat het aandoenlijk wordt. Het geeft de prent een surrealistische schemeringsatmosfeer zou Hooper laten optekenen, wat hij ongetwijfeld verder in de verf heeft proberen te zetten met rood licht en rookmachines. Critici destijds waren echter minder onder de indruk en verguisden het werk.
Hoewel het effect van de set zeker een discussie waard is, valt er toch minder in te brengen tegen de kritiek die klaarlag voor verhaal en personages. Narratief biedt Eaten Alive niet veel. Het moet enkel de intrigerende ensemblecast aanvullen om z’n – nochtans korte – speeltijd te rechtvaardigen. Nu wordt hun verhaal slechts half verteld en is er maar weinig gedenkwaardig te bespeuren. De karakters die je dan wel bijblijven, doen dat niet noodzakelijk om positieve redenen.
Zo is er hotelgast Roy die mogelijk nog onstabieler is dan Judd. Een laatste misser is de kakofonische soundtrack waarmee de film blèrend opent, maar waarvan niemand blij van wordt. Eaten Alive is dan ook een werk dat je best bekijkt als een stukje filmgeschiedenis, een project dat samen met TCM Hooper zou helpen om grootser studiowerk te realiseren. Of als de b-horror die met wat foute openingszinpoëzie, Quentin Tarantino (wie anders?) inspiratie gaf voor een Kill Bill personage.
Genre: horror, thriller
Jaar: 1976
Regisseur: Tobe Hooper
Cast: Neville Brand, Marilyn Burns, Robert Englund, Crystin Sinclair
Land: Verenigde Staten
Speelduur: 91 minuten