Zelfs met een professionele accreditatie is het op de Berlinale niet meteen een makkie om aan tickets te komen. Je moet een vroege vogel zijn om zeker te zijn van een plaatsje in de cinema. Voor mogelijk succes moet je reeds om 7.30 online zijn en hopen dat de vertoningen die je wil bijwonen nog niet vergeven zijn. Gelukkig is me dat tot hiertoe merendeels gelukt.
In À Voix Basse openbaart de Tunesische regisseur Leyla Bouzid iets te nadrukkelijk de culturele, sociale, familiale en juridische vooroordelen rondom homoseksualiteit in Tunesië. Na de mysterieuze dood van haar oom keert Lilia, met haar vriendin/geliefde, vanuit Parijs terug naar haar geboorteland. Nadat ze haar metgezel in een hotel heeft afgezet, herenigt ze zich met haar grootmoeder, moeder en de rest van de familie. Doorheen de rouwplechtigheden sijpelen stilgehouden realiteiten over de oom door die Lilia verder wil uitspitten. Ze worstelt niet alleen met discriminerend genderonrecht in haar geboorteland maar eveneens met de onmacht om haar familie rechtstreeks te confronteren met haar geaardheid. In de krimiachtige eerste helft weet de cineaste net als haar overtuigende actrice Eya Bouteraa te boeien. Helaas verliest de film zijn intensiteit na de prachtige ontmoetingsscene en dialoog tussen Lilia en de ex-geliefde van haar oom. Vanaf dan vervalt de film te veel in statements waarvan de noodzaak niet kan worden ontkend. Het overduidelijke pleidooi en de wat voor de hand liggende wendingen ontkrachten de eerder boeiende opbouw van het eerste deel van de film. Lilia en haar vriendin keren bevrijd terug naar Parijs. Enkel aan de grootmoeder durven ze hun geheim niet openbaren.À Voix Basse is iets te veel een geëngageerde, vleiende film die zeker een publiek weet te bekoren.

Dat kan men niet zeggen over Rose. In deze desolate, donkere film van de Oostenrijkse cineast Markus Schleinzer (Angelo, 2018) treffen naast de verbluffende contrastrijke zwart-witfotografie van Gerald Kerkletz de verbluffende acteerprestatie van Sandra Hüller je recht in de ziel. Op indringende wijze laat ze zien hoe consistent Rose – die op jonge leeftijd besloot zich voor te doen als een ‘man’ en naar de oorlog te gaan – door haar fundamentele bedrog zichzelf een leven van voortdurende zelfontkenning oplegt. Door een verhaal uit de 17e eeuw te verbinden met vragen over gender, genderrollen en vrouwelijke zelfbeschikking weet Schleinzer op behendige en verrassende wijze een verband te leggen met hedendaagse thema’s van queer-zijn. Rose draagt als vrouw de patriarchale machtsstructuren uit met haar bedrog, waardoor ze naderhand de volle woede van mannen over zich heen haalt. Voor het scenario onderzocht de maker het lot van honderden vrouwen die werden gestraft omdat ze onder een valse genderidentiteit meer vrijheid claimden. Een klein stukje stof kan levens veranderen. Wanneer Rose in de rechtbank wordt gevraagd uit te leggen waarom ze zich al die jaren als man heeft voorgedaan, antwoordt ze met de simpele zin: “Een broek gaf me meer vrijheid.” Een antwoord uit de 17e eeuw – en toch een antwoord waar veel vrouwen het vandaag de dag waarschijnlijk nog steeds mee eens zouden zijn. De film en Sandra Hüller zijn meer dan een beertje waard.

Ook Anders Danielsen Lie overtuigt als jazzpianist-reus Bill Evans door op behendige wijze het clichébeeld van een genie te vermijden. Op meeslepende en ingetogen wijze weet hij in Everybody Diggs Bill Evans het verlies van een muzikale zielsverwant over te brengen. De regie van Grant Gee, het kleur- en zwart-witcamerawerk van Piers McGrail en de associatieve en experimentele montage van Adam Biskupski dragen met zorg en in vorm bij tot een momentane maar volledige inleving in de wereld en geest van Evans. In tegenstelling tot de meeste biopics weert Grant Gee overvloed en gaat het eerder over wat er overblijft wanneer een muzikant niet meer kan spelen en gedwongen wordt na te denken over de vreselijke offers die, zonder bewuste instemming, zijn gebracht voor deze allesoverheersende roeping. Op terugweg van het legendarische concert in de New Yorkse Village Vanguard (te beluisteren op het memorabele album Sunday at the Village Vanguard) komt zijn onmisbare en virtuose bassist Scott LaFaro in een auto-ongeval om. Evans probeert de emotionele gevolgen te verwerken door optredens af te zeggen en zijn toevlucht te zoeken tot heroïne. Totaal verloren vangt zijn gefrustreerde broer Harry (Barry Ward) en diens vrouw hem op. Zijn gedrag wordt voor hen ook te veel, en vindt hij enkel nog soelaas bij zijn ouders in Florida. Hier kickt hij af en komt creatief en geestelijk langzaam weer tot zichzelf. Deze Florida-periode is uitmuntend en wordt vooral gedragen door de zowel stoere als tedere Laurie Metcalf en Bill Pullman, die met verve de desillusie met de Amerikaanse middenklassedroom uitstralen. Beide geliefde Hollywood-veteranen zijn simpelweg fantastisch. Everybody Digs Bill Evans is een diep menselijke, tragische en cinematografisch verbluffende en intieme biografische film over een moment in het leven van een – voor velen – minder bekende kunstenaar. Gee’s film afdoen als een jazzfilm zou totaal fout zijn. We horen ook maar relatief korte muziekfragmenten terug. Het zou wel mooi zijn dat de film ook niet-jazzkenners aanzet tot een Bill Evans-luistersessie. Maar ga eerst de film zien. Je zal niet teleurgesteld uit de bioscoop komen.