Subscribe Now
Trending News
The Man Who Would Be King
THE MAN WHO WOULD BE KING (c) The Movie Database (TMDB)
Flashback

The Man Who Would Be King 

In 1882 ontmoet journalist Rudyard Kipling (Christopher Plummer) twee ex-soldaten, Danny Dravot (Sean Connery) en Peachy Carnehan (Michael Caine), die India willen verlaten om hun geluk elders te beproeven. Hun plan: naar het afgelegen Kafirstan trekken, daar hun militaire expertise verkopen aan lokale machthebbers en zich uiteindelijk via list en geweld, tot koningen laten kronen.

De zware tocht door verlaten valleien en besneeuwde bergpassen brengt hen uiteindelijk in een land dat nog onaangeraakt is door het Britse Rijk. Met hulp van de mysterieuze gids Billy Fish (Saeed Jaffrey) winnen ze al snel veldslagen én het vertrouwen van de bevolking. Dan gebeurt het onwaarschijnlijke: Dravot overleeft een boogschot met pijl in z’n borst en wordt prompt aangezien voor ‘Sikander’, een goddelijke afstammeling van Alexander de Grote. De nieuwe verering stijgt hem al snel naar het hoofd, met alle tragische gevolgen van dien.

Nu The Man who would be King precies vijftig jaar oud is, valt vooral op hoe zorgvuldig en ambitieus John Huston de toon van Kipling weet te bewaren én te nuanceren. De film is tegelijk een avonturenepos én een scherpe blik op koloniale arrogantie, gemaakt door een cineast die zelf al decennia worstelde met het project.

THE MAN WHO WOULD BE KING  (c) The Movie Database (TMDB)
THE MAN WHO WOULD BE KING (c) The Movie Database (TMDB)

Huston werkte lange tijd in Hollywoods klassieke studiosysteem en dat voel je: het historisch drama is opgebouwd als een ouderwets spektakel, met grote decors, praktische stunts en een haast epische schaal. Maar onder die klassieke façade schuilt een diepe ambivalentie. De regisseur idealiseert het avontuur nooit volledig, maar toont het koloniale geweld en de machtsfantasieën van Dravot en Carnehan met een ironische ondertoon die de prent voortdurend ondermijnt.

The Man who would be King lijkt op het eerste gezicht een traditioneel jongensboek, maar Huston gebruikt dat format om precies te tonen hoe naïef en gevaarlijk die koloniale idealen waren. Het is een verhaal waarin dwaasheid en moed voortdurend door elkaar lopen.

De satire is nergens grof, maar zit subtiel verspreid doorheen de ganse prent. Huston toont hoe het Britse imperialistische gedachtegoed – de overtuiging dat discipline, geloof en ‘beschaving’ alles oplossen – zich ontpopt tot een destructieve illusie. De scènes waarin Dravot en Carnehan Britse regimenten nabootsen met lokale krijgers en waar ‘beschaving’ wordt verward met culturele plundering, behoren tot de scherpste momenten van het hele oeuvre van Huston. Hier staat de filmmaker dicht bij Kipling, maar ook kritisch tegenover hem: hij verbeeldt het koloniale wereldbeeld zonder het ooit te verheerlijken.

THE MAN WHO WOULD BE KING  (c) The Movie Database (TMDB)
THE MAN WHO WOULD BE KING (c) The Movie Database (TMDB)

Sean Connery en Michael Caine zijn, vijftig jaar later, nog steeds een revelatie. Zij dragen dit oorlogsdrama met een chemie die tegelijk speels, tragisch en hoogmoedig is. Connery speelt Dravots transformatie van opportunistische avonturier tot megalomane pseudo-god met zoveel overtuiging dat het komische en het catastrofale voortdurend in elkaar overlopen. Caine vormt het emotionele tegengewicht: minder verblind door macht, maar even medeplichtig. Hun bewonderenswaardig acteren maakt duidelijk dat het verhaal niet alleen over kolonialisme gaat, maar ook over menselijke zwakte en de verleiding van macht.

Cameraman Oswald Morris geeft The Man who would be King een bijna bijbels gewicht: de landschappen zijn ruw, groot en gevaarlijk en ze benadrukken hoe klein de Britse avonturiers in feite zijn. De score van Maurice Jarre versterkt dat gevoel van overweldigende macht en misplaatst heroïsme.

Vijftig jaar na datum blijft dit voor vier Oscars genomineerde avontuurlijk drama indrukwekkend, vooral door zijn scherpe kijk op macht, geloof en koloniale hoogmoed. Huston levert een film af die zich verkleed heeft als avonturenklassieker, maar in essentie een sombere, ironische parabel is over mensen die denken dat ze boven hun eigen menselijkheid kunnen uitstijgen. Het is die dubbele laag die van The Man who would be King een uitzonderlijk werk maakt in Hustons oeuvre: even episch als zelfkritisch en tevens in de filmgeschiedenis.


Genre: drama, avontuur, oorlog
Jaar: 1975
Regisseur: John Huston
Cast: Sean Connery, Michael Caine, Christopher Plummer, Saeed Jaffrey
Land: UK, USA
Speelduur: 129 minuten

Related posts