1917 in Boston: De oorspronkelijk uit het landelijke Kentucky afkomstige Lionel (Paul Mescal) ontmoet tijdens zijn studie aan het conservatorium in een drukbezochte bar, medestudent David (Josh O’Connor). De twee jonge mannen raken bevriend, worden verliefd op elkaar en ontdekken hun gedeelde interesse voor oude folksongs. Lionel is met deze liederen opgegroeid, omdat zijn vader ze altijd voor hem speelde.
Hun gezamenlijke tijd wordt abrupt onderbroken door de Eerste Wereldoorlog en Davids oproep voor militaire dienst. In 1920, na het einde van de oorlog, trekken ze samen door het landelijke Maine om folksongs bij dorpsbewoners op te nemen en te bewaren. Daarna verliezen de twee elkaar uit het oog. Decennia later herinnert Lionel zich David en de wascilinders die het kostbare culturele erfgoed van de opgenomen liederen bevatten.
De Zuid-Afrikaanse regisseur Oliver Hermanus (Moffie) neemt bewust en rustig de tijd om dit verhaal over vriendschap, liefde en hartstocht tussen twee jonge muziekliefhebbers fraai geënsceneerd en sfeervol te ontvouwen. Hij zet in op psychologische precisie en emotionele geloofwaardigheid. Zoals de geliefden hun relatie nonchalant benaderen, zo ontspannen is ook de dramaturgie. Er wordt gewandeld door schilderachtige bossen en steeds opnieuw komt men terecht in afgelegen dorpen, waar de inwoners samen muziek maken en hun folktraditie vieren. De klanken worden door de veldonderzoekers vastgelegd met een Edison-machine die de geluiden op was-cilinders bewaart.

Met opvallend veel oog voor detail zijn decor en kostuums vormgegeven. De camera viert deze authentieke tableaus en vangt ze in sterk atmosferische beelden waarvan de werking regelmatig wordt versterkt door een zorgvuldig gedoseerd klanktapijt. Zeg maar een Brokeback Mountain-liefdesverhaal verpakt in een ode aan de folkmuziek.
De twee hoofdrolspelers vormen de kers op de taart in deze verkrampte muzikale love story. De Ier Paul Mescal, die vaak wordt genoemd als een van de mogelijke opvolgers van 007, speelt na zijn indringende prestaties in Aftersun en Hamnet, opnieuw het gevoelige en overtuigende hoofdpersonage. Even indrukwekkend is beslist Josh O’Connor, die niet voor niets geldt als een van de beste Britse acteurs van zijn generatie. Wie hem onlangs naast Daniel Craig heeft gezien in Wake Up Dead Man: A Knives Out Mystery, zal opnieuw onder de indruk zijn van O’Conners veelzijdig acteertalent.
Toch is niet alles aan The History of Sound klasse want hoewel het drama beschikt over een elegante vormgeving, sterke acteurs en een op papier intrigerend uitgangspunt – het is een verfilming van de gelijknamige korte novelle van de Amerikaanse auteur Ben Shattuck die zelf ook het filmscenario schreef, wat meteen ook verklaart waarom de film sterk de toon, structuur en terughoudendheid van het literaire origineel behoudt – schiet in de uitwerking op enkele punten wel tekort. In de eerste plaats in de emotionele afstandelijkheid. Hoewel het verhaal draait om een intense liefdesband, blijft de relatie tussen de personages opvallend gereserveerd en wordt hun innerlijke conflict vaker uitgelegd via dialogen of uitvoerige voice-over dan voelbaar gemaakt via lichaamstaal of mise-en-scène. Dat werkt contraproductief en leidt bovendien tot een zekere kilte, waardoor de empathie bij de kijker niet spontaan wordt geprikkeld.

In plaats van de beelden te laten spreken, lijkt de film voortdurend te willen sturen en verklaren, wat niet alleen overbodig is gezien de helderheid van de narratieve lijn, maar eigenlijk afstand creëert. Die uitlegdrang ondermijnt het evocatieve potentieel van het verhaal, dat juist zou moeten steunen op suggestie, stilte en muzikaliteit.
De rol van de folkmuziek, nochtans het thematische hart van de prent, fungeert niet altijd als wezenlijk communicatiemiddel tussen de personages, maar te vaak als emotionele snelkoppeling om gevoelens te forceren bij het publiek. Daardoor ontstaat een dissonantie tussen de sobere, geremde personages en een regie die op bepaalde momenten opvallend melodramatisch wordt.
Tenslotte kiest Hermanus voor een opvallend preutse benadering van lichamelijkheid en verlangen. Door de seksuele en zintuiglijke dimensie van de relatie sterk te temperen, verliest dit drama aan sensualiteit en romantische spanning, zeker gezien het charisma en het potentieel van de twee hoofdrolspelers. Wat overblijft is een zorgvuldig gemaakte, oorstrelende, visueel fraaie, uitstekend geacteerde, maar emotioneel te ingehouden liefdesgeschiedenis, die potentieel over heel wat meer troeven beschikt dan de filmmaker uiteindelijk benut en realiseert.
Genre: drama, romantiek, muziek
Jaar: 2025
Regisseur: Oliver Hermanus
Cast: Paul Mescal, Josh O’Connor, Chris Cooper, Molly Price, Aedin Moloney
Land: USA, UK, Zweden, Italië
Speelduur: 128 minuten