Vittorio De Sica’s Teresa Venerdì (1941) is een fascinerende film die zowel als romantische komedie als historisch artefact kan worden beschouwd. Gesitueerd in de laatste jaren van het fascistische Italië, markeert dit drama de opmerkelijk overgang in De Sica’s carrière. Hoewel Teresa Venerdì nog niet de diepgang en sociale kritiek bevat die zijn latere meesterwerken zouden kenmerken, merk je toch al duidelijk zijn vroege talent voor regie.
In het verhaal staat de charmante, maar roekeloze dokter Pietro Vignali (gespeeld door De Sica zelf), wiens frivole levensstijl en liefde voor vrouwen hem constant in de problemen brengen, centraal. Zijn pad kruist dat van Teresa, een jonge en onschuldige vrouw die verblijft en werkt als aspirant-verpleegster in een weestehuis. De film speelt zich af in een luchtige toon vol humor, misverstanden en romantische verwikkelingen, wat typisch is voor de escapistische cinema van die tijd.
Wat meteen opvalt aan Teresa Venerdì is de lichte, bijna speelse sfeer. De Sica toont een meesterlijke regie in het orkestreren van komische scènes, waarbij hij het beste haalt uit zijn cast die hij vlotte dialogen in de mond legt. Dit gevoel van luchtigheid en charme is een van de grootste troeven van de prent. De chemie tussen de personages, vooral tussen De Sica en de jonge Adriana Benetti als Teresa, is overtuigend en houdt de kijker geboeid.

Toch is deze onbevangenheid ook een punt van kritiek. Terwijl Teresa Venerdì vermakelijk is, mist het de diepgang die we later in De Sica’s werk zullen zien, zoals in Ladri di Biciclette of Umberto D. Teresa Venerdì blijft netjes binnen de grenzen van conventionele komedie, zonder te proberen een meer genuanceerde boodschap of maatschappelijke kritiek te leveren. Dit kan deels worden toegeschreven aan de beperkingen van de Italiaanse cinema onder het fascistische regime, waar ontspanning de voorkeur had boven kritische reflectie.
Een ander aspect dat zowel een kracht als een beperking is, is de cinematografie. Hoewel de film in zwart-wit en technisch solide is, met strakke kadrering en vloeiende bewegingen, blijft de visuele stijl functioneel en conventioneel. Er zijn weinig momenten die cinematografisch memorabel zijn, wat ervoor zorgt dat de film voornamelijk steunt op het script en de prestaties van de acteurs.

Ofschoon Adriana Benetti nog studeerde aan het Centro Sperimentale di Cinematografia van Rome, debuteert ze als actrice in deze komedie. Haar vertolking van het titelpersonage is indrukwekkend naturel en een waar hoogtepunt te noemen. Haar personage straalt een combinatie van kwetsbaarheid en innerlijke kracht uit die haar tot het emotionele hart van de film maakt. De Sica’s eigen rol als de roekeloze dokter brengt charisma en komische timing, maar zijn personage mist soms de diepgang die noodzakelijk is om echt memorabel te zijn. Andere bijrollen, zoals die van de directrice van het weeshuis en de flamboyante nevenpersonages, dragen bij aan het komische element van de film, maar blijven grotendeels oppervlakkig.
Een boeiend aspect van Teresa Venerdì is hoe de film, misschien onbedoeld, een blik werpt op de sociale en culturele dynamiek van zijn tijd. Hoewel het verhaal niet expliciet politiek is, weerspiegelt het wel de genderrollen en verwachtingen van vrouwen in het Italië van de jaren ’40. Teresa’s pure, zelfopofferende aard wordt gepresenteerd als een ideaal, terwijl de mannelijke personages vaak worden neergezet als charmante, maar onverantwoordelijke figuren die uiteindelijk moeten worden ‘gered’ door vrouwelijke deugd.
Al met al is Teresa Venerdì een charmante, onderhoudende film die vooral interessant is in de context van De Sica’s oeuvre. Hoewel het niet bepaald het meesterwerk is dat zijn latere films zouden worden, biedt het een boeiende kijk op zijn groei als regisseur en zijn vermogen om menselijkheid en humor te combineren. Voor liefhebbers van klassieke Italiaanse cinema en degenen die geïnteresseerd zijn in De Sica’s vroege carrière, is dit een aanrader, maar met de kanttekening dat het vooral een product van zijn tijd is, met de beperkingen en conventies die daarbij horen.
Genre: komedie, drama, romantiek
Jaar: 1941
Regisseur: Vittorio De Sica
CastT: Adriana Benetti, Vittorio De Sica, Anna Magnani, Irasema Dillián
Land: Italië
Speelduur: 90 minuten