De film The Rocky Horror Picture Show geregisseerd door Jim Sharman en geschreven door Sharman samen met Richard O’Brian en met in de hoofdrollen Susan Sarandon, Barry Bostwick, Tim Curry en jawel, Meat Loaf, is maar liefst vijftig jaar glitter, subversie en cult.
Toen The Rocky Horror Picture Show in 1975 – al een halve eeuw geleden – in de zalen kwam, leek het een vergissing van formaat. Een campy mix van horrorparodie, glamrock-musical en schaamteloze kitsch: het grote publiek haakte af, critici haalden de neus op. Toch is de film vijftig jaar later nog altijd springlevend en misschien wel invloedrijker dan ooit.
De plot klinkt als een foute grap. Het keurige koppel Brad en Janet belandt na autopech in een gotisch kasteel, waar de excentrieke wetenschapper Dr. Frank-N-Furter (een magistrale Tim Curry) een gespierde Frankenstein-liefdespop tot leven wekt. Wat volgt is een wervelwind van glitter, travestie, verleiding, B-horror, dark comedy en rock-’n-roll, in decors die soms amper overeind lijken te blijven. Maar die goedkoopheid ís de charme: Rocky Horror neemt zichzelf nooit serieus en ondergraaft voortdurend de clichés van horror en sciencefiction.

De ware motor van de film is Frank-N-Furter. Curry speelt hem met een zeldzaam evenwicht tussen dreiging en verleiding, humor en schaamteloze overdaad. Zijn “sweet transvestite from transsexual Transylvania” werd in 1975 een cultureel scharniermoment: een personage dat genderrollen door elkaar husselt, biseksualiteit en fetisjisme niet verbergt, maar uitbundig viert. Voor velen was het de eerste keer dat ze in een bioscoopzaal zagen dat seksualiteit niet in hokjes hoeft te passen.
Het meest fascinerende aan Rocky Horror is hoe de muzikale prent een tweede leven vond in middernachtvertoningen. Daar werd het passieve kijken ingeruild voor een collectief spektakel: rijst gooien bij de trouwscène, waterpistolen bij de regen, dialogen meeschreeuwen, verkleed komen als je favoriete personage. Zo ontstond een van de eerste vormen van fanparticipatie in de filmgeschiedenis. Het was geen film meer, maar een ritueel, kortom een veilige plek voor wie zich niet thuis voelde in de mainstream.
Vijftig jaar later blijft The Rocky Horror Picture Show beslist relevant. In een tijd waarin debatten over gender en identiteit opnieuw hevig woeden, voelt de film niet gedateerd, maar eerder verrassend actueel. Hij herinnert ons eraan hoe radicaal bevrijdend het kan zijn om met hokjes, normen en taboes te spotten.
De invloed van Rocky Horror is moeilijk te overschatten. Hij effende de weg voor queer cinema, inspireerde musicals en filmmakers die durfden te spelen met camp en genre (van John Waters tot Baz Luhrmann) en gaf het begrip cultfilm een nieuwe, interactieve dimensie.

Dat The Rocky Horror Picture Show van een commerciële flop uitgroeide tot de meest legendarische cultfilm ooit, heeft alles te maken met zijn tweede leven in de bioscoopzalen. Vanaf de late jaren zeventig veranderden middernachtvertoningen de film in een ritueel: fans kwamen verkleed, riepen dialogen mee en gooiden rijst, water of confetti. Het publiek werd een performer, even belangrijk als wat er op het doek te zien was.
Centraal in dat alles stond Tim Curry’s onvergetelijke Frank-N-Furter, een figuur die met zijn gender-brekende flamboyance en rauwe sensualiteit generaties kijkers inspireerde. Voor velen bood de film bovendien een eerste kennismaking met een queer-universum dat niet problematisch, maar bevrijdend was: een wereld vol glitter en rock-’n-roll waar iedereen zichzelf mocht zijn.
Wat Rocky Horror uiteindelijk tot cult maakte, is dat hij zichzelf viert in al zijn overdaad. Geen strakke cinema, geen perfect afgewerkt product, maar een explosie van camp en kitsch die juist daardoor onvergetelijk werd.
Samenvattend: The Rocky Horror Picture Show is geen strakke filmklassieker in de traditionele zin. Hij is rommelig, over the top en schaamteloos artificieel. Maar precies daardoor groeide hij uit tot een van de meest duurzame en geliefde cultfilms ooit gemaakt. Vijftig jaar later staat hij nog steeds symbool voor de bevrijdende kracht van cinema, glitter, chaos en rock-’n-roll inbegrepen. Of, zoals de fans het al een halve eeuw zingen: “Let’s do the Time Warp again!”
Genre: B-horror, donkere komedie, parodie, musical
Jaar: 1975
Regisseur: Jim Sharman
Cast: Susan Sarandon, Barry Bostwick, Tim Curry, Meat Loaf, Richard O’Brien, Patricia Quinn
Land: UK, USA
Speelduur: 100 minuten