Na jaren werkloosheid bedenkt een man een even simpel als schokkend plan om opnieuw aan de bak te komen: hij schakelt zijn concurrenten letterlijk uit.
Op het eerste gezicht lijkt Park Chan-wooks nieuwe film No Other Choice, een zoveelste variatie op het inmiddels druk gekopieerde en navertelde ‘eat the rich’-subgenre dat sinds Parasite gretig de sociale ladder afgraast. Maar wie het oeuvre van de Koreaanse meesterregisseur kent weet dat Park nooit geïnteresseerd is in makkelijke morele schema’s. Ook hier fileert hij niet zozeer rijkdom zelf, maar vooral de angst om haar te verliezen.
No Other Choice (originele titel: Eojjeolsuga Eobsda) is Parks adaptatie van Donald E. Westlakes satirische roman The Ax uit 1997 die door Costa-Gavras al in 2005 onder de titel Le Couperet werd verfilmd. In Parks versie verhuist het verhaal naar de hiërarchische, meedogenloze wereld van Koreaanse conglomeraten waar status, mannelijkheid en arbeid onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.
De onopvallende Man-su (een sublieme Lee Byung-hun die je beter kent als de mysterieuze Front Man uit Squid Game) heeft alles wat bij het ideale middenklasse leven hoort: een liefdevolle vrouw, goed opgevoede kinderen, een modern huis en de vanzelfsprekendheid van comfort. Wanneer hij na decennia trouwe dienst plots wordt ontslagen op z’n werk, dreigt niet alleen financieel verlies, maar vooral sociaal gezichtsverlies. En dat is ondraaglijker.

Wat volgt is een reeks halfslachtige, maar steeds radicalere moordplannen op rivaliserende sollicitanten. Park Chan-wook verpakt die escalatie in zwarte humor en bijna slapstickachtige scènes die visueel tot in de puntjes uitgewerkt zijn dankzij onder meer een excentriek productiondesign en de precieze cameravoering van Kim Woo-hyung (The Little Drummer Girl, Assassination). Elk slachtoffer krijgt een eigen verhaal wat de satire extra wrang maakt, want Man-su vernietigt geen abstracte tegenstanders, maar mensen die net als hij, vastzitten in hetzelfde systeem.
Zoals vaker in Parks werk ontspoort ook hier een ogenschijnlijk gewone man onder de druk van vernedering en verlies van controle, een motief dat hij al sinds zijn vroege wraakfilms blijft herformuleren. De kille precisie waarmee het geweld wordt geënsceneerd herinnert aan The Handmaiden, terwijl de morele ambiguïteit en het sluipende schuldgevoel duidelijke echo’s oproepen van Decision to Leave. Nieuw is vooral de expliciete focus op arbeid en status: waar Park eerder wraak, verlangen en schuld onderzocht, richt hij zijn blik hier op economische angst als motor van moreel verval. Toch blijft de kern van zijn cinema onveranderd want bij Park Chan-wook is geweld nooit spektakel, nooit gratuit, maar altijd het symptoom van een systeem dat menselijke relaties categorisch corrumpeert.
Man-su vecht niet tegen armoede, maar tegen de angst om af te glijden naar een lagere belastingschaal en een lagere sociale categorie. Hij belichaamt een hogere middenklasse die zich graag als slachtoffer ziet, maar ondertussen bereid is alles te doen om haar privileges te behouden. Die thematiek sluit dus naadloos aan bij Parks terugkerende fascinatie voor morele ontsporing, schuld en zelfbedrog binnen strak georganiseerde sociale structuren.

Gaandeweg verschuift de focus subtiel naar Man-su’s vrouw Miri (sterk en beheerst gespeeld door Son Ye-jin) en de kinderen. Met nuchtere helderheid confronteert zij de beslissingen die haar man weigert onder ogen te zien. In haar personage legt Park het patriarchale fundament bloot van een samenleving waarin eigenwaarde volledig wordt afgemeten aan economische productiviteit. En net als in The Handmaiden en Decision to Leave gebruikt hij ook hier weer de vrouwelijke gaze om mannelijke obsessies en zelfrechtvaardiging te ontmantelen.
Het ironische slotbeeld laat het lachen in de keel steken. Wat begint als een groteske satire eindigt als een ongemakkelijke spiegel: de waanzin op het scherm blijkt slechts een uitvergrote versie van een realiteit waarin concurrentie, statusangst en morele erosie structureel zijn ingebakken.
Met dit fascinerend sociaal geëngageerd familieportret levert Park Chan-wook misschien wel zijn scherpste kapitalismekritiek af: elegant, bijtend en moreel verontrustend. De traditionele kernfamilie is hier geen bastion van stabiliteit, maar het stille epicentrum van ethische ontsporing. De elegante setting is daarbij even rijk aan macabere details als het scenario aan gelaagde verwijzingen. Acteer- en scenisch gedragen door chaotische brille, onthult deze scherpzinnige afrekening met een waarachtig roofdierkapitalisme de morele afgronden van de grootburgerij. Het traditionele kerngezin is in de dubbelzinnige mix van suspense en sarcasme niet de basis van sociaal-structurele stabiliteit, maar een criminele kiemcel. Kortom: een gitzwarte satire die perfect past binnen het oeuvre van een regisseur die al zijn hele carrière laat zien hoe dun de laag beschaving werkelijk is.
Genre: komedie, satire
Jaar: 2025
Regisseur: Park Chan-wook
Cast: Lee Byung-hun, Son Ye-jin, Woo Seung Kim, So Yul Choi, Hiram Piskitel
Land: Zuid-Korea
Speelduur: 139 minuten