Kim Hertogs is actrice met een brede interesse in sociale thema’s (mede dankzij haar eerdere opleiding Politieke & Sociale Wetenschappen) en een grote honger naar alles wat ze nog niet kent, vandaar haar omzwervingen langs de wereld van het ondernemen, de sport, de literatuur, het theater, de film, en weer terug.
Ze brak door in de telenovelle LouisLouise en tv-kijkers konden haar nadien nog aan het werk zien in o.a. Zone Stad en Mijn Beste Slechtste Vriendin. Bioscoopgangers konden haar dan weer bewonderen in o.a. Bowling Balls, Het Tweede Gelaat en Zee van Tijd.
Wij polsten eens naar welke films voor haar een bijzondere betekenis hebben. De keuzes van Kim Hertogs:
Annie (John Huston – 1982)
Deze film, uit mijn geboortejaar, is zonder twijfel de film die ik het vaakst heb gezien. Als kind had ik beperkte toegang tot films. Annie hadden we op videotape en werd telkens opnieuw bekeken wanneer mijn nichtje op bezoek kwam. Door de originele versie met ondertiteling leerden we de liedjes fonetisch meezingen.
Belangrijker nog: Annie was voor mij een eerste krachtig voorbeeld van een meisje dat, ondanks extreme armoede en mishandeling in een weeshuis, haar eigen lot in handen neemt. Haar intelligentie, snelheid en doorzettingsvermogen tonen dat je, ongeacht je startpositie, je eigen toekomst kan vormgeven. Onbewust gaf deze film mij al vroeg het gevoel dat alles mogelijk is.
A Clockwork Orange (Stanley Kubrick – 1971)
Deze film ontdekte ik tijdens mijn middelbare schooltijd, in het vak psychologie-sociologie, dankzij een uitzonderlijke leerkracht die de leerstof koppelde aan film. A Clockwork Orange maakte toen een overweldigende indruk en dat blijft tot op vandaag.
Ook in 2026 vind ik de film nog steeds bijzonder relevant en nauwelijks gedateerd. Hoe vaker ik eraan terugdenk, hoe genialer ik hem vind: visueel, inhoudelijk, thematisch en qua acteerwerk. Het is een film die zich onuitwisbaar in mijn geheugen heeft genesteld en die ik zonder moeite steeds opnieuw zou kunnen bekijken.
Dogville (Lars von Trier – 2003)
Deze film zag ik in de periode dat ik werkte bij filmfestival Mooov (toen nog Open Doek) in Turnhout. Wat me diep raakte, was de radicale vormkeuze: huizen worden niet opgebouwd, maar slechts aangeduid met lijnen op de grond. Wat normaal voorbehouden is voor het theater, wordt hier toegepast in film. Dat was nieuw voor mij.
Met minimale middelen ontstaat een volledige, rauwe en confronterende wereld. De impact was zo groot dat ik de nacht na de vertoning niet kon slapen en mijn leidinggevende moest bellen om later te mogen beginnen. Dogville liet me zien hoe krachtig verbeelding kan zijn wanneer vorm en inhoud volledig samenvallen.
Das Leben der Anderen (Florian Henckel van Donnersmarck – 2006)
Ook deze film leerde ik kennen via Open Doek. Het verhaal speelt zich af in Oost-Duitsland, waar de Stasi het leven van burgers systematisch afluisterde en controleerde. De focus op een regisseur en zijn geliefde, een actrice, raakte me persoonlijk en emotioneel.
De film confronteerde mij sterk met een recente Europese geschiedenis, dicht bij huis, en met de beklemming van leven onder constante observatie. Door mijn grote empathisch vermogen kon ik me levendig inbeelden hoe het moet zijn om te functioneren in creatieve, progressieve milieus waar wantrouwen altijd op de loer ligt. Deze film liet een diepe indruk na.
Toni Erdmann (Maren Ade – 2016)
Toni Erdmann hoort voor mij thuis in het rijtje van satirische, maatschappijkritische en tegelijk ronduit hilarische films. Ik denk niet dat ik ooit harder heb gelachen in de cinema dan tijdens deze film. Die humor werkt voor mij bijzonder bevrijdend, zeker omdat ze gedeeld wordt: samen met een volle zaal zo hard lachen heeft iets collectiefs en krachtigs.
Tegelijk is de film veel meer dan grappig alleen. Hij zet aan tot nadenken, is op momenten ronduit verdrietig en zit vol plaatsvervangende schaamte. Er gaan voortdurend verschillende emoties door je heen, wat de film rijk en gelaagd maakt. Bovendien lijkt het me ook een uitzonderlijk boeiende film om te spelen, net door die emotionele complexiteit. Om al die redenen kijk ik ernaar uit om deze film ooit opnieuw te bekijken.
Inhoudelijk en gevoelsmatig plaats ik Toni Erdmann in hetzelfde universum als The Square (2017) en The Lobster (2015): films die satire, ongemak en maatschappelijke kritiek combineren tot een heel herkenbare toon en energie.