Subscribe Now
Trending News
Sir Tom Stoppard
TOM STOPPARD (c) Кондрашкин Б. Е. (ru:Участник:KDeltaE) - Uploaded according to the author's request, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=2895256
Interview

Sir Tom Stoppard 

Sir Tom Stoppard is niet meer, en hij dreigt vergeten te raken tussen de vele beroemdheden die dit jaar naar het hiernamaals verhuisden. Nochtans was Stoppard een van de grootste Britse theater- en filmschrijver van de voorbije 40 jaar. Ik had het geluk om een uurtje met hem te praten in Veurne. Tussen de oude kanonnen in de mist vertelde Sir Tom ronduit over zijn carrière en favoriete project, de prestigieuze televisiereeks Parade’s End, een project van de BBC en HBO Miniseries waarbij ook heel wat Belgische bedrijven betrokken waren.

Sir Tom Stoppard werd vooral bekend door zijn toneelstuk (en de filmversie ervan) Rozencrantz and Guildenstern are Dead, de ultieme Shakespeare-parodie. Maar hij schreef ook de filmscripts van Despair, Brazil, Empire of the Sun, The Russia House en Shakespeare in Love. Parade’s End, een adaptatie van de tetralogie van Ford Madox Ford over een turbulente driehoeksrelatie tegen de achtergrond van WO I, betekende de triomfantelijke terugkeer van Stoppard naar de televisie, na een afwezigheid van 13 jaar. Triomfantelijk, omdat de complexe adaptatie een heel toegewijd en persoonlijk project voor hem was. Zodanig dat de auteur regelmatig op de set terug te vinden was (een scenarist blijft doorgaans weg van een set omdat hij amper getolereerd wordt).

Het gebeurt zelden of nooit dat ik met de scenarist kan spreken op de set. Is mijn verraste reactie terecht?

Ja. Ik ben vroeger nooit naar sets geweest. Ik was ook nooit geïnteresseerd, want de schrijver heeft totaal geen functie eens de film in productie is. Tijdens het schrijven van Parade’s End heb ik nog simultaan een andere film geschreven. En ik ben uitgerekend tweemaal gedurende twee uur op de set geweest. Het had meer iets van toerisme. Zo van ‘Hello everybody etc.’. Maar tegenover Parade’s End heb ik een totaal andere houding. Dit is mijn kind. Ik ben erdoor geobsedeerd. Ik denk ook dat ik teveel tussenkom, maar hier voel ik me als een moeder die over haar baby waakt. En ze zijn nog niet van mij af. Want ik blijf het project van nabij volgen tot in de postproductie. Ik zal er nog bij zijn tot in mei 2012.

Hoe anders is het voor u om voor televisie te werken in tegenstelling tot cinema?

Het grote verschil is dat ik nu vijf uur te vullen heb in plaats van twee. Maar dat verheugt me. Want dat betekent dat je het verhaal heel goed kan structuren en ruimte kan geven om het te laten ademen. Het blijft echter toch nog krap want Parade’s End bestaat uit drie boeken en een coda. Ik had dus heel veel materiaal. Maar ik moet zeggen dat ik enorm veel plezier aan de adaptatie beleefd heb, meer dan aan andere adaptaties. Het was geen groot verlangen voor mij, want ik kende het boek niet. Ze vroegen me om het te lezen en of ik geïnteresseerd was in de adaptatie. Maar ik wist al heel snel dat ik dit graag ging doen. Het heeft trouwens een flink deel van mijn leven opgeëist. Ik heb er uiteindelijk 18 maanden aan gewerkt. Normaal schrijf ik in dat tijdsbestek een nieuw toneelstuk, want ik ben eigenlijk een theaterauteur in hart en nieren. Ik doe enkel filmscenario’s wanneer ik geen toneelstuk in mijn hoofd heb zitten. Enfin, het was een lange periode van het moment dat ik het boek begon te lezen tot nu, hier op de set van Parade’s End. Maar da’s goed want misschien kan ik eindelijk nog eens een toneelstuk schrijven.

SHAKESPEARE IN LOVE  (c) The Movie Database (TMDB)
SHAKESPEARE IN LOVE (c) The Movie Database (TMDB)

Maar waarom vond u dit project zo interessant?

Het is een heel grote en rijke canvas. Ik schreef in een vorm van onschuld. Ik beschreef zo’n 100 personages en 100 scènes. Dat is krankzinnig als je het bekijkt vanuit een economisch standpunt. Zeker voor televisie. Dit is werkelijk enorm. Maar het verhaal handelt over een periode waarin ik altijd al geïnteresseerd ben geweest, namelijk die tussen 1912 en 1918. Het is de laatste periode van de hogere klasse. En het is een tijdperk waarin ik me – en dat is misschien paradoxaal – via de literatuur thuis in voel. Het is een wereld waarvan ik de taal begrijp.

U adapteerde Ford Maddox Ford. Maar u heeft ook Greene, Le Carré, Tolstoy, Doctorow, Ballard en Nabokov gedaan. Wat was de lastigste adaptatie?

Parade’s End was behoorlijk lastig. Want het boek is niet volgens een lineaire structuur geschreven. Daardoor is het vrij complex. De onvoorwaardelijke fans van het boek mogen het gerust weten. Ik heb het boek helemaal uit mekaar moeten halen. Want wanneer een televisiewerk uit vijf delen bestaat met een week tussen de vertoning van elk deel, dan kan je het geheel niet brengen als een nest van Russische poppetjes. Want zo is het boek. Het heeft me heel veel tijd gekost om het ganse verhaal chronologisch te maken en uit te vissen wat er wanneer gebeurt. Ford Maddox Ford is soms een slordige schrijver, want de tijdstructuur is niet altijd logisch. Soms zat ik me voor een bepaald incident af te vragen in welk jaar ik me bevond. Is het 1916 en 1917? Maar uiteindelijk heb twee tot drie gelukkige maanden doorgebracht met het lezen en herlezen van het boek, tot ik begreep hoe alles in mekaar zat. Toen ik de producers voor het eerst een script gaf, bleek ik in totaal vijf delen te hebben in plaats van vier. En dat is zo gebleven. En ik ben blijven werken binnen deze architectuur. Uiteraard werden er nog aanpassingen gedaan. Maar dat had te maken met het feit dat ik te veel had geschreven of met de kostprijs van een scène.”

U bent een rustig en ordelijk man. Hoe werkt u dan samen met een briljante chaoot zoals Terry Gilliam voor wie u Brazil schreef?

Met Terry was er al een script, het zijne. Maar dat bestond vooral uit de fantastische beschrijvingen van de surrealistische dromen van het hoofdpersonage. Dat waren ook de beste elementen uit het script. Ik denk niet dat Terry een tweede scenarist naast zich wilde. Nu, hij is een heel aardige man en we kwamen heel goed met elkaar overeen. Maar de producers ontdekten gaandeweg dat Terry niet echt geïnteresseerd was in logica en grappen. En dus moest ik erbij komen en ervoor zorgen dat het geheel een beetje steek hield en dat er af en toe gelachen kon worden. Maar dit is vooral Terry’s film. Ik voel me vereerd dat ik er ooit mee verbonden ben geweest.

U heeft een paar keer met Steven Spielberg gewerkt?

Ja, aan Empire of the Sun en als scriptdoctor aan drie andere films, maar dat was heel beperkt werk. Ik heb Steven vooral leren kennen op Empire of the Sun. Steven houdt van verschillende opinies. Daarom zendt hij de scripts van zijn projecten naar andere mensen om verschillende reacties te kunnen rapen. Scriptdoctor speel je dan vooral omdat het interessante mensen zijn. Zoals Steven. Ik heb ook nog wat werk verricht op Robin Hood, maar louter omdat ik wilde werken met Ridley Scott. Blade Runner is immers één van mijn favoriete films. Robin Hood interesseerde me niet echt (lacht), maar Ridley Scott wel.

Related posts