Het was nog eens een koude Berlinale. Zowel de temperaturen buiten als in de filmzalen liepen de voorbije dagen niet echt op. Echte verrassingen blijven uit. In professionele kringen klonk over het algemeen gemor over de programmatie. Zo blijft de competitie bijvoorbeeld ietwat ondermaats. Het maakt wel nieuwsgierig naar de blik van de jury. Dao van Alain Gomis, die ik helaas gemist heb, en zeker de Oostenrijkse bijdrage Rose worden door velen getipt als mogelijke en terechte winnaars.
Een winnaar is sowieso Charli XCX. Aan vaart ontbrak het niet in Aidan Zamiri’s BRAT-mockumentary The Moment. Na haar baanbrekende momenten op grote internationale concertpodia breekt nu ook haar moment op het witte doek aan. Bij Wuthering Heights bleef het nog bij de soundtrack, in Araki’s I Want Your Sex speelt ze het liefje van de hoofdrolspeler, en in Erupcja laat ze vulkanen uitbarsten. Vuur en vlam is ze ook in de high-speed beeld- en dialoogstorm van The Moment. Het voordeel voor Charli XCX is dat ze in deze pseudodocumentaire aardig zichzelf kan zijn. Bijzonder toch hoe ze op de top van haar roem een loopje neemt met de handel en wandel achter de schermen van de muziekwereld. De film toont, soms op hilarische wijze, hoe de commercie de ster probeert te kneden en tot de laatste druppel uit te knijpen. Daardoor vallen ook trouwe medewerkers soms uit de boot. But the show must go on. Hilarische rollen zijn weggelegd voor Alexander Skarsgård, een prutser van een filmmaker die is ingehuurd om Charli’s imago aantrekkelijker te maken, en Rosanna Arquette als hooggeplaatste manager bij Atlanta Record, die haar onder druk zet om commercieel succes boven artistieke visie te stellen. The Moment is een film met een hoog octaangehalte, waarin stroboscopische tussentitels en dynamische beeldvoering je niet de rust gunnen die Charli XCX in Ibiza opzoekt om even uit de draaimolen van de roem te stappen.

Cellomuziek staat centraal in het Mexicaanse kleinood Everything Else Is Noise van Nicolás Pereda. Een heerlijke kleine komedie die met genoegen de hypocrisie van de kunstwereld aan de kaak stelt. Componiste en celliste Tere nodigt een bevriende componiste en een tweekoppige televisieploeg in haar appartement uit voor een interview dat iets anders uitdraait dan verwacht. Permanente stroomstoringen, een blaffende hond en een lawaaierige straat zorgen voortdurend voor vertraging en uitstel. Pereda’s film ontvouwt zich als een ironisch kamerstuk over artistieke identiteit, generatieconflicten en het stille seksisme dat nog steeds in de wereld van de hedendaagse muziek ingebed zit. De drie vrouwen – musici, componisten – en vooral Tere en haar dochter Luisa zijn scherp van tong en geestig. Samen smeden ze een vrolijke, tedere band die de film verfrissend grappig maakt. Pereda begeeft zich, buiten de fijne proloog, nooit buiten de bescheiden woonkamer en keuken van een appartement in Mexico-Stad, maar construeert vanuit die beperkte ruimte een universum dat zich ver buiten die vier muren uitstrekt. Modeste cinema van de bovenste plank.

Fernando Eimbcke’s Moscas kan ook onder bescheiden cinema worden gerekend. Met Lake Tahoe (2008) wist hij op de Berlinale al de aandacht te trekken. Met een sterk gevoel voor eenvoud, zachtheid en ontroering bevestigt hij zich opnieuw in deze nieuwe film. Olga, een oudere dame die tegenover een kliniek woont, vult haar dagen met ’s morgens vliegen uit het huis jagen, inkopen doen, sudoku spelen en telenovela’s kijken. Sociaal is ze allerminst en ze heeft er een hekel aan dat haar flatbewoners hun appartementen onderverhuren aan hospitaalbezoekers. Om een teenoperatie te bekostigen wordt ze uiteindelijk zelf gedwongen een kamer te verhuren. Een man belt aan en neemt de kamer, maar smokkelt ’s avonds zijn zoontje binnen. Wanneer Olga dit tot haar verontwaardiging ontdekt, mogen ze toch nog enkele dagen blijven. Onder de speelse charme en het verlangen van het jongetje om zijn moeder – die aan terminale kanker lijdt – te bezoeken, zwakt haar strengheid af en groeit er tegen het einde een warme band. De spontaniteit van het kind is onweerstaanbaar en vormt de spil van de film. Moscas is niet zo verrassend en inventief als Lake Tahoe, maar wel een vertederende film die onmiskenbaar met liefde is gemaakt.

Om liefde gaat het ook in Queen at Sea van Lance Hammer. Tijdens een eerder toevallig bezoek aan haar demente moeder Leslie (Anna Calder-Marshall) betrapt Amanda (Juliette Binoche) haar stiefvader Martin (Tom Courtenay) tijdens de seks. Daardoor gaat ze volledig uit haar dak en roept ze zelfs de politie erbij. Dit alles leidt uiteindelijk tot de breuk van het liefdevolle oude koppel. Amanda, zelf gescheiden, ziet intussen parallel de liefde ontwaken bij haar dochter Sara (Florence Hunt). Bij deze bondige synopsis rinkelt natuurlijk meteen een belletje en is het moeilijk om niet aan Haneke’s ijzingwekkend intieme, sobere en pijnlijk realistische film Amour te denken, met de onvergetelijke Jean-Louis Trintignant, Emmanuelle Riva en Isabelle Huppert. Hammer slaagt er wel in te ontroeren, en de prestaties van Calder-Marshall en Courtenay zijn ontegenzeggelijk sterk. Binoche is uitstekend als de archetypische dochter, terwijl het liefdesverhaal van haar dochter ruimte en adem geeft aan het tragische verhaal. Goed, maar het niveau van de Oostenrijkse meester wordt niet gehaald.

Na de Netflix-productie Pieces of a Woman (2020) werd van Kornél Mundruczó meer verwacht dan het ietwat te lichte At the Sea. Amy Adams speelt overtuigend Laura, een moeder met zoon en dochter die ooit ballerina was en later het gezicht werd van het succesvolle dansgezelschap van haar vader. Alcoholverslaving door familieproblemen, een auto-ongeluk met haar zoon en haar wanhopige poging om uit de schaduw van haar vader te treden brengen haar in een destructieve spiraal. Na een ontwenningskuur – voor haar vrienden een reis naar Bali – keert ze terug naar haar familie en het strandhuis. Daar probeert ze haar oude leven weer op te nemen. Haar man verwelkomt haar voorzichtig, haar tienerdochter staat vijandig tegenover haar, terwijl haar zoon aanvankelijk afstandelijk blijft. De film probeert de kwetsbaarheid van verzoening bloot te leggen maar mist diepgang. Hier en daar weten Mundruczó en zijn vrouw, scenarist Kata Wéber, de juiste toon te vinden en je mee te nemen, maar de film komt nooit echt op gang en leunt te sterk op de aanwezigheid van Amy Adams. De kleine choreografische bijdrage van Meg Stuart nemen we er graag bij.